HC 5: Cognitie en Leren
Behaviorisme vs. cognitieve psy
Radicale behavioristen:
● John Watson: Introspection (thoughts, emotions) is subjective and unreliable. Variabelen
moeten te observeren zijn – gedrag en omgeving voldoen daaraan → environmental
determinism. (Tabula Rasa)
● B.F. Skinner: all behaviour could be explained without recourse to internal events such as
cognition. (Tabula Rasa)
● Tabula rasa = individuen worden geboren als onbeschreven blad. In plaats van ‘de geboren
crimineel’, zien behavioristen “individuals at birth to be criminally neutral”.
○ Leren van gedrag staat centraal
Cognitief psychologen versus behavioristen:
● Traditioneel gezien werd ‘leren’ door behavioristen niet als cognitief proces gezien –
biologische factoren geven enkel de capaciteit om te kunnen leren – maar vandaag de dag
denken we daar anders over.
● Waar leertheorieën van oorsprong erg behavioristisch waren, zie je nu meer focus op
cognitive versions of behaviorisme
Vandaag de dag zie je veel meer connecties tussen cognitie en het leren van gedrag → Cognitie draait
om het verwerken van informatie – gekenmerkt door percepties, interpretaties en het opslaan van
informatie – dat vaak ten grondslag ligt aan leerprocessen.
Twee soorten conditionering:
● Klassieke conditionering: Een stimulus die een reactie oproept wordt geassocieerd met een
voorheen neutrale stimulus, die daardoor het vermogen krijgt om dezelfde reactie op te
roepen.
○ Experiment Pavlov: hond begint te kwijlen bij belletje
■ Belletje = geconditioneerde stimulus
○ Het gaat om de koppeling tussen stimulus en respons
○ Little Albert Experiment: witte rat en hard geluid → na tijd vindt het kind alles wat
wit is eng (generaliseert naar andere gelijke stimuli).
● Operante conditionering: Consequentie van het gedrag beïnvloeden (beloning/bekrachtiger of
straf), en daarmee de kans op herhaling van het gedrag (ook wel: instrumenteel leren).
○ Je zult misschien eerder bepaald gedrag vertonen als je weet dat daar een beloning
aan zit.
○ Skinner box: rat in doos met elektrische draden, als rat aan de hendel trekt dan
beloning, bij groene lampje niet. Door trial and error alleen bij bepaald stimulus is het
zinvol om hendel in te drukken → rat leert stimulus aan de hand van consequenties.
○ Twee typen operante conditionering:
■ Type 1 = iets toevoegen/geven (sticker geven of strafregels)
■ Type 2 = iets wegnemen (geen huiswerk, niet buitenspelen)
■ Operante conditioneren kent belonen (geen hw/sticker geven) en bestraffen
(strafregels, niet buitenspelen). → Beloningen zijn vaak sterker dan straf. →
Timing ook belangrijk: wanneer straf snel gekoppeld is aan gedrag wat je niet
wilt zien, dan is die associatie veel sterker (directe straf nuttiger dan delayed
response).
1
, Klassieke conditionering fasen
1. Acquisition: Het geleidelijk ontstaan van een geleerde reactie.
2. Generalisation: Een geleerde reactie treedt niet alleen op bij de oorspronkelijke stimulus,
maar ook bij andere, vergelijkbare stimuli (angst voor witte rat → ook angst voor andere
witte, harige dieren).
3. Discrimination: Er wordt in de geleerde reactie onderscheid tussen verschillende, maar
vergelijkbare stimuli (de hond kwijlt bij het geluid van een bel, maar niet bij het geluid van
een zoemer).
a. Je maakt een hele specifieke koppeling in de stimulus. (Tegenovergestelde van
generaliseren)
4. Extinction: Aangeleerde reactie verdwijnt geleidelijk, omdat de stimulus niet langer gevolgd
wordt door de verwachte uitkomst.
a. Als Pavlov steeds de bel laat horen zonder stuk vlees → hond zal stoppen met kwijlen
5. Spontaneous recovery: Een eerder uitgedoofde reactie komt onverwacht weer terug, zelfs
nadat deze een tijd verdwenen was.
a. Geur ruiken die je associeert met ervaring/persoon → trigger voor reactie
Observationeel/sociaal leren
Bandura’s three-stage model of social learning: kinderen mogen op een pop inslaan (zien het
volwassene doen en kopiëren gedrag). Het is een soort verlengde van conditionering, alleen maakt
Bandura sterk dat enkel observeren van gedrag al kan leiden tot geleerd gedrag.
1. Verwerving (Acquisition) 2. Initiatie (Instigation) 3. Behoud (Maintenance)
Hoe leren we? Wat zet aan tot handelen? Waarom blijven we het doen?
Door observatie van anderen ● Modelling ● Tangible rewards &
(modellen): influences: zien punishments: het levert
● Directe models: ouders, dat anderen het een beloning/straf op.
vrienden, belangrijke doen. ● Social&Status rewards:
personen. ● Expectancy: het levert status of
● Symbolic models: media, welke uitkomst goedkeuring van anderen.
influencers. van mijn gedrag ● Vicarious reinforcement:
● Modellen die dichtbij kan ik omdat je ziet dat anderen
staan of hoge status verwachten? Ook met het gedrag beloond
hebben → grotere kans op op basis van wat worden.
imitatie. anderen doen. ● Self-reinforcement: het
● Emotional geeft een gevoel van
Door eigen ervaring/reinforced arousal: trots; identiteit.
performance (trial & error) boosheid, ● Moral disengagement:
spanning, rechtvaardigen van
Belangrijk: gedrag wordt eerst groepsdruk. gedrag: iedereen doet het.
gezien en onthouden.
*Verwerving: bij observationeel leren gaat over observatie → zo leren we. Je zal sneller gedrag
overnemen van iemand waarmee je veel connectie hebt. Er zit wel eigen ervaring aan vast: het feit dat
je weet dat bepaald gedrag een bepaald effect heeft speelt mee. Gedrag wordt gezien en onthouden in
deze fase.
*Initiatie: het feit dat een ander gedrag laat zien → ik kan dit gedrag ook laten zien. Als je verwacht
dat het gedrag iets oplevert kan al zijn dat je het vertoont, of als iemand anders beloond wordt kan
2
Behaviorisme vs. cognitieve psy
Radicale behavioristen:
● John Watson: Introspection (thoughts, emotions) is subjective and unreliable. Variabelen
moeten te observeren zijn – gedrag en omgeving voldoen daaraan → environmental
determinism. (Tabula Rasa)
● B.F. Skinner: all behaviour could be explained without recourse to internal events such as
cognition. (Tabula Rasa)
● Tabula rasa = individuen worden geboren als onbeschreven blad. In plaats van ‘de geboren
crimineel’, zien behavioristen “individuals at birth to be criminally neutral”.
○ Leren van gedrag staat centraal
Cognitief psychologen versus behavioristen:
● Traditioneel gezien werd ‘leren’ door behavioristen niet als cognitief proces gezien –
biologische factoren geven enkel de capaciteit om te kunnen leren – maar vandaag de dag
denken we daar anders over.
● Waar leertheorieën van oorsprong erg behavioristisch waren, zie je nu meer focus op
cognitive versions of behaviorisme
Vandaag de dag zie je veel meer connecties tussen cognitie en het leren van gedrag → Cognitie draait
om het verwerken van informatie – gekenmerkt door percepties, interpretaties en het opslaan van
informatie – dat vaak ten grondslag ligt aan leerprocessen.
Twee soorten conditionering:
● Klassieke conditionering: Een stimulus die een reactie oproept wordt geassocieerd met een
voorheen neutrale stimulus, die daardoor het vermogen krijgt om dezelfde reactie op te
roepen.
○ Experiment Pavlov: hond begint te kwijlen bij belletje
■ Belletje = geconditioneerde stimulus
○ Het gaat om de koppeling tussen stimulus en respons
○ Little Albert Experiment: witte rat en hard geluid → na tijd vindt het kind alles wat
wit is eng (generaliseert naar andere gelijke stimuli).
● Operante conditionering: Consequentie van het gedrag beïnvloeden (beloning/bekrachtiger of
straf), en daarmee de kans op herhaling van het gedrag (ook wel: instrumenteel leren).
○ Je zult misschien eerder bepaald gedrag vertonen als je weet dat daar een beloning
aan zit.
○ Skinner box: rat in doos met elektrische draden, als rat aan de hendel trekt dan
beloning, bij groene lampje niet. Door trial and error alleen bij bepaald stimulus is het
zinvol om hendel in te drukken → rat leert stimulus aan de hand van consequenties.
○ Twee typen operante conditionering:
■ Type 1 = iets toevoegen/geven (sticker geven of strafregels)
■ Type 2 = iets wegnemen (geen huiswerk, niet buitenspelen)
■ Operante conditioneren kent belonen (geen hw/sticker geven) en bestraffen
(strafregels, niet buitenspelen). → Beloningen zijn vaak sterker dan straf. →
Timing ook belangrijk: wanneer straf snel gekoppeld is aan gedrag wat je niet
wilt zien, dan is die associatie veel sterker (directe straf nuttiger dan delayed
response).
1
, Klassieke conditionering fasen
1. Acquisition: Het geleidelijk ontstaan van een geleerde reactie.
2. Generalisation: Een geleerde reactie treedt niet alleen op bij de oorspronkelijke stimulus,
maar ook bij andere, vergelijkbare stimuli (angst voor witte rat → ook angst voor andere
witte, harige dieren).
3. Discrimination: Er wordt in de geleerde reactie onderscheid tussen verschillende, maar
vergelijkbare stimuli (de hond kwijlt bij het geluid van een bel, maar niet bij het geluid van
een zoemer).
a. Je maakt een hele specifieke koppeling in de stimulus. (Tegenovergestelde van
generaliseren)
4. Extinction: Aangeleerde reactie verdwijnt geleidelijk, omdat de stimulus niet langer gevolgd
wordt door de verwachte uitkomst.
a. Als Pavlov steeds de bel laat horen zonder stuk vlees → hond zal stoppen met kwijlen
5. Spontaneous recovery: Een eerder uitgedoofde reactie komt onverwacht weer terug, zelfs
nadat deze een tijd verdwenen was.
a. Geur ruiken die je associeert met ervaring/persoon → trigger voor reactie
Observationeel/sociaal leren
Bandura’s three-stage model of social learning: kinderen mogen op een pop inslaan (zien het
volwassene doen en kopiëren gedrag). Het is een soort verlengde van conditionering, alleen maakt
Bandura sterk dat enkel observeren van gedrag al kan leiden tot geleerd gedrag.
1. Verwerving (Acquisition) 2. Initiatie (Instigation) 3. Behoud (Maintenance)
Hoe leren we? Wat zet aan tot handelen? Waarom blijven we het doen?
Door observatie van anderen ● Modelling ● Tangible rewards &
(modellen): influences: zien punishments: het levert
● Directe models: ouders, dat anderen het een beloning/straf op.
vrienden, belangrijke doen. ● Social&Status rewards:
personen. ● Expectancy: het levert status of
● Symbolic models: media, welke uitkomst goedkeuring van anderen.
influencers. van mijn gedrag ● Vicarious reinforcement:
● Modellen die dichtbij kan ik omdat je ziet dat anderen
staan of hoge status verwachten? Ook met het gedrag beloond
hebben → grotere kans op op basis van wat worden.
imitatie. anderen doen. ● Self-reinforcement: het
● Emotional geeft een gevoel van
Door eigen ervaring/reinforced arousal: trots; identiteit.
performance (trial & error) boosheid, ● Moral disengagement:
spanning, rechtvaardigen van
Belangrijk: gedrag wordt eerst groepsdruk. gedrag: iedereen doet het.
gezien en onthouden.
*Verwerving: bij observationeel leren gaat over observatie → zo leren we. Je zal sneller gedrag
overnemen van iemand waarmee je veel connectie hebt. Er zit wel eigen ervaring aan vast: het feit dat
je weet dat bepaald gedrag een bepaald effect heeft speelt mee. Gedrag wordt gezien en onthouden in
deze fase.
*Initiatie: het feit dat een ander gedrag laat zien → ik kan dit gedrag ook laten zien. Als je verwacht
dat het gedrag iets oplevert kan al zijn dat je het vertoont, of als iemand anders beloond wordt kan
2