Anatomische houding = vanuit deze houding doe je
topografische beschrijvingen. Is over de hele wereld hetzelfde.
Je hebt 3 typen lichaamsvlakken:
1. Frontaal vlak. Verdeelt het lichaam in voor en achter.
2. Transversaal vlak. Verdeelt het lichaam in boven en onder.
3. Sagittaal vlak. Verdeelt het lichaam in links en rechts. Het mediosagitale vlak is
de sagitale doorsnede die precies door neus en navel loopt. Ook wel het
mediaanvlak.
Buisvormige structuren in het lichaam hebben elke keer een andere ligging ten
opzichte van de drie hoofdvlakken. Deze organen worden dan beschreven door er een
doorsnede van te maken.
1. Transversale doorsnede. Hierbij ontstaan twee cirkelvormige uiteinden. De holte
die door buisvormige organen omsloten wordt noem je het lumen.
2. Longitudinale doorsnede. Is een lengtedoorsnede. Er ontstaan 2 gootjes.
, Belangrijke plaatsaanduidingen
Ventraal Aan de buikzijde Bij grotere structuren of grote
Dorsaal Aan de rugzijde afstanden
Anterior Aan de voorkant Bij kleinere structuren of
Posterior Aan de achterkant kleine afstanden
Centraal In het midden Bij uitgestrekte stelsels
Perifeer Aan de uiteinden
Craniaal Aan de kant van de schedel Bij de wervelkolom of het cen-
Caudaal Aan de kant van de staart trale zenuwstelsel, grotere af-
standen
Superior Hoger, boven Bij kleinere structuren of over
Inferior Lager, beneden kleinere afstand
Lateraal Aan de zijkant Algemeen
Mediaal Naar het midden toe
Proximaal Aan de kant van de romp Bij (delen van) ledematen
Distaal Ver van de romp
Sinister Links Bij symmetrisch gelegen
Dexter Rechts structuren
Internus Inwendig Bij de ligging in de diepte,
Externus Uitwendig vooral bij bloedvaten en
zenuwen
Belangrijke richtingaanduidingen:
Flexie Buiging Bij bewegingen van het elle-
Extensie Strekking booggewricht, vingers,
knieën, tenen
Anteflexie Buiging naar voren Bij bewegingen van de hele
Retroflexie Buiging naar achteren arm, hele been, romp en
Lateroflexie Buiging naar opzij hoofd
Dorsale flexie Buiging naar de handrug/ Bij bewegingen van de hand
voetwreef of voet
Palmaire flexie Buiging naar de handpalm
Plantaire flexie Buiging naar de voetzool
Supinatie Buitenwaartse draaiing van Bij bewegingen van hand of
hand of voet (soep eten) voet
Pronatie Binnenwaartse draaiing
(proosten)
Abductie Beweging van de middellijn af Bij bewegingen van lede-
Adductie Beweging naar de middellijn maten
toe