Muziek pensum 2, 5vwo
Muziek in de romantiek:
- Emotie en expressie
- Drama
- Klankkleur: instrumentiegroepen, groot orkest
- Complexere werken en akkoorden
- Overgangsdynamiek (geleidelijke overgangen)
Orkestmuziek:
- Symfonie: langer en emotioneler, minder strak aan regels
- Programmamuziek: instrumentale muziek die een verhaal verteld of iets anders uitbeeld
Liederen en pianomuziek:
- Muziek in de huiskamer
- Lied met piano begeleiding (bijvoorbeeld een gedicht op muziek)
- Coupletlied, duidelijk terugkerende coupletten
- Doorgecomponeerd
Verschillen/contrast/karakter omschrijven:
- Notenwaarde (korter/langer)
- Melodielijn (stijgend/dalend, sprongsgewijs/trapsgewijs)
- Toonsoort (mineur/majeur)
- Ligging (lager/hoger)
- Tempo (snel/langzaam, vertragen/versnellen)
- Dynamiek (zachter/harder)
- Omvang (groter/kleiner)
- Articulatie (staccato (kort en puntig) /legato (verbonden)
- Accenten (meer/minder, andere plek)
Tempo (kan aangegeven worden met een metronoom)
lento langzaam
largo Breed, ruim, langzaam tempo
adagio Op je gemak
andante Gaande, gematigd langzaam
moderato Gematigd, tussen langzaam en snel
allegro Vrolijk, opgewekt
presto snel
Accelerando: versnellen
Ritenuto: vertragen
A tempo: terug naar oude tempo
Rubato: vrij van tempo spelen
Fermate: je mag de noot aanhouden zo lang als jij passend vindt.
G.P: generale pauze: iedereen heeft een maat rust.
Octaveren: noten worden in een octaaf geschreven dat dichter bij de balk ligt.
Demper: dempt geluid van een instrument.
Muziek in de romantiek:
- Emotie en expressie
- Drama
- Klankkleur: instrumentiegroepen, groot orkest
- Complexere werken en akkoorden
- Overgangsdynamiek (geleidelijke overgangen)
Orkestmuziek:
- Symfonie: langer en emotioneler, minder strak aan regels
- Programmamuziek: instrumentale muziek die een verhaal verteld of iets anders uitbeeld
Liederen en pianomuziek:
- Muziek in de huiskamer
- Lied met piano begeleiding (bijvoorbeeld een gedicht op muziek)
- Coupletlied, duidelijk terugkerende coupletten
- Doorgecomponeerd
Verschillen/contrast/karakter omschrijven:
- Notenwaarde (korter/langer)
- Melodielijn (stijgend/dalend, sprongsgewijs/trapsgewijs)
- Toonsoort (mineur/majeur)
- Ligging (lager/hoger)
- Tempo (snel/langzaam, vertragen/versnellen)
- Dynamiek (zachter/harder)
- Omvang (groter/kleiner)
- Articulatie (staccato (kort en puntig) /legato (verbonden)
- Accenten (meer/minder, andere plek)
Tempo (kan aangegeven worden met een metronoom)
lento langzaam
largo Breed, ruim, langzaam tempo
adagio Op je gemak
andante Gaande, gematigd langzaam
moderato Gematigd, tussen langzaam en snel
allegro Vrolijk, opgewekt
presto snel
Accelerando: versnellen
Ritenuto: vertragen
A tempo: terug naar oude tempo
Rubato: vrij van tempo spelen
Fermate: je mag de noot aanhouden zo lang als jij passend vindt.
G.P: generale pauze: iedereen heeft een maat rust.
Octaveren: noten worden in een octaaf geschreven dat dichter bij de balk ligt.
Demper: dempt geluid van een instrument.