Module 1 - Schaarste, geld en handel
_________________________________________________________________________
Hoofdstuk 1 - Voor niks gaat de zon op
§1.1 Kiezen is kostbaar
Iedereen heeft behoeftes. We hebben behoefte aan eten, vervoer en aan vermaak.
Om deze behoeften te bevredigen heb je middelen nodig. Middelen zijn alleen niet
onbeperkt beschikbaar. Hierdoor ontstaat schaarste. Middelen hebben een
belangrijke eigenschap. Ze zijn namelijk alternatief aanwendbaar. Met hetzelfde
middel kunnen verschillende behoeftes bevredigd worden. De manier waarop een
middel uiteindelijk wordt gebruikt, is de aanwendingsrichting. Maar wat is nou de
beste aanwendingsrichting van een middel? Om hier achter te komen moet je voor
elke aanwendingsrichting de kosten en baten bepalen. De beste
aanwendingsrichting heeft de hoogste nettobaten: opbrengsten - kosten. Om hier
een nog beter beeld van te krijgen moeten de nettobaten gecorigeerd worden.
Namelijk met de nettobaten van de best denkbare alternatieve aanwending. Hieruit
volgen de gecorrigeerde nettobaten.
§1.2 Kiezen of delen
Het totaal aan middelen dat iemand heeft, is zijn budget of bestedingsruimte. Het
budget wordt uitgedrukt in geld. Het budget beperkt de keuzes die iemand kan
maken. Het budget kan aan verschillende middelen worden besteed. Het kan ook
aan een combinatie van middelen worden besteed, zogeheten productcombinaties.
Met behulp van een budgetlijn kan je bepalen welke combinaties mogelijk zijn.
Productcombinaties die op de budgetlijn liggen, gebruiken het hele budget. Op de
budgetlijn geldt dus: B = p1q1 + p2q2.
Hoofdstuk 2 - Van ruilen komt geen huilen
§2.1 Wederzijds voordeel
Soms kan het zinvol zijn om middelen te ruilen, bijvoorbeeld als iemand anders
middelen heeft die jouw behoeften beter bevredigen. Een ruil komt tot stand
wanneer beide partijen er baat bij hebben. Dan onstaat er wederzijds voordeel.
Binnen een economie kan er ook geen ruil plaatsvinden, er is dan sprake van een
economie in autarkie. In de praktijk komt dit nauwelijks voor. Om te kunnen ruilen
moet de ruilverhouding bekend zijn. De ruilverhouding is de waarde van het ene
middel uitgedrukt in het aantal eenheden van het andere middel. De ruilverhouding
bepaalt of er wederzijds voordeel kan ontstaan bij een ruil.
§2.2 Eigendomsrechten, transactiekosten en instituties
Er moet aan twee voorwaarden worden voldaan om tot een ruil te komen. Ten eerste
moet het vaststaan dat de aanbieder van een product ook de wetmatige eigenaar is
en daarnaast moeten de transactiekosten lager zijn dan het wederzijds voordeel van
de ruil. Eigendomsrechten bepalen wie de wettige eigenaar is van een middel. Bij