2026
Actoren in de
rechtshandhaving
WERKGROEPUITWERKINGEN
,WEEK 1 HETZELFDE ALS PREVENTIE EN BESTRAFFING!
Week 2
1Met welke organisatorische veranderingen hebben de actoren in de praktijk te
maken gehad en hoe verhouden die veranderingen zich tot de bredere
maatschappelijke ontwikkelingen uit week 1?
2. Hoe gaan de actoren met deze veranderingen om?
3. Wat zijn de bedoelde en onbedoelde gevolgen van de wijze waarop actoren
hiermee omgaan?
Literatuur
• Loyens, K. (2024). Regeltoepassing door frontlijnambtenaren. In: N. Holvast
et al. Recht in het echt. Empirische inzichten voor juristen. (Hoofdstuk 9, pp.
303-325). Boom. Het hoofdstuk is hier te vinden: https://research-
portal.uu.nl/ws/files/247885682/Loyens_H9_Regeltoepassing_door_frontlijn
ambtenaren.pdf
Dit artikel richt zich op de regeltoepassing door frontlijnambtenaren en onderzoekt de
discretionaire ruimte die zij hebben en nodig hebben in hun directe contact met burgers. De
kern van de analyse is het spanningsveld tussen law in the books (abstracte regels) en law
in action (toepassing in de praktijk).
1. Organisatorische en Maatschappelijke Veranderingen
De actoren, frontlijnambtenaren zoals politieambtenaren, leerkrachten en inspecteurs,
opereren in een context met diverse organisatorische en bredere maatschappelijke
veranderingen:
Organisatorische Uitdagingen: Frontlijnambtenaren worden geconfronteerd met
structurele uitdagingen, waaronder schaarse middelen en menskracht, een hoge werklast
die het aanbod overtreft, ambigue of tegenstrijdige beleidsdoelstellingen, en prestaties die
lastig meetbaar zijn. Zij moeten ook omgaan met onzekerheden op het vlak van informatie
en interpretatie.
Bredere Maatschappelijke Ontwikkelingen:
1. New Public Management (NPM): De publieke sector is onder invloed van NPM
meer op de private sector gaan lijken, met de nadruk op doeltreffendheid en
efficiëntie. Dit heeft geleid tot output-sturing, waardoor rechtsstatelijke waarden zoals
rechtvaardigheid en gelijkheid onder druk zijn komen te staan.
2. Responsief Beleid en Maatwerk: Er is een recente ontwikkeling richting meer
responsief beleid en maatwerk. Deze benadering erkent dat algemene regels
onvoldoende zijn om passend te reageren in concrete situaties en stelt dat
samenwerking, vertrouwen en dialoog met burgers cruciaal zijn.
3. Digitalisering en Algoritmisering: Overheidsdiensten gebruiken in toenemende
mate algoritmes en digitale tools, deels als antwoord op de vraag naar neutralere,
objectievere besluitvorming en efficiëntie. Deze ontwikkeling leidt tot een
, verschuiving van street-level bureaucracy naar screen-level bureaucracy
(frontlijnambtenaren gebruiken digitale systemen) of zelfs system-level bureaucracy
(dienstverlening volledig geautomatiseerd).
4. Toenemende Bewustwording van Etnisch Profileren: Internationale en nationale
media-aandacht (bijvoorbeeld na de dood van George Floyd in de VS en incidenten
met Typhoon en Kenneth Vermeer in Nederland) heeft het publieke debat over het
risico op etnisch profileren en stereotypering vergroot. Dit heeft instanties als
Amnesty International en de Nationale Ombudsman ertoe gebracht de Nederlandse
Politie en de Koninklijke Marechaussee hierop aan te spreken.
2. Hoe gaan de actoren met deze veranderingen om?
Om de uitdagingen van schaarse middelen en hoge caseloads het hoofd te bieden,
ontwikkelen frontlijnambtenaren vaste patronen en simplificaties, bekend als
copingmechanismen.
Belangrijke copingmechanismen zijn:
Creaming (Afromen): Frontlijnambtenaren richten zich op de eenvoudigste casus,
waar het snelst resultaat geboekt kan worden met de minste inspanning, om zo de
werkdruk te verlagen en prestatienormen te halen.
Gebruik van Stereotiepe Opvattingen: Ambtenaren laten zich leiden door
stereotiepe opvattingen, wat het risico op etnisch profileren met zich meebrengt,
zoals bij politiecontroles. Stereotypering speelt ook een rol bij de beoordeling van
gezinssituaties en de omgang met slachtoffers, waarbij men zich laat leiden door het
beeld van het 'ideale slachtoffer'.
Deservingness (Hulpwaardigheid): Selectie op basis van of burgers de hulp nodig
hebben of verdienen. Burgers die als hardwerkend en meewerkend worden
beschouwd, krijgen een mildere behandeling.
Gedragsindeling (Richting, Weg Van, Tegen Burgers): Coping kan zich
manifesteren als gedrag dat richting burgers beweegt (creatief omgaan met regels,
eigen netwerk inzetten), weg van burgers (afwimpelen wegens drukte) of tegen
burgers (rigide regels toepassen of agressief gedrag).
Omgaan met Digitalisering: Frontlijnambtenaren reageren verschillend op digitale tools. Bij
de inzet van algoritmes, zoals de Slimme Keuzehulp bij de Nederlandse Politie, waarderen
ambtenaren de gestructureerde data die de tool aanreikt, maar negeren zij vaak het advies
van het algoritme en vertrouwen ze op hun professionele oordeelsvermogen. Dit lage
vertrouwen is vaak het gevolg van een gebrek aan uitleg over hoe het advies van het
algoritme tot stand is gekomen.
3. Bedoelde en Onbedoelde Gevolgen
De wijze waarop frontlijnambtenaren omgaan met uitdagingen en veranderingen heeft zowel
gewenste als ongewenste gevolgen.
Bedoelde Gevolgen (Positief):
, Maatwerk en Rechtvaardigheid: De discretionaire ruimte is essentieel om regels op
een efficiënte, effectieve en rechtvaardige manier toe te passen op concrete, vaak
complexe situaties. Discretionaire ruimte maakt het mogelijk om maatwerk te
leveren, wat de afstemming tussen beslissing en burgerlijke situatie verbetert.
Consistente Besluitvorming: De introductie van standaarden en, in sommige
gevallen, digitalisering is bedoeld om de consistentie in besluitvorming te vergroten
en rechtsonzekerheid te verminderen.
Verbeterde Effectiviteit (Enablement-these): Digitale tools kunnen frontlijnwerk
verrijken door de snellere verwerking van data en kunnen winst opleveren op vlak
van dienstverlening en kostenvermindering.
Onbedoelde Gevolgen (Negatief):
Ongelijkheid en Rechtsonzekerheid: Het gebruik van discretionaire ruimte en
copingmechanismen kan leiden tot favoritisme, stereotypering, ongelijke behandeling
en willekeur, wat de rechtsonzekerheid vergroot. Voorbeelden hiervan zijn de
kinderopvangtoeslagaffaire en het gebruik van het fraudeopsporingssysteem SyRI.
Verslechterde Hulpverlening door Creaming: Het focussen op de makkelijkste
casus (creaming) betekent dat personen met de meest ernstige problematiek of het
hoogste recidiverisico (die de hulp het meest nodig hebben) mogelijk geen gepaste
behandeling of opvolging krijgen.
Demotivatie en Vinkjes-Gedrag: Het te rigide inperken van de discretionaire ruimte
via bureaucratische procedures of prestatienormen kan de motivatie van
frontlijnambtenaren doen verminderen, omdat zij het gevoel hebben dat hun
professionele kennis onbenut blijft. Prestatienormen kunnen ook leiden tot 'vinkjes'-
gedrag, waarbij ambtenaren zich richten op het verhogen van hun 'score' in plaats
van zinvol werk te verrichten.
Beperking van Discretionaire Ruimte (Curtailment-these): De invoering van
geautomatiseerde besluitvormingssystemen of digitale platforms (zoals PrisonCloud)
wordt door frontlijnambtenaren vaak ervaren als een beperking van hun eigen
discretionaire ruimte en poortwachtersfunctie.
Wantrouwen in Algoritmes: Het ontbreken van uitleg over de werking van
algoritmes kan bij zowel ambtenaren als burgers leiden tot wantrouwen en een
gebrek aan legitimiteit voor de genomen beslissingen (de 'black box').
Juristen worden geadviseerd om zich bewust te zijn van de spanning tussen law in the
books en law in action, en te zoeken naar een balans tussen responsiviteit en
rechtsgelijkheid bij de uitwerking van beleidsregels en de implementatie van digitale
middelen, om willekeur en discriminatie te vermijden.
• Salet, R., & Terpstra, J. (2019). Criminal justice as a production line: ASAP