VWO 4
Periode 2
Lyriek
CATULLUS
, Ik haat en ik bemin. Waarom ik dat doe,
vraag je misschien.
Ik weet het niet, maar ik merk dat het
gebeurt en ik word gefolterd.
Aantekeningen:
Regel 1: Faciam is een con. Praesens
Want het is een indirecte vraag?
Regel 1: Odi et amo staan beide in enkelvouw
Want er word benadrukt dat het één gevoel is
Regel 1: Odi et amo
Dit is een antithese.
Regel 2: Nescio, sed fieri sentio et excrucior
Hier staat een paradox, want Catullus weet niet waarom hij zowel haat als liefde
voelt, maar hij voelt het wel gebeuren.
Regel 2: Excrucior lijkt een beetje op het woord kruis.
Want de schrijver bedoelt hiermee de kruisiging (martelmethode) om aan te geven
dat die gene zich echt slecht voelt.
Regel 1 en 2: Odi et amo + Sentio et excrucior (AA)
Faciam Fieri (BB)
Fortasse requiris (CC)
Dus deze drie delen vormen samen een soort driedubbel chiasme.
Mijn vrouw zegt, dat zij met geen man
liever wil trouwen dan met mij, zelfs niet
als Juppiter zelf haar vraagt.
Dat zegt ze: maar wat een vrouw zegt
tegen een verlangende minnaar
moet je schrijven in de wind en
snelstromend water
Aantekeningen
Regel 1: Se verwijswoord
Verwijst naar mulier (de vrouw)
Regel 2: Se verwijswoord
Verwijst naar mulier (de vrouw)
, Regel 4: In vento et rapida scribere oportet aqua.
Metafoor, want je kan niet dingen schrijven in wind en in snelstromend water.
Regel 1 en 3: Herhaling van het woord dicit
Dit noem je een repetitio
Die man lijkt mij gelijk aan een god
te zijn,
die, als het geoorloofd is, de goden
te overtreffen,
die zittend tegenover je telkens weer
naar je
kijkt en naar je luistert,
terwijl jij lief lacht, wat aan mij
ongelukkige al mijn zintuigen o
ontneemt; want zodra ik jou,
Lesbia, heb gezien, is er niets over
van mijn stem in mijn mond,
maar mijn tong is verlamd, in mijn
ledematen
stroomt een fijne vlam, door hun
eigen geluid
suizen mijn oren, mijn ogen worden
bedekt
door een dubbele nacht.
Niets doen, Catullus, is lastig voor
jou:
niets doen maakt jou uitgelaten en
veel te druk.
Niets doen heeft eerder koningen en
gelukkige steden
te gronde gericht.
Aantekeningen
Regel 1/2: ille
Verwijst naar de man die tegenover Lesbia zit en met haar praat.
Regel 2: divos