Deel oog Functie
Wenkbrauw Houden zweet en stofdeeltjes tegen zodat ze niet in je
ogen terecht komen.
Traanklieren Maken traanvocht, dit beschermt het oog tegen
uitdroging
Ooglid Verspreid traanvocht over het gehele oog
Traanbuis Voert traanvocht af naar de neusholte
Oogspieren Draaien de ogen in de gewenste richting
Harde oogvlies Geeft bescherming aan het binnenste van het oog
Vaatvlies Bevat vele bloedvaten en zorgt voor de voeding van een
groot deel van het oog
Hoornvlies Doorzichtig vlies, is de voortzetting van het harde
oogvlies aan de voorzijde, breekt lichtstralen af
Iris Gekleurde deel van het oog, een voortzetting van het
vaatvlies
Pupil Opening in de iris
Voorste oogkamer De ruimte tussen het hoornvlies en de iris, gevuld met
vocht
Achterste De ruimte tussen de iris en de ooglens, gevuld met vocht
oogkamer
Ooglens Bolle lens achter de iris en de pupil , breekt lichtstralen
af
Glasachtig lichaam Geleiachtige massa die het netvlies op zijn plek houd
Netvlies Binnenste laag van de wand van een oog met
lichtreceptoren
Gele vlek Plaats in het centrum van het netvlies, kun je het
scherpst zien
Blinde plek De plaats waar de oogzenuw het oog verlaat in het
netvlies, dit bevat geen lichtreceptoren.
o Ontbrekende informatie, zoals de blinde plek, wordt door de hersenen
aangevuld op basis van eerdere ervaringen en verwachtingen zodat er
een volledig en scherp beeld ontstaat .
, 8.2 De werking van het oog
Beeldvorming
o Als je ergens naar kijkt, valt het beeld omgekeerd en verkleind op je
netvlies. In het centra voor zien in de hersenschors, wordt dat beeld
verwerkt. je ziet het beeld rechtopstaand en in de juiste grootte.
Lichtbreking door positieve en negatieve lenzen
o Lenswerking: lichtstralen die een oog binnenvallen zorgen ervoor dat een
scherp beeld op het netvlies ontstaat.
o Het brandpunt wordt bepaald door de
vorm van de lens. Hoe boller de lens, hoe
kleiner de afstand tot het brandpunt
1. Negatieve/holle lenzen spreiden het
licht divergeren.
2. Positieve/bolle lenzen bundelen het
lichtconvergeren
Lichtbreking door de ooglenzen
o Accommodatie: de vorm van de
ooglenzen wordt aangepast (boller of platter)
aan de afstand waarop het voorwerp zich
bevindt
o Ver weg: accommodatiespieren ontspannen,
lensbandjes trekken samen lens wordt
platter.
o Dichtbij kijken: accommodatiespieren
spannen aan, lensbandjes zijn minder strak
gespannenlens wordt boller
Oogafwijkingen
Bijziend: je kan veraf niet scherp
zien. Corrigeren met negatieve
lenzen.
Verziend: je kan dichtbij niet
scherp zien. Corrigeren met
positieve lenzen.
De pupilreflex
o De pupilreflex regelt de hoeveelheid licht die op je netvlies valt.
In de iris bevinden zich kringspieren en straalsgewijs lopende spieren. (bij
te veel of te fel licht)
o Als de kringspieren samentrekken, wordt de pupil
kleiner.