Werk en Zekerheid II
Samenvatting
Week 1 | Introductie Sociale Zekerheid
Vormen van sociale zekerheid
Wijze van financiering
→ Sociale voorzieningen
Lasten worden betaald van de algemene middelen
→ Sociale verzekeringen
Lasten worden betaald van premies. De premie moet evenredig zijn met de hoogte van het
risico en de uitkering, dit heet ook wel het verzekeringsbeginsel
Functies socialezekerheidsstelsel
→ Waarborgfunctie
Het garanderen van inkomen voor degenen die dat, tijdelijk of blijvend, niet (meer) kunnen,
ook wel inkomensbescherming
→ Activeringsfunctie
Zorgen voor de terugkeer van uitkeringsgerechtigden naar de arbeidsmarkt door middel van
re-integratie, inspannen om weer aan het werk te komen → Participatiewetgeving
1
, Samenvatting Werk en Zekerheid II | Elena Faber
Drie pijlers
Het socialezekerheidsstelsel wordt ook wel het driepijlerstelsel genoemd, de drie pijlers
bestaan uit:
1. Wettelijk socialezekerheidsstelsel
- Geregeld door de staat
2. Collectieve sociale zekerheid
- Geregeld door wat sociale partners met elkaar afspreken, bijvoorbeeld de
loondoorbetaling bij ziekte
3. Private voorzieningen
- Geregeld door eigen verantwoordelijkheid van de individuele burger,
bijvoorbeeld eigen vermogen waarmee je in je behoeften kunt voorzien indien
je werkloos wordt
Werknemersbegrip
Het socialezekerheidsstelsel heeft een werknemersbegrip waarbij werknemers vaak de
groep verzekerden vormen, hieraan worden ook andere personen toegevoegd:
● Rariteitenbesluit
- ‘Doch hiermee gelijkgesteld’
● Hof TGSS
● CRvB PGB en RDH
● CRvB PGB geen gezag
Jurisprudentie overzicht week 1
Hof TGSS - Discriminatie op grond van geslacht, uitzondering sociale zekerheid
huishoudelijk personeel (art. 6 lid 1 sub c Zw/WW)
- R.o. 48: Huishoudelijk personeel wordt van sociale zekerheid uitgesloten, maar
vrouwen zijn vele malen vaker huishoudelijk personeel dan mannen, waardoor
indirecte discriminatie op grond van geslacht ontstaat
- Deze discriminatie kan gerechtvaardigd worden door objectieve factoren:
+ De strijdige bepaling beantwoordt aan een legitieme doelstelling van sociaal
beleid
+ De strijdige bepaling is geschikt voor het behalen van het doel
+ De strijdige bepaling is noodzakelijk voor het bereiken van dat doel
HR Rariteitenbesluit - Reikwijdte artikel 5 Rariteitenbesluit, maatschappelijke gelijkstelling
werknemersbegrip (art. 5 Zw/WW/WIA jo. art. 5 Rariteitenbesluit)
- R.o. 3.1-3.2: Uitleg van de reikwijdte van artikel 5 Rariteitenbesluit. Iemand kan
gelijkgesteld worden met de werknemer
2
, Samenvatting Werk en Zekerheid II | Elena Faber
CRvB PGB en RDH - PGB dienstverleners, discriminatie op grond van geslacht (art. 6 lid 1
sub c Zw/WW)
- R.o. 4.2-4.4 en 4.8: Zelfde als Hof TGSS → indirecte discriminatie op grond van
geslacht voor PGB medewerkers die worden uitgesloten van socialezekerheid
CRvB PGB geen gezag - PGB dienstverleners, gezagsverhouding en sprake van
werknemer? (art. 3 WW)
- R.o. 4.1-4.2 + samenvatting: Kan iemand als werknemer worden aangemerkt in de
zin van de WW doordat hij werkzaamheden verricht, betaald uit het PGB van zijn
moeder, waardoor een gezagsverhouding tussen die persoon en moeder is
ontstaan? → In dit geval is er geen werknemer vastgesteld uit het enkele feit dat hij
werd betaald uit het PGB van zijn moeder
Rb Noord-Holland 17 april 2025, ECLI:RBNHO:2025:4135 - Rechtvaardiging indirecte
discriminatie, geschikt en noodzakelijk voor het doel (art. 6 lid 1 sub c Zw/WW)
- R.o. 20-23: Indirecte discriminatie is in dit geval gerechtvaardigd door objectieve
factoren:
+ De strijdige bepaling beantwoordt aan een legitieme doelstelling van sociaal
beleid
+ De strijdige bepaling is geschikt voor het behalen van het doel
+ De strijdige bepaling is noodzakelijk voor het bereiken van dat doel
3
, Samenvatting Werk en Zekerheid II | Elena Faber
Week 2 | Werkloosheid
WW-uitkering
Ontstaan recht op WW
Stappenplan ontstaan recht op WW:
1. Je moet verzekerd zijn op basis van art. 15 jo. 3 WW?
- Is betrokkene ‘werknemer’ als bedoeld in art. 7:610 BW + HR X/Amsterdam?
- Onder het begrip ‘werknemer’ worden gelijkgesteld (4 + 5 WW)
2. Je moet werkloos zijn in de zin van de WW: Is er een relevant verlies aan
arbeidsuren en aan loon over deze uren? (art. 16 WW)
- Tenminste 5 uur verlies of tenminste de helft → ontslag niet nodig voor recht
op WW
- Loonuren verlies is ook reden voor WW-uitkering
→ Urenverlies, maar behoud van zelfde loon? → Dan gaat dit niet op
+ ECLI:NL:CRVB:2017:2674: Voor het vaststellen van het
arbeidsurenverlies uit art. 16 WW zijn het aantal verloonde uren of de
uren waarin recht op loon bestond van belang, niet het aantal
gewerkte uren.
3. Is hij (objectief gezien) beschikbaar voor de arbeidsmarkt? (art. 16 WW)
- Je bent niet objectief beschikbaar als je op wereldreis gaat
- UWV draagt de bewijslast
4. Voldoet hij aan de wekeneis (referte-eis)? (art. 17 WW)
- In 36 weken voorafgaand aan de 1e werkloosheidsdag in ten minste 26
kalenderweken ten minste 1 arbeidsuur per kalenderweek hebben
- Doorwerkingsleer: Verschillende werkgevers tellen mee bij de berekening
(art. 17a lid 2 WW + ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2443)
- Doorbetaalde vakantie en ziekte tellen mee als arbeid (art. 17a WW +
ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0307)
5. Is er sprake van een uitsluitingsgrond? (art. 19 WW)
- Arbeidsongeschikt zijn
- Buiten Nederland verblijven
- In de gevangenis zitten
- Andere uitkering krijgt
→ Check ook art. 19 lid 3 en 4 WW: Weg onderhandelen opzegtermijn (VSO)
+ ECLI:NL:RBAMS:2021:4295
4