Samenvatting sociaal bestuursrecht
Hoofdstuk 1. Inleiding in het socialezekerheidsrecht
Pas in het begin van de twintigste eeuw heeft get stelsel van sociale zekerheid een vogelvlucht
genomen. Veel wetten op verschillende gebieden, zoals invaliditeit, ouderdom en bijstand, zijn tot
stand gekomen en veelvuldig gewijzigd.
De snelle veranderlijkheid van de sociale zekerheid heeft te maken met de maatschappelijke context
waarin de regels tot stand komen en hun werking hebben.
Sociale zekerheid biedt door de overheid inkomenszekerheid als mensen bijvoorbeeld door ziekte,
werkeloosheid of ouderdom niet meer kunnen werken. Deze bestaanszekerheid, of ook wel
waarborgfunctie, is een kant van de sociale zekerheid. De andere kant is de activeringsfunctie.
Verwacht wordt dat eenieder meedoet binnen de sociale zekerheid. In de meeste gevallen een plicht
voor de uitkeringsgerechtigde om zich in te spannen om bijvoorbeeld werk te zoeken bij
werkeloosheid of bij ziekte te re-integreren.
Sociale zekerheid is het publieke stelsel dat het geheel van voorzieningen omvat die tot doel hebben
het waarborgen van de financiële zekerheid van burgers en hen te activeren. In veel sociale
zekerheidswetten staat centraal wat iemand nog kan, waarbij een beroep op de eigen
verantwoordelijkheid wordt gedaan.
Socialezekerheidsrecht is het stelsel van rechten en plichten die gelden binnen de sociale zekerheid.
Een recht is het krijgen van bijvoorbeeld een werkeloosheidsuitkering. Een plicht is bijvoorbeeld de
premiebetaling. De regels, rechten en plichten zijn in de wet en de daaronder hangende regelgeving
vastgelegd. Is iemand het niet eens dat hij bijvoorbeeld geen scootmobiel van de overheid krijgt, dan
kan hij rechtsbescherming zoeken.
1.2 Het stelsel van sociale zekerheid
Het stelsel van sociale zekerheid kenmerkt zich door de grote hoeveelheid wetten waardoor het
systeem soms ondoorgrondelijk en moeilijk is. Om enige structuur aan te brengen wordt binnen het
stelsel meestal het volgende onderscheid gemaakt, namelijk:
1. Sociale verzekeringen, en:
2. Sociale voorzieningen.
Een verschil tussen de verzekeringen en de voorzieningen wordt veelal gezocht in de financiering.
Voor de verzekeringen, behalve voor kinderbijslag, wordt premie afgedragen en voor de
voorzieningen niet. Deze worden betaald uit belastingopbrengsten (algemene middelen). Maar ook
een deel van de (volks-)verzekeringen wordt mede uit de algemene middelen gefinancierd.
Een bijzondere groep vormen de gemoedsbezwaarden (zie bijvoorbeeld art. 2 lid 2 sub b
Zorgverzekeringswet jo. Art. 64 Wet financiering sociale verzekeringen). De gemoedsbezwaarden zijn
ontheven van betaling van premies in verband met hun levensovertuiging. Via een omweg middels
een speciale belastingheffing wordt meer belasting betaald en behouden ze recht op een
verzekering.
De hoogte van de premies worden jaarlijks vastgesteld en is afhankelijk van het inkomen en de
leeftijd. Verdient iemand veel, dan hoeft boven een bepaalde (ook jaarlijks vastgestelde)
inkomensgrens niet meer premie te worden betaald.
Voorts is er binnen de sociale verzekeringen een tweedeling:
1. De werknemersverzekeringen: en
2. De volksverzekeringen.
Hoofdstuk 1. Inleiding in het socialezekerheidsrecht
Pas in het begin van de twintigste eeuw heeft get stelsel van sociale zekerheid een vogelvlucht
genomen. Veel wetten op verschillende gebieden, zoals invaliditeit, ouderdom en bijstand, zijn tot
stand gekomen en veelvuldig gewijzigd.
De snelle veranderlijkheid van de sociale zekerheid heeft te maken met de maatschappelijke context
waarin de regels tot stand komen en hun werking hebben.
Sociale zekerheid biedt door de overheid inkomenszekerheid als mensen bijvoorbeeld door ziekte,
werkeloosheid of ouderdom niet meer kunnen werken. Deze bestaanszekerheid, of ook wel
waarborgfunctie, is een kant van de sociale zekerheid. De andere kant is de activeringsfunctie.
Verwacht wordt dat eenieder meedoet binnen de sociale zekerheid. In de meeste gevallen een plicht
voor de uitkeringsgerechtigde om zich in te spannen om bijvoorbeeld werk te zoeken bij
werkeloosheid of bij ziekte te re-integreren.
Sociale zekerheid is het publieke stelsel dat het geheel van voorzieningen omvat die tot doel hebben
het waarborgen van de financiële zekerheid van burgers en hen te activeren. In veel sociale
zekerheidswetten staat centraal wat iemand nog kan, waarbij een beroep op de eigen
verantwoordelijkheid wordt gedaan.
Socialezekerheidsrecht is het stelsel van rechten en plichten die gelden binnen de sociale zekerheid.
Een recht is het krijgen van bijvoorbeeld een werkeloosheidsuitkering. Een plicht is bijvoorbeeld de
premiebetaling. De regels, rechten en plichten zijn in de wet en de daaronder hangende regelgeving
vastgelegd. Is iemand het niet eens dat hij bijvoorbeeld geen scootmobiel van de overheid krijgt, dan
kan hij rechtsbescherming zoeken.
1.2 Het stelsel van sociale zekerheid
Het stelsel van sociale zekerheid kenmerkt zich door de grote hoeveelheid wetten waardoor het
systeem soms ondoorgrondelijk en moeilijk is. Om enige structuur aan te brengen wordt binnen het
stelsel meestal het volgende onderscheid gemaakt, namelijk:
1. Sociale verzekeringen, en:
2. Sociale voorzieningen.
Een verschil tussen de verzekeringen en de voorzieningen wordt veelal gezocht in de financiering.
Voor de verzekeringen, behalve voor kinderbijslag, wordt premie afgedragen en voor de
voorzieningen niet. Deze worden betaald uit belastingopbrengsten (algemene middelen). Maar ook
een deel van de (volks-)verzekeringen wordt mede uit de algemene middelen gefinancierd.
Een bijzondere groep vormen de gemoedsbezwaarden (zie bijvoorbeeld art. 2 lid 2 sub b
Zorgverzekeringswet jo. Art. 64 Wet financiering sociale verzekeringen). De gemoedsbezwaarden zijn
ontheven van betaling van premies in verband met hun levensovertuiging. Via een omweg middels
een speciale belastingheffing wordt meer belasting betaald en behouden ze recht op een
verzekering.
De hoogte van de premies worden jaarlijks vastgesteld en is afhankelijk van het inkomen en de
leeftijd. Verdient iemand veel, dan hoeft boven een bepaalde (ook jaarlijks vastgestelde)
inkomensgrens niet meer premie te worden betaald.
Voorts is er binnen de sociale verzekeringen een tweedeling:
1. De werknemersverzekeringen: en
2. De volksverzekeringen.