Exam prep
Wrap-up week 1 – Intro to Communication Science and Developmental Psychology
• Mediavoorkeuren en -effecten zijn niet universeel (DSMM)
• Mediavoorkeuren en -effecten veranderen van de babytijd tot de adolescentie op een
manier die aansluit bij hun ontwikkelingsfase
• Bij het bespreken van jongeren en media moeten we rekening houden met meerdere
factoren (de 3 C's)
• Bij het bespreken van jongeren en media hebben we een genuanceerd beeld van
schermtijd nodig
Wrap-up week 2 – Educational outcomes of media: early and middle childhood
Voor alle media:
• MHD-hypothese:
Inhoud met een matige discrepantie = ideale balans
• Creëer inhoud die aansluit bij het ontwikkelingsniveau van je publiek
• Gebruik leeftijdsgeschikte taal
• Verhalen vertellen is een effectieve manier om kinderen iets te leren, maar zorg ervoor
dat de les in de verhaallijn is geïntegreerd.
• Presenteer je les op gevarieerde, herhalende manieren.
• Gebruik aantrekkelijke (menselijke) modellen die beloond worden voor gedrag.
• Zorg ervoor dat de inhoud de aandacht vasthoudt en dat kinderen het kunnen nadoen
Specifiek voor digitale media:
• Waardeer scaffolding (denk aan “aangenaam frustrerend”)
• Benut foute antwoorden als kansen om te leren
• Onderschat het belang van gebruiksvriendelijkheid niet
• Interactieve content maakt content aantrekkelijker
Wrap-up week 3 – Mental Health Implications – Social media and wellbeing
Ontwikkelingspsychologie
• Ontwikkelingsveranderingen: ontwikkelingsveranderingen, waaronder de
puberteit/hersenontwikkeling, beïnvloeden het gedrag, de voorkeuren en de
emotionele reacties van adolescenten aanzienlijk.
• Adolescenten bewegen zich van het concrete naar het formele operationele denken,
inclusief geavanceerd abstract denken, metacognitie en hypothetisch denken, wat
introspectie en kritisch denken mogelijk maakt.
Selectie van belangrijke sociaal-emotionele kenmerken
1. Gevoeligheid voor sociale afwijzing: Bijzonder gevoelig voor de status en afwijzing
binnen de groep, wat hun stemming en zelfbeeld beïnvloedt.
2. Kwetsbaarheid voor psychische problemen: Tieners met reeds bestaande psychische
problemen/stressoren worden meer beïnvloed door sociale ervaringen en druk.
3. Risicogedrag: Verhoogde aandacht voor beloning en onvolwassen cognitieve controle
maken adolescenten kwetsbaar voor risicogedrag.
(Sociale)mediavoorkeuren + effecten
• Snelle, compacte, complexe en realistische content: Adolescenten geven de voorkeur
aan snelle, gevarieerde mediacontent die aansluit op hun nieuwe vaardigheden,
interesses en behoeften.
, • Probeer niet te beoordelen of sociale media in het algemeen een effect hebben op
adolescenten in het algemeen.
• Positieve en negatieve effecten: Specifieke soorten interacties met specifieke soorten
content op sociale media kunnen leiden tot zowel positieve (bijv. verbondenheid,
inspiratie) als negatieve (bijv. onzekerheid, eenzaamheid) emotionele reacties.
• Dualiteit in ervaringen: Adolescenten kunnen tegelijkertijd positieve en negatieve
invloeden van sociale media ervaren.
•
Wrap-up week 4 – Identity Development in the Digital Age
Denk je dat het voor adolescenten makkelijker of moeilijker is om een identiteitsgevoel te
ontwikkelen in het digitale tijdperk?
• Adolescenten ontwikkelen hun identiteit en sociale identiteit door te kijken naar hun
sociale omgeving; media worden steeds integraler en invloedrijker in dit proces.
• Adolescenten kunnen leren van media en nabootsen wat ze zien, maar ze kunnen
media ook gebruiken als platform voor identiteitsuiting en -onderzoek.
• Media kunnen een instrument zijn om anderen te socialiseren op basis van iemands
identiteit.
Media als model:
• Effecten hangen af van de kwantiteit en kwaliteit van de representaties
• De meeste gemarginaliseerde groepen worden niet nauwkeurig of authentiek
weergegeven in de verschillende mediavormen
Media als platform:
• Biedt unieke voordelen (en risico's) voor gemarginaliseerde adolescenten
• Geeft meer controle over identiteit expressie en zelfpresentatie
Wrap-up week 5 – Media Overuse and Problematic Media Use
• Zelfregulatie is een belangrijk ontwikkelingsproces voor het begrijpen van media-
effecten en mediakeuze
o Gedragsmatige, cognitieve en emotionele componenten die zich in verschillende
tempo's en op verschillende momenten ontwikkelen gedurende de kindertijd en
adolescentie
• Er is weinig consensus over de terminologie, maar problematisch mediagebruik is een
groeiend probleem waar onderzoekers zich snel op richten
o Sommige bevolkingsgroepen zijn vatbaarder voor problematisch mediagebruik en
ervaren ernstigere negatieve effecten
• Problematisch mediagebruik kan een negatieve invloed hebben op de geestelijke
gezondheid, schoolprestaties en sociale vaardigheden
• Er zijn verschillende strategieën voor kinderen en tieners, maar ouders spelen een
cruciale rol bij het stellen van regels en grenzen rond mediagebruik
Wrap-up week 6 – impact of media on parenting
• Ouders beschikken over diverse strategieën om het mediagebruik van hun kind te
reguleren, maar het wordt steeds lastiger in de steeds verder gedigitaliseerde wereld.
• De effectiviteit van bemiddelings- en monitoringstrategieën verschilt per leeftijd van
het kind en geslacht, opvoedingsstijl, type media, inhoud en culturele context, maar er
is consensus dat actieve bemiddeling en open communicatie het beste beginpunt
vormen.
• Beperkingen zijn succesvoller voor het beperken van de tijd en in de vroege kindertijd,
maar verliezen hun effectiviteit en kunnen een terugslageffect veroorzaken in de
midden kindertijd en adolescentie.