Hoofdstuk1:
8 Motieven Sociaal Werk
1. Godsdienstige levensbeschouwing: barmhartigheid en gerechtigheid
2. Medemenselijkheid: filantropia en humanitas
3. Openbare orde
4. Sociale Angst
5. In stand houden van arbeidsreserve
6. Schuld gevoel en verontwaardiging
7. Emancipatie en zelfontplooing
8. Het professionele motief
De werken van barmhartigheid: blz17 afbeelding
1. Ik had honger en jullie gaven mij te eten
2. Ik had dorst en jullie gaven mij te drinken
3. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op
4. Ik was nakat en jullie kleedden mij
5. Ik was ziek en jullie bezochten mij
6. Ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.
Joodse geloof: God heeft het volk uit de slavernij in Egypte bevrijd. Mozes & Jezus van Nazareth
Maimonides: beroemde joodse geleerde
Barmhartigheid (chesed)= liefdevol zijn, medelijden en mededogen hebben en
rechtvaardigheid(tsedaka) gerechtigheid = recht hebben
Christelijk geloof: barmhartigheid en naasteliefde
De barmhartige Samaritaan (blz 19)
Charitas of caritas = dienende liefde
Verschil tussen katholiek en protestant:
Kerstening: vanaf het einde van de zevende eeuw werd er met alle middelen gebwoud aan de
vestiging van de christelijke kerk in de Noordelijke Lage landen. ( gewelddadig en vreedzaam)
Islam: giften aan de armen (zakat) en je inzetten voor de gemeenschap (maslaha) Mohammed
Humanistische levensbeschouwing: hierin staat de mens centraal
Filantropie: menslievend
Humanitas: menselijkheid
Openbare orde: rust en orde in openbare gelegenheden (wettelijke orde, voor iedereen)
Arbeidsreserve: mensen zonder werk in leven houden, zodat ze kunnen werken wanneer er wel
werk is.
Schuldgevoel: het sociale geweten
Belangrijke boeken: De hut van oom Tom (roman) afschaffing slavernij , Max Havelaar (roman)
schandalige behandeling Javaanse bevolking (mutatuli)
Verontwaardiging:
Emancipatie: Het zelfbewuster worden en opeisen van gelijke of gelijkwaardige rechten door
voorheen achtergestelde groepen in de bevolking.
Professionele motief: blz 33
Charles Dickens: schreef bestsellers over sociale misstanden (oliver twist, David copperfield, A
chritsmas Carol)
Arnold Toynbeed: vrijwilligerswerk in de londense Achterbuurt: Toynbee Hall = volkshuisstudenten
Aletta Jacobs: Eerste vrouw die toestemming kreeg om met een universitaire studie te beginnen.
,Hoofdstuk 2:
Standenmaatschappij: er werden 3 standen onderscheiden: geestelijkheid, ade adel en de werkende
stand.
Broederschappen:
Kleinschaligheid: leeg en nat land met opvallend veel stadjes, dun bevolkt.
Kloosters: Italiaans Monte Cassino benedictus van Nursia (stichter) , 3 geloften: ieder die
toetreedt tot het klooster belooft in armoede te zullen leven, zich te onthouden van seksuele
omgang (kuisheid) en gehoorzaam te zijn aan de abt.
Antonius wordt beschouwd als de vader van het kloosterleven. Franciscus wilde sober leven en
zetten zich in voor zieken, melaatsen en bedelaars. Clara volgde het voorbeeld van Franciscus,
inspireert nog steeds vrouwen. Net als Elisabeth van Thüringen: zij bouwde armenhuizen en een
gasthuis.
Hospitaal/ hospitalitas:
Gasthuis: een plek waar onderdak wordt geboden
Heilige geesttafel: ?? armentafels waar voedsel wordt uitgedeeld.
Differentiatie van gasthuizen: passantenhuis (reizende), vondelingen en wezen ( zonder ouder),
zieken, geesteszieken, dolhuizen (dollen, krankzinnigen).
1122 (1e gasthuis in Utrecht); 1270 (begin gezinsverpleging in Geel, België ); 1442 (1e dolhuis in ’s-
Hertogenbosch, Reinier van Arkel)
Blz 54 Nachtopvang: onderdak voor de nacht voor zwervers
Burgerweeshuis: voor wezen uit de burgerij
Aalmoezeniersweeshuis: voor wezen uit de onderste bevolkingslaag van de armen.
Arbeidsmoraal:
Christelijke visie op armoede: ‘de arme’ iemand die dicht bij god staat.
Van mededogen tot misprijzen:
Armoedebeweging: blz 44 reactie op omstandigheden in de omgeving. waldenzen = armen van
lyon: prediken van het evangelie.
Heilseconomie: iets voor een ander doen was ook in je eigen belang.
‘ware armen’:
Lediggangers:
Ketterse bewegingen: gevormd door katharen, verzet tegen bepaalde belangen van de kerk lees blz
45.
Hermeieten:
Armenzorgfondsen:
Hoogte uitkeringen altijd karig:
Stadslucht maakt vrij:
Concilie van Tours (567): ?? dat iedere gemeenschap de autochtonen armen en behoeftige op
passende wijze voede, elk naar eigen vermogen.
Hoofdstuk 3:
Renaissance: wedergeboorte
Humanisme: Het humanisme is een levensbeschouwing die de mens centraal stelt. Humanisten
geloven niet in een god, maar in het zorgvuldig en gewetensvol omgaan met anderen, de wereld en
jezelf. Desiderius Erasmus: pleit voor tolerantie, onderwijs, opvoeding en discipline. Juan Luis Vives:
Kritisch op de kerkelijke armenzorg en stelde voor dat het stadsbestuur de regie zou overnemen. Dirk
Coornhert: hij zag niks in wrede straffen, boeven moeten opgevoed worden, door te werken.
Thomas More: Engels, Utopia
Humanisten over opvoeding: de armoede is een kwestie van opvoeding
Reformatie: De religieuze beweging in het begin van de 16e eeuw die ten doel had hervormingen in
de rooms-katholieke kerk tot stand te brengen en leidde tot de oprichting van protestantse kerken.
Maarten Luther, hij wilde het geloof zuiveren en de kerk hervormen.
, Arbeidsmoraal + verandering:
Christelijke visie op armoede:
Van mededogen tot misprijzen: ? blz 57: armoede werd steeds meer opgevat als een negatieve
toestand waar je zo snel mogelijk uit moest zien te komen.
‘ware armen’:
Ledigganers:
Rasphuis, Spinhuis, Dolhuis: Rapshuis (1596) was voor mannen, het rapsen van hardhout; Spinhuis
voor vrouwen; produceren van positieve effecten in het gedrag.
‘Boeventucht’: een soort gevangenis, later vernieuwd met minder lijfstraffen en verminkingen, maar
meer opvoedend gericht.
Subvenstione Pauperum (hulp voor armen):
Hoofdstuk 4:
Protestantisme: leer, geloof en aanhang van de protestanten, (Maarten Luther) Prostestantse
theologen over armoede: armen hebben niks heiligs, het waren of stakkers die geholpen moesten
worden of profiteurs die aan het werk moesten worden gezet.
Johannes Calvijn: Calvinisme, protestanten. De kerk moet het toezichten van de armenzorg bij zich
houden.
Revolutie: reformatie en revolutie zorgde voor de republiek der Nederlanden.
Opstand of tachtigjarige oorlog 1568-1648: Nederland tegen Spanje onderleiding van Willem van
Oranje, door dat de macht van de Nederlandse adel werd ingeperkt door het centralistische
bestuurd. Er kwam een scheiding tussen de twee gebieden (Nederland en België nu) als gevolg de
Goude Eeuw. Gevolg voor katholieken:
Succesfactoren van de republiek: Stedelijke autonomie en corporatisme.
Stedelijke autonomie: steden met autonome instellingen, meer zelfbesturing- onttrekking aan de
bemoeizucht van de vorsten.
Corporatisme: het streven naar staatsordening.
Multiconfessioneel / multiconfessionele armenzorg: Voor iedere persoon was er een individuele
vrijheid van geweten en geloof. 6 verschillende geloofsovertuigingen met ieder een eigen armenzorg.
Charitatief: liefdadig
Diaconie (1580); gilde, tafel van de Heilige geest of geefhuis, ‘blokken’, gilde: blz 81/82
Nederlandse armenzorg in 17e eeuw uniek in Europa: charitatieve erfenis, religieuze verdeeldheid of
pluralisme, kleinschaligheid, welvaart.
Secours van den Armen (1526)
Hoofdstuk 5 en 6:
De verlichting, de verlichtingsidealen??: Motto: beschaving door ontwikkeling van kennis en
deugden. Blz 88.
‘Sapere Aude’(Durf te denken!): Duitse Filosoof Kant
Standensamenleving: de bevolking is in verschillende groepen of standen opgedeeld. De 3
geloofsrichtingen: verlichting, rooms-katholieke en protestanten.
Patriotten: Burgers met veel kritiek op de manier van regeren van de Oranjes en hun
beschermelingen.
mensenrechten-denken:
Amerikaanse, Franse en Bataafse revolutie, idealen Amerikaanse Revolutie, idealen Franse
Revolutie:
Protestantse opwekkingsbewegingen (het Réveil): Bij de opwekkingsbewegingen werd een
massapubliek bereikt en bij de Réveil bleef het juist kleinschalig, gericht op aristocratische en
vooraantstaande families. vrijzinnig-protestant, orthodox-protestant
Rooms-katholieke herleving (waarom herleving?):ze gingen zich ook bezighouden met sociaal werk.
Uitbreiding jeugdinternaten het grootst, meerdere stichtingen zorgde voor einde discriminatie. Er
werden kerken gebouwd, scholen gesticht ect. Blz 104. (dit kwam door de gelijke rechten)
8 Motieven Sociaal Werk
1. Godsdienstige levensbeschouwing: barmhartigheid en gerechtigheid
2. Medemenselijkheid: filantropia en humanitas
3. Openbare orde
4. Sociale Angst
5. In stand houden van arbeidsreserve
6. Schuld gevoel en verontwaardiging
7. Emancipatie en zelfontplooing
8. Het professionele motief
De werken van barmhartigheid: blz17 afbeelding
1. Ik had honger en jullie gaven mij te eten
2. Ik had dorst en jullie gaven mij te drinken
3. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op
4. Ik was nakat en jullie kleedden mij
5. Ik was ziek en jullie bezochten mij
6. Ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.
Joodse geloof: God heeft het volk uit de slavernij in Egypte bevrijd. Mozes & Jezus van Nazareth
Maimonides: beroemde joodse geleerde
Barmhartigheid (chesed)= liefdevol zijn, medelijden en mededogen hebben en
rechtvaardigheid(tsedaka) gerechtigheid = recht hebben
Christelijk geloof: barmhartigheid en naasteliefde
De barmhartige Samaritaan (blz 19)
Charitas of caritas = dienende liefde
Verschil tussen katholiek en protestant:
Kerstening: vanaf het einde van de zevende eeuw werd er met alle middelen gebwoud aan de
vestiging van de christelijke kerk in de Noordelijke Lage landen. ( gewelddadig en vreedzaam)
Islam: giften aan de armen (zakat) en je inzetten voor de gemeenschap (maslaha) Mohammed
Humanistische levensbeschouwing: hierin staat de mens centraal
Filantropie: menslievend
Humanitas: menselijkheid
Openbare orde: rust en orde in openbare gelegenheden (wettelijke orde, voor iedereen)
Arbeidsreserve: mensen zonder werk in leven houden, zodat ze kunnen werken wanneer er wel
werk is.
Schuldgevoel: het sociale geweten
Belangrijke boeken: De hut van oom Tom (roman) afschaffing slavernij , Max Havelaar (roman)
schandalige behandeling Javaanse bevolking (mutatuli)
Verontwaardiging:
Emancipatie: Het zelfbewuster worden en opeisen van gelijke of gelijkwaardige rechten door
voorheen achtergestelde groepen in de bevolking.
Professionele motief: blz 33
Charles Dickens: schreef bestsellers over sociale misstanden (oliver twist, David copperfield, A
chritsmas Carol)
Arnold Toynbeed: vrijwilligerswerk in de londense Achterbuurt: Toynbee Hall = volkshuisstudenten
Aletta Jacobs: Eerste vrouw die toestemming kreeg om met een universitaire studie te beginnen.
,Hoofdstuk 2:
Standenmaatschappij: er werden 3 standen onderscheiden: geestelijkheid, ade adel en de werkende
stand.
Broederschappen:
Kleinschaligheid: leeg en nat land met opvallend veel stadjes, dun bevolkt.
Kloosters: Italiaans Monte Cassino benedictus van Nursia (stichter) , 3 geloften: ieder die
toetreedt tot het klooster belooft in armoede te zullen leven, zich te onthouden van seksuele
omgang (kuisheid) en gehoorzaam te zijn aan de abt.
Antonius wordt beschouwd als de vader van het kloosterleven. Franciscus wilde sober leven en
zetten zich in voor zieken, melaatsen en bedelaars. Clara volgde het voorbeeld van Franciscus,
inspireert nog steeds vrouwen. Net als Elisabeth van Thüringen: zij bouwde armenhuizen en een
gasthuis.
Hospitaal/ hospitalitas:
Gasthuis: een plek waar onderdak wordt geboden
Heilige geesttafel: ?? armentafels waar voedsel wordt uitgedeeld.
Differentiatie van gasthuizen: passantenhuis (reizende), vondelingen en wezen ( zonder ouder),
zieken, geesteszieken, dolhuizen (dollen, krankzinnigen).
1122 (1e gasthuis in Utrecht); 1270 (begin gezinsverpleging in Geel, België ); 1442 (1e dolhuis in ’s-
Hertogenbosch, Reinier van Arkel)
Blz 54 Nachtopvang: onderdak voor de nacht voor zwervers
Burgerweeshuis: voor wezen uit de burgerij
Aalmoezeniersweeshuis: voor wezen uit de onderste bevolkingslaag van de armen.
Arbeidsmoraal:
Christelijke visie op armoede: ‘de arme’ iemand die dicht bij god staat.
Van mededogen tot misprijzen:
Armoedebeweging: blz 44 reactie op omstandigheden in de omgeving. waldenzen = armen van
lyon: prediken van het evangelie.
Heilseconomie: iets voor een ander doen was ook in je eigen belang.
‘ware armen’:
Lediggangers:
Ketterse bewegingen: gevormd door katharen, verzet tegen bepaalde belangen van de kerk lees blz
45.
Hermeieten:
Armenzorgfondsen:
Hoogte uitkeringen altijd karig:
Stadslucht maakt vrij:
Concilie van Tours (567): ?? dat iedere gemeenschap de autochtonen armen en behoeftige op
passende wijze voede, elk naar eigen vermogen.
Hoofdstuk 3:
Renaissance: wedergeboorte
Humanisme: Het humanisme is een levensbeschouwing die de mens centraal stelt. Humanisten
geloven niet in een god, maar in het zorgvuldig en gewetensvol omgaan met anderen, de wereld en
jezelf. Desiderius Erasmus: pleit voor tolerantie, onderwijs, opvoeding en discipline. Juan Luis Vives:
Kritisch op de kerkelijke armenzorg en stelde voor dat het stadsbestuur de regie zou overnemen. Dirk
Coornhert: hij zag niks in wrede straffen, boeven moeten opgevoed worden, door te werken.
Thomas More: Engels, Utopia
Humanisten over opvoeding: de armoede is een kwestie van opvoeding
Reformatie: De religieuze beweging in het begin van de 16e eeuw die ten doel had hervormingen in
de rooms-katholieke kerk tot stand te brengen en leidde tot de oprichting van protestantse kerken.
Maarten Luther, hij wilde het geloof zuiveren en de kerk hervormen.
, Arbeidsmoraal + verandering:
Christelijke visie op armoede:
Van mededogen tot misprijzen: ? blz 57: armoede werd steeds meer opgevat als een negatieve
toestand waar je zo snel mogelijk uit moest zien te komen.
‘ware armen’:
Ledigganers:
Rasphuis, Spinhuis, Dolhuis: Rapshuis (1596) was voor mannen, het rapsen van hardhout; Spinhuis
voor vrouwen; produceren van positieve effecten in het gedrag.
‘Boeventucht’: een soort gevangenis, later vernieuwd met minder lijfstraffen en verminkingen, maar
meer opvoedend gericht.
Subvenstione Pauperum (hulp voor armen):
Hoofdstuk 4:
Protestantisme: leer, geloof en aanhang van de protestanten, (Maarten Luther) Prostestantse
theologen over armoede: armen hebben niks heiligs, het waren of stakkers die geholpen moesten
worden of profiteurs die aan het werk moesten worden gezet.
Johannes Calvijn: Calvinisme, protestanten. De kerk moet het toezichten van de armenzorg bij zich
houden.
Revolutie: reformatie en revolutie zorgde voor de republiek der Nederlanden.
Opstand of tachtigjarige oorlog 1568-1648: Nederland tegen Spanje onderleiding van Willem van
Oranje, door dat de macht van de Nederlandse adel werd ingeperkt door het centralistische
bestuurd. Er kwam een scheiding tussen de twee gebieden (Nederland en België nu) als gevolg de
Goude Eeuw. Gevolg voor katholieken:
Succesfactoren van de republiek: Stedelijke autonomie en corporatisme.
Stedelijke autonomie: steden met autonome instellingen, meer zelfbesturing- onttrekking aan de
bemoeizucht van de vorsten.
Corporatisme: het streven naar staatsordening.
Multiconfessioneel / multiconfessionele armenzorg: Voor iedere persoon was er een individuele
vrijheid van geweten en geloof. 6 verschillende geloofsovertuigingen met ieder een eigen armenzorg.
Charitatief: liefdadig
Diaconie (1580); gilde, tafel van de Heilige geest of geefhuis, ‘blokken’, gilde: blz 81/82
Nederlandse armenzorg in 17e eeuw uniek in Europa: charitatieve erfenis, religieuze verdeeldheid of
pluralisme, kleinschaligheid, welvaart.
Secours van den Armen (1526)
Hoofdstuk 5 en 6:
De verlichting, de verlichtingsidealen??: Motto: beschaving door ontwikkeling van kennis en
deugden. Blz 88.
‘Sapere Aude’(Durf te denken!): Duitse Filosoof Kant
Standensamenleving: de bevolking is in verschillende groepen of standen opgedeeld. De 3
geloofsrichtingen: verlichting, rooms-katholieke en protestanten.
Patriotten: Burgers met veel kritiek op de manier van regeren van de Oranjes en hun
beschermelingen.
mensenrechten-denken:
Amerikaanse, Franse en Bataafse revolutie, idealen Amerikaanse Revolutie, idealen Franse
Revolutie:
Protestantse opwekkingsbewegingen (het Réveil): Bij de opwekkingsbewegingen werd een
massapubliek bereikt en bij de Réveil bleef het juist kleinschalig, gericht op aristocratische en
vooraantstaande families. vrijzinnig-protestant, orthodox-protestant
Rooms-katholieke herleving (waarom herleving?):ze gingen zich ook bezighouden met sociaal werk.
Uitbreiding jeugdinternaten het grootst, meerdere stichtingen zorgde voor einde discriminatie. Er
werden kerken gebouwd, scholen gesticht ect. Blz 104. (dit kwam door de gelijke rechten)