Samenvatting Diagnostisch
Onderzoek 1a
geschreven door:
LauraaR
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Diagnostisch Onderzoek 1a
De student:
Hoofdstuk 1:
Diagnostisch proces:
1. Hypothesevorming op basis van theorie
2. Keuze van onderzoeksmiddelen (na operationalisatie)
3. Formuleren van toetsbare voorspellingen
4. Afname en scoring
5. Argumentatie (aannemen of verwerpen hypothesen)
6. Verslaglegging
5 basisvragen:
1. Onderkenning: wat zijn de problemen, wat lukt wel, wat niet?
a. Inventarisatie
b. Ordening in disfunctionele gedragsclusters of stoornissen
c. Inschatting ernst: classificatie of diagnostische formulering.
2. Verklaring: waarom problemen en waarom blijven ze?
a. Bij diagnostische formulering onderkenning en verklaring vaak tegelijk
b. Waarom is er een gedragsprobleem?
– I Locus (persoon of situatie)
– II Aard van controle (oorzaak)
– III Synchrone (tegelijk met het gedrag) en diachrone (vooraf aan het gedrag)
verklaringscondities
– IV Inducerende (laten gedrag ontstaan) en continuerende (in stand houden)
condities voor gedrag
3. Predictie: hoe gaan problemen zich mogelijk ontwikkelen?
Predictor = nu aanwezige gedrag
Criterium = toekomstige gedrag
4. Indicatie: hoe kunnen problemen verholpen worden?
a. Of er behandeling nodig is en zo ja: welke hulpverlener- hulpverlening?
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Er moet rekening worden gehouden met de voorkeuren van de cliënt, anders wordt
het advies niet opgevolgd.
5. Evaluatie: in hoeverre heeft interventie geholpen?
Geschiedenis van diagnostiek en belangrijk personen (collegesheets).
Ipsatief meten = een individu vergelijken op verschillende tijdstippen.
Hoofstuk 2:
3 referentiekaders:
1. Individuele verschillen
2. Ontwikkeling
3. Context
Kwaliteit van referentiekaders:
- Toppers eigenschap benadering (IQ + persoonlijkheidstests) en contexttheorieën
- Middenklasse delen van psychoanalyse
- Ondermaatsen Grootste deel van psychoanalytische- humanistische- & existentiële
psychologie = zijn niet te toetsen.
-
Hoofdstuk 3: Het gesprek
Er worden 3 verschillende soorten gesprekken gevoerd in de diagnostische fase: het intakegesprek,
het crisisinterventiegesprek en het adviesgesprek (slechtnieuwsgesprek is daar een voorbeeld van).
Doel intakegesprek informatieverzameling + opbouwen van goede, professionele relatie. Na het
intakegesprek kan er soms al direct een advies worden gegeven, dan is een test niet meer nodig en
wordt er direct een adviesgesprek gevoerd.
Voorwaarden dat een diagnostisch gesprek goed verloopt, met betrekking op:
- De omgeving rustige, niet-afleidende omgeving
- De kennis van de gespreksleider kennis van psychische processen, functies en
stoornissen, de DSM en andere classificatiesystemen en van epidemiologie.
- De vaardigheden van de gespreksleider houding: empathie, onvoorwaardelijke positieve
acceptatie, echtheid. Ook moet de gespreksleider zich kunnen aanpassen aan bijv. de
intelligentie van de cliënt. Gesprekstechnieken: luisteren, adequate vragen stellen, non-
verbaal gedrag,
Onderwerpen die volgens Hoekstra in een intakegesprek moeten worden besproken:
1. Klachten (aardig, begin, verloop, gevolgen)
2. Omstandigheden (relaties, omgeving, werk, opleiding, dagelijkse gang van zaken)
3. Persoonlijkheidsontwikkeling (informatie over gezin, afkomst)
4. Verder levensloop
5. Hulpvraag van cliënt
Rekening houden met de levensfase waarin cliënten zitten is belangrijk. Een goede manier om
informatie te verzamelen over een cliënt is d.m.v. een vragenlijst of een gestructureerd interview. Dit
kan voor of na het intakegesprek. Maar als het voor het intakegesprek gebeurt, moet de
gespreksleider wel de tijd hebben alles goed door te lezen en het op zich in te laten werken. De
diagnoses die klinisch psychologen stellen worden hoog gewaardeerd, maar onderzoeken laten zien
dat er vaak verschillende diagnoses worden gesteld door verschillende psychologen. Daarom zijn er 2
hulpmiddelen: beoordelingsschalen, de psycholoog moet een gestandaardiseerde beoordeling geven
op een aantal onderwerpen, en gestructureerde interviews, vastgelegde vragen die helpen tot een
oordeel te komen. De beoordelingsschalen laten het proces vrij, het gestructureerde interview legt juist
het proces vast. Volgens Rogers heeft het gestructureerde interview een aantal voordelen:
betrouwbaarheid is hoger en beter vast te stellen, betere inschatting van de ernst van de klachten,
reductie van informatie- en criteriumvariantie, grotere omvattendheid.
De eenheid die wordt gebruik voor de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid is de kappa.
SCID = semigestructureerd interview voor de classificatie van psychische stoornissen op as-| en as-||.
Er is een onderzoeksversie en een klinische versie van de SCID. De onderzoeksversie is het meest
uitgebreid, en daarvan bestaat een cliëntversie voor mensen die lijden aan een psychische
stoornis, en een niet-cliëntversie nog niet duidelijk of er een stoornis aanwezig is. De
onderzoeksversie bestaat uit 10 modules:
1. Stemmingsepisodes
2. Psychotische en aanverwante symptomen
3. Psychotische stoornissen
4. Stemmingsstoornissen
5. Middelengebruik
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
Onderzoek 1a
geschreven door:
LauraaR
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Diagnostisch Onderzoek 1a
De student:
Hoofdstuk 1:
Diagnostisch proces:
1. Hypothesevorming op basis van theorie
2. Keuze van onderzoeksmiddelen (na operationalisatie)
3. Formuleren van toetsbare voorspellingen
4. Afname en scoring
5. Argumentatie (aannemen of verwerpen hypothesen)
6. Verslaglegging
5 basisvragen:
1. Onderkenning: wat zijn de problemen, wat lukt wel, wat niet?
a. Inventarisatie
b. Ordening in disfunctionele gedragsclusters of stoornissen
c. Inschatting ernst: classificatie of diagnostische formulering.
2. Verklaring: waarom problemen en waarom blijven ze?
a. Bij diagnostische formulering onderkenning en verklaring vaak tegelijk
b. Waarom is er een gedragsprobleem?
– I Locus (persoon of situatie)
– II Aard van controle (oorzaak)
– III Synchrone (tegelijk met het gedrag) en diachrone (vooraf aan het gedrag)
verklaringscondities
– IV Inducerende (laten gedrag ontstaan) en continuerende (in stand houden)
condities voor gedrag
3. Predictie: hoe gaan problemen zich mogelijk ontwikkelen?
Predictor = nu aanwezige gedrag
Criterium = toekomstige gedrag
4. Indicatie: hoe kunnen problemen verholpen worden?
a. Of er behandeling nodig is en zo ja: welke hulpverlener- hulpverlening?
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Er moet rekening worden gehouden met de voorkeuren van de cliënt, anders wordt
het advies niet opgevolgd.
5. Evaluatie: in hoeverre heeft interventie geholpen?
Geschiedenis van diagnostiek en belangrijk personen (collegesheets).
Ipsatief meten = een individu vergelijken op verschillende tijdstippen.
Hoofstuk 2:
3 referentiekaders:
1. Individuele verschillen
2. Ontwikkeling
3. Context
Kwaliteit van referentiekaders:
- Toppers eigenschap benadering (IQ + persoonlijkheidstests) en contexttheorieën
- Middenklasse delen van psychoanalyse
- Ondermaatsen Grootste deel van psychoanalytische- humanistische- & existentiële
psychologie = zijn niet te toetsen.
-
Hoofdstuk 3: Het gesprek
Er worden 3 verschillende soorten gesprekken gevoerd in de diagnostische fase: het intakegesprek,
het crisisinterventiegesprek en het adviesgesprek (slechtnieuwsgesprek is daar een voorbeeld van).
Doel intakegesprek informatieverzameling + opbouwen van goede, professionele relatie. Na het
intakegesprek kan er soms al direct een advies worden gegeven, dan is een test niet meer nodig en
wordt er direct een adviesgesprek gevoerd.
Voorwaarden dat een diagnostisch gesprek goed verloopt, met betrekking op:
- De omgeving rustige, niet-afleidende omgeving
- De kennis van de gespreksleider kennis van psychische processen, functies en
stoornissen, de DSM en andere classificatiesystemen en van epidemiologie.
- De vaardigheden van de gespreksleider houding: empathie, onvoorwaardelijke positieve
acceptatie, echtheid. Ook moet de gespreksleider zich kunnen aanpassen aan bijv. de
intelligentie van de cliënt. Gesprekstechnieken: luisteren, adequate vragen stellen, non-
verbaal gedrag,
Onderwerpen die volgens Hoekstra in een intakegesprek moeten worden besproken:
1. Klachten (aardig, begin, verloop, gevolgen)
2. Omstandigheden (relaties, omgeving, werk, opleiding, dagelijkse gang van zaken)
3. Persoonlijkheidsontwikkeling (informatie over gezin, afkomst)
4. Verder levensloop
5. Hulpvraag van cliënt
Rekening houden met de levensfase waarin cliënten zitten is belangrijk. Een goede manier om
informatie te verzamelen over een cliënt is d.m.v. een vragenlijst of een gestructureerd interview. Dit
kan voor of na het intakegesprek. Maar als het voor het intakegesprek gebeurt, moet de
gespreksleider wel de tijd hebben alles goed door te lezen en het op zich in te laten werken. De
diagnoses die klinisch psychologen stellen worden hoog gewaardeerd, maar onderzoeken laten zien
dat er vaak verschillende diagnoses worden gesteld door verschillende psychologen. Daarom zijn er 2
hulpmiddelen: beoordelingsschalen, de psycholoog moet een gestandaardiseerde beoordeling geven
op een aantal onderwerpen, en gestructureerde interviews, vastgelegde vragen die helpen tot een
oordeel te komen. De beoordelingsschalen laten het proces vrij, het gestructureerde interview legt juist
het proces vast. Volgens Rogers heeft het gestructureerde interview een aantal voordelen:
betrouwbaarheid is hoger en beter vast te stellen, betere inschatting van de ernst van de klachten,
reductie van informatie- en criteriumvariantie, grotere omvattendheid.
De eenheid die wordt gebruik voor de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid is de kappa.
SCID = semigestructureerd interview voor de classificatie van psychische stoornissen op as-| en as-||.
Er is een onderzoeksversie en een klinische versie van de SCID. De onderzoeksversie is het meest
uitgebreid, en daarvan bestaat een cliëntversie voor mensen die lijden aan een psychische
stoornis, en een niet-cliëntversie nog niet duidelijk of er een stoornis aanwezig is. De
onderzoeksversie bestaat uit 10 modules:
1. Stemmingsepisodes
2. Psychotische en aanverwante symptomen
3. Psychotische stoornissen
4. Stemmingsstoornissen
5. Middelengebruik
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.