geschreven door:
DonvdP
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Hoofdstuk 1
Christendom ontstond in de eerste eeuw in de Romeinse provincies Galilea en Judea. Daar leefde
Jezus van Nazareth. Religie functioneerde in verschillende lagen. Ten eerste was er de politieke
religie, die leefde in de uitgebreide macht en het administratieve gebied van de Romeinen. Leiders
van gebieden hadden ook ceremoniele projecten te volbrengen, die gelijk waren aan Romeinse
religies. Ten tweede waren er priesters die het leven in de tempels onderhielden. Als derde was er de
voorouderlijke religie. Doordat de Romeinen in 70 na Christus de tempel en de stad van de Joden
verwoestten, ontstonden het Jodendom en Christendom als alternatieve en concurrerende manier
van religieus zijn.
Tijdens het bewind van Augustus werden belangrijke rituelen van een opkomende keizerlijke religie
belangrijker. Tempels, publieke inscripties, en religieuze festivals meldden het goede nieuws van de
vergoddelijkte keizer, die de zoon van God was en vrede, geloof en gerechtigheid bracht in de
wereld. Tempels werden de belangrijkste religieuze bezienswaardigheden in het Romeinse rijk. Een
ander kenmerk waren de teksten. De religie die ontstond rond Jeruzalem had zowel tempels als
teksten. Religie kwam samen in dagelijkse offers en jaarfeesten van de tempel, het werd
gerechtvaardigd door een heilige tekst: de Torah. De synagoge ontwikkelde zich als het centrum van
het Joodse leven.
Twee religieuze bewgingen vonden hun weg om zichzelf te verenigen, de Sadduceeen en de
Farizeeers. De Sadduceeers waren een religieuze beweging die zich overgaven aan een strikte,
conservatieve, en letterlijke naleving van de Torah. Farizeeers daarentegen ontwikkelden normen als
vroomheid, zuiverheid, en religieuze waarneming waardoor ze als persoonlijke en sociale vertolkers
van de Torah werden gezien.
Hoofdstuk 2
Jezus werd geboren ergens tussen 6 en 4 voor Christus in Nazareth, vlak voor het eind van het
bewind van koning Herodus de Grote. Jezus werd aangetrokken door de religieuze beweging van
Johannes de Doper. Vlak nadat hij door Johannes gedoopt was, begon hij zijn eigen leer rond te
spreiden. Het eerste evangelie, van Marcus, verscheen vlak na de verwoesting van de tempel in
Jeruzalem in 70 na christus. De evangelieen van Matteus en Lucas verschenen tussen 80 en 90 na
christus. Die drie worden de synoptische evangelieen genoemd, omdat ze een zelfde beeld van Jezus
geven. Als alternatief van de synoptische evangelieen werd het evangelie van Johannes geschreven
aan het eind van de eerste eeuw. Volgens het evangelie van Marcus was Jezus een leraar van kennis.
De leer van Jezus bevatte veel van de gebruiken van menselijke relaties en sociale interactie. Het
zwervende bestaan, verwerping van bezittingen, en gedisciplineerd bidden, gecombineerd met
prikkelende kennis van Jezus en zijn volgelingen tonen veel overeenkomsten met een filosofische
beweging: de Cynici.
In het evangelie van Marcus wordt Jezus neergezet als een werker van wonderen. Daardoor werd
Jezus herdacht als een heilige man met spirituele krachten, die niet alleen onderwijs gaf maar ook
mensen genas, over water liep, en opstond uit de dood. In die tijd waren wonderen het bewijs dat er
iets bovennatuurlijks bestond, en werden dus geaccepteerd. Toch bleef er wel een verschil tussen
supermenselijke krachten en onecht bijgeloof, oftewel religieuze wonderen en bijgelovige magie.
Religie zou goed zijn voor de menselijke samenleving, maar magie zou alleen voor degen die het
uitvoert goed zijn. Hierdoor werd Jezus door sommigen gezien als magiër. Maar volgens de
evangelieen waren zijn daden en wonderen alleen een bevestiging van zijn bovennatuurlijke
krachten. Voor Christenen waren deze wonderen het tegenovergestelde van magie.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Hoofdstuk 3
In de 40 jaar na de dood van Jezus, ontstonden er verschillende religieuze groepen rondom zijn
herinnering. De ene groep verzamelde zijn leer en herdachten zijn daden, de andere groep
herinnerde Jezus als een goddelijke, de Christus, wiens dood en lijden verlossing beloofden. Deze
twee typen groepen, Jezus bewegingen en Christus gemeenten, ontstonden in verschillende
geografische regionen in het Romeinse Rijk. Jezus bewegingen ontstonden in Palestina en Zuid-Syrie.
Voor de geschiedenis van het Christendom was de belangrijkste beweging die in Galilea, die de
werken van Jezus verzamelden en bundelden. In de Christus gemeente die ontstonden in Noord-
Syrie, Asia Minor, en Griekenland, betekende de dood van Jezus de redding van iedereen die de dood
en verrijzenis van Jezus volgden voor hun zonden. Voor hen was Jezus een godheid.
Volgens de evangelien van het Nieuwe Testament, verscheen Jezus op de derde dag na zijn dood,
eerst aan Maria Magdalenda en andere vrouwen, en daarna aan zijn groep discipelen. In een eerder
verhaal verscheen Jezus eerst aan zijn best discipelen, daarna aan 500 mensen, dan zijn broer, en
uiteindelijk aan een religieuze Jood die een cruciale rol ging spelen in de ontwikkeling van het
Christendom: Paulus. Jezus wordt geidentificeerd als de verlosser, maar Paulus was de stichter van
het Christendom.
De besnijdenis was een ritueel die bij de Joden in gebruik was. Paulus ging hier tegen in en vond dat
het om een spirituele besnijdenis van het hart was in plaats van de letterlijke besnijdenis van de
penis. De ‘echte’ besnijdenis vond plaats in het hart, uitgevoerd door degenen die God vereren als
geest, en geen geloof hechten aan het vlees. Het punt werd nu hoe een persoon bij de groep van
God of Jezus Christus zou kunnen behoren. Paulus richtte zich daarom op het verbond van Abraham
met God. Paulus zei dat Jezus een directe nakomeling van Abraham is en dus genealogisch ook bij de
mensen van Israel hoort. Je hoeft dus niet meer besneden te worden om erbij te horen, maar je
moet in de enige God geloven. Paulus pleitte voor een algehele vrijheid die niet ging om etniciteit,
sociale klasse, of geslacht. Het gaat niet om Joden of Grieken, slaven of vrijen, man en vrouw, er is
alleen Jezus Christus voor iedereen.
Paulus werkte hard aan het neerzetten van de geschiedenis van Jezus. Hij plaatste Christus in één lijn
met Abraham, als opvolger van de goddelijke belofte voor de mensen van Israel. Tegelijkertijd zet hij
Christus tegenover Adam, de eerste mens, waardoor hij een oude mythe gebruikt om niet alleen een
etnische groep aan te spreken maar de gehele wereldbevolking. Waar Adam zonde in de wereld
bracht, bracht Christus juist de redding. Niet onbelangrijk identificeerde Paulus Christus als de zoon
van God die geboren was in een menselijke vorm waardoor mensen ook zonen en dochters van God
konden worden. Christus was het begin van alles, maar ook het einde waar het goede al het kwade
zou overwinnen. Aan het begin van de 2e eeuw was dit beeld van een einde der tijden die snel zou
komen, uitgewerkt in het Boek van de Openbaring, de apocalypse geschreven door Johannes van
Patmos. Deze auteur voegde Satan en Rome samen, waardoor er een eenzijdig beeld ontstond van
slechtheid van macht, dominantie, discriminatie, en vervolging.
Hoofdstuk 4
Vanaf het begin werd het Christendom gemarkeerd door conflicten. De Joden maakten bezwaar
tegen de Christelijke pogingen om hun religieuze middelen eigen te maken. Hoe kon zo’n kleine
minderheid beweren dat ze de legitieme nakomelingen zijn van de hele geschiedenis van Israel? In
Rome was het Jodendom een legale en beschermde godsdienst, maar het christendom was onder
verdenking. De christenen werden onderworpen aan officiele onderzoeken. Ze werden beschuldigd
van incest, kannibalisme, en atheisme. Er waren in Rome drie bekende christelijke denkers, alledrie
uit verschillende plaatsen, en met verschillende opvattingen over het christendom: Justus, Marcion,
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.