Aantekeningen colleges
Week 1: Verdieping onrechtmatige daad
College 1: Onrechtmatige daad 1: Verdieping onrechtmatige daad en
Europees aansprakelijkheidsrecht
Dit onderdeel is gericht op verdieping van kennis van en inzicht in het
onrechtmatigedaadsrecht. Tijdens het eerste college wordt ingegaan op het leerstuk van de
onrechtmatige daad in algemene zin (art. 6:162 e.v. BW). De voorgeschreven stof beoogt
verdieping aan te brengen ten aanzien van de begrippen aansprakelijkheid en
onrechtmatigheid: wat wordt daaronder verstaan? Hoe bepaalt de rechter de inhoud van
ongeschreven zorgvuldigheidsnormen? Hoe gaat de rechter om met veranderende kennis en
maatschappelijke opvattingen (‘beweging’)? Aan de hand van recente voorbeelden uit de
rechtspraak worden deze vragen beantwoord.
● Is het vermogensrecht geschikt om maatschappelijke verandering te bewerkstelligen?
vermogensrecht als handhavingsmechanisme.
● Doelen en effecten van vermogensrechtelijke remedies?
● Europese invloeden in het vermogensrecht?
3:296 BW → deze wordt steeds meer gebruikt voor preventieve onrechtmatigedaadsacties.
Massaclaim: artikel 3:305a (collectieve actie). Bijv bij oneerlijke handelspraktijken.
Procederen wordt laagdrempeliger. Tot nu toe nog geen toewijzing van collectieve
schadeclaim gezien.
Stelling: het vermogensrecht is niet geschikt om het handhavingstekort van het publiekrecht
op te lossen.
- lastig via privaatrecht, vaag, procedures duren te lang.
- maar: politiek is ook niet snel met oplossingen.
Deel 1: Aansprakelijkheidsrecht: compensatie- of handhavingsmechanisme?
Wat is aansprakelijkheidsrecht?
Van Dale:
1. Vervolgbaarheid wegens veroorzaakte schade (schadeplichtigheid)
2. Verplichting om zich desverlangd wegens zijn handelingen te verantwoorden
(verantwoordelijkheid)
1
,Lindenbergh (2021) → in het aansprakelijkheidsrecht gaat het eigenlijk om de verplichtingen
● Aansprakelijkheidsrecht is aansprakenrecht: gaat over aanspraken die iemand in rechte
geldend kan maken o.g.v. OD, ovk of subjectief recht
● Aansprakelijkheidsrecht is dus breder dan OD recht en breder dan verbintenissenrecht:
gaat over verbintenissen en andere rechtsplichten.
● Artikel 3:296 is de kern van het aansprakelijkheidsrecht (vordering tot nakoming), niet
art. 6:95 BW (schadevergoeding).
Schadevergoeding als klassieke OD-remedie
Remedie = rechtsmiddel
Wat is het doel van het aansprakelijkheidsrecht?
● Klassieke opvatting: onrecht herstellen (compensatiefunctie: ex post)
● Moderne opvatting (handhavingsfunctie: ook ex ante)
Wat zijn de bijbehorende remedies van het aansprakelijkheidsrecht?
● Schadevergoeding staat centraal in art. 6:162 e.v. BW (onrechtmatige daad) en art.
6:169 e.v. BW (kwalitatieve aansprakelijkheden).
● Schadevergoeding geschiedt in beginsel in geld, bij uitzondering in natura (art. 6:103
BW) of dmv winstafdracht (6:104 BW)
● Bij dreigende of voortdurende schade door onrechtmatig handelen kan ex art. 3:298
BW een verbod of bevel worden gevorderd (vordering tot nakoming)
Verbod en bevel als moderne OD-remedies
Art 3:296 BW
1. Tenzij uit de wet, uit de aard der verplichting of uit een rechtshandeling anders volgt,
wordt hij die jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, daartoe
door de rechter, op vordering van de gerechtigde, veroordeeld.
2. Hij die onder een voorwaarde of een tijdsbepaling tot iets is gehouden, kan onder die
voorwaarde of tijdsbepaling worden veroordeeld.
Vereisten voor een rechterlijk verbod/bevel:
1. Rechtsplicht (ogv wet of ongeschreven recht)
2. Voldoende belang (art. 3:303 BW), bijv ivm dreigende schade
3. Vordering van de gerechtigde → ook belangrijk
Verbod/bevel kan worden afgewezen ogv wet/aard verplichting/RHof ivm zwaarwegende
maatschappelijke belangen (art. 6:168 BW). Denk aan vervuilende energiecentrale die van
groot belang is voor energievoorzieningen binnen een land, dan kan er bijvoorbeeld nog
schadevergoeding worden toegewezen. Opvallend: voor dit artikel geen OD,
toerekenbaarheid, schade, en CV vereist; wel causaliteit!
2
,Deel 2: Onrechtmatige daad: afwentelingsmechanisme of risicoregulering?
Er wordt steeds vaker gekeken naar private regels, bijv van branchevereniging zelf.
Vereisten voor aansprakelijkheid uit OD
1. Onrechtmatigheid (6:162 lid 2 BW)
2. Toerekenbaarheid (6:162 lid 3 BW)
3. Schade (art. 6:95 e.v. BW)
4. Causaal verband (c.s.q.n. + art 6:98 BW)
5. Relativiteit (art. 6:163 BW)
Drie typen onrechtmatigheid (art. 6:162 lid 2 BW)
1. Rechtsinbreuk: inbreuk op een subjectief recht
a. Subjectief recht → twee hoofdrubrieken
i. absolute vermogensrechten (bijv eigendom, IE-rechten)
ii. persoonlijkheidsrechten (bijv lichamelijke integriteit, eer en goede
naam)
b. Inbreuk → niet iedere aantasting, drie benaderingen:
i. beperking tot directe/opzettelijke inbreuk; dus bv als iemand met opzet
een bal door jouw raam trapt
ii. beperking tot gedrag dat zelf inbreuk maakt; een bal trappen is zelf
geen gedrag dat onrechtmatig is
iii. beperking tot onzorgvuldige inbreuk; sommigen zeggen dat je ook
altijd moet toetsen aan de zorgvuldigheidsnorm, dit is niet het systeem
van de wet.
2. Wetsschending: doen/nalaten in strijd met wettelijke plicht (=wet in materiële zin:
ieder a.v.v., inclusief verdragen); relativiteit is hier het belangrijkst!
3. Onzorgvuldigheid: doen/nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in
het maatschappelijk verkeer betaamt.
Inbreuk of onzorgvuldigheid?
Afzinkkelder = nieuwe standaardarrest onzorgvuldigheid
● Eigenaar van gesloopt pand laat afzinkkelder plaatsen door Multi. Ondanks
zorgvuldige voorbereiding en uitvoering ontstaat scheurvorming bij buurpand →
eigenaar en bouwbedrijf aansprakelijk uit OD? Rb/hof: Nee!
● Middel: onjuist, want zaaksbeschadiging = rechtsinbreuk = OD.
● 3.1.1 Nee. het feit dat gedraging letsel/zaaksbeschadiging als voorzienbaar gevolg
heeft, is onvoldoende voor rechtsinbreuk.
● 3.2.2 maar bouwwerkzaamheden die aanmerkelijk risico op schade meebrengen,
kunnen ondanks zorgvuldige voorbereiding/uitvoering toch onrechtmatig zijn.
● Van belang: 1: in wiens belang werd gebouwd, 2: moest schade worden geduld, en 3:
wie moest zich verzekeren?
● Van der Wiel: OD zonder normschending?!
3
, ● Kolder: biedt kansen bij personenschade!
○ dit kunnen we voor veel moeilijke gevallen gebruiken, bijv de verhuizende
zussen → scriptie
Onzorgvuldigheid als OD-rubriek
● Open norm, sinds HR Lindenbaum/Cohen (1919) aanvaard (hierin ging het om
oneerlijke concurrentie). Zorgvuldigheidsnorm.
● Casuïstisch (rechtersrecht) en veelomvattend (‘allesreiniger’/’vangnet’ functie)
● Toepassingsgebieden (onder meer): gevaarzetting, hinder, profiteren van wanprestatie,
oneerlijke mededinging, aantasting eer & goede naam
● Kern: belangenafweging obv omstandigheden van het geval
● Bronnen van ongeschreven zorgvuldigheidsnormen (Smeehuijzen):
1. HR-rechtspraak
2. wetgeving (samenwerking/reflexwerking)
3. maatschappelijke normvorming ‘soft law’
4. tuchtrechtspraak
5. deskundigenrapportages
Gevaarzetting als OD-rubriek
● Gevaarzetting: het in het leven roepen of laten voortbestaan van gevaar voor personen
of zaken. (passief of actief)
● Hoofdregel: het enkele veroorzaken van gevaar/schade is niet onrechtmatig. Er geldt
een bepaalde drempel.
● HR Kelderluik: 1965, onrechtmatigheid afhankelijk van omstandigheden
1. Kans op onvoorzichtigheid/onoplettendheid
2. kans op ongevallen
3. ernst van te verwachten gevolgen
4. bezwaarlijkheid van te treffen voorzorgsmaatregelen
De eerste drie vormen de grootte van het risico; de ene kant van de ‘weegschaal’.
● Aanvullende gezichtspunten? (Jansen: nee, Kelderluik 2.0)
5. aard van de gedraging (context: bijv. sport en spel, vrijwilligerswerk) Van belang,
maar dit is eigenlijk overkoepelend. Je kijkt eigenlijk altijd naar de aard van de
gedraging. Dus dat kan je beter de aard van de rechtsverhouding noemen.
6. gebruikelijkheid van voorzorgsmaatregelen. Eigenlijk geen apart criterium voor
nodig, misschien ook niet wenselijk. Want dat bepaald gedrag gebruikelijk is,
betekent niet dat het zorgvuldig is.
● Strohmaier c.s: morele biases bij Kelderluik-toetsing! → meer subjectief dan rationele
toepassing.
Nieuwe wending in deze discussie: in praktijk blijkt dat Kelderluik factoren weinig richting
geven. Vaak tegenstrijdige uitspraken tussen Rb, Hof en HR.
4