maandag 10 november
Rome, Aken, en de Nijmeegse Palts
Het Karolingische Rijk: historisch kader:
Rome was altijd van symbolisch belang, maar in de tweede helft van de 8 e eeuw
werd de paus is Rome autonoom. In 751 viel het Byzantijnse Ravenna in handen
van de Longobarden en paus Stefanus II sloot een bondgenootschap met Pepijn
de Korte van de Franken. Met de pepijnse schenking in 756 kreeg de paus
wereldlijke macht buiten Rome. De Donatie van Constantijn was een vervalsing
waarin stond dat keizer Constantijn de wereldlijke macht over het westen gaf,
deze werd voor echt aangezien. In 772 vroeg paus Hadrianus I Karel de Grote om
hulp tegen de Longobarden, hij versloeg hen en werd koning van de
Longobarden. In 800 werd Karel de Grote in de Sint Pieterskerk gekroond tot
keizer door paus Leo III. Met het verdrag van Verdun in 843 werd het
Karolingische Rijk in drie delen verdeeld.
Hoofdrolspelers:
In een bron noemt Alcuïn van York drie hoofdrol spelers: de paus, de Byzantijnse
keizer, en Karel de Grote. Paus Leo III was in 799 afgezet door de romeinse adel,
Karel de Grote hielp hem zijn macht terug te krijgen en werd tot keizer gekroond.
De Byzantijnse keizer Constantijn VI was afgezet door zijn moeder keizerin Irene.
Karel de Grote zou volgens Alcuïn door christus zijn aangewezen om over alle
christenen te regeren, en hij werd als het belangrijkst neergezet.
Machtscentra: Rome, Aken, en Byzantium:
Rome kende een bloei onder Hadrianus I en Leo III met grootschalige
bouwprojecten, gefinancierd door de Franken, pelgrims, en landgoedopbrengsten.
Het Lateraanse paleis werd de plek voor de paus als wereldlijke vorst met
verschillende triclinia, eetzalen voor ontvangst. Er was veel pracht en praal en
het was gebouwd naar het model van Constantinopel. Er was een beeld van
Romelus en Remus op het binnenplein, en van Marcus Aurelius maar men dacht
dat het Constantijn was, die hen de macht had geschonken. Hiermee werd macht
geclaimd. Het Vaticaan met de oude Sint Pieterskerk was de focus van pelgrims
en de Frankische heersers. Het is onbekend of zij daar een Karolingisch paleis
hadden. Ze verbleven hier omdat de Palatijn verbonden was met de Byzantijnse
heersers.
Aken was de hoofdstad van het Karolingische Rijk, Karel de Grote was hier het
vaakst. De palts had een residentiële, politieke, en religieuze functie. De palts
lijkt op die in Ravenna en Karel liet bouwspullen overbrengen uit Ravenna en
Rome voor symbolische betekenis. Ook liet hij een beeld van Theodorik
overbrengen.
, In Byzantium stond een groot en luxe paleis. Karel de Grote zou keizerin Irene
hebben willen huwen om een unie tussen oost en west te realiseren. Sommigen
dachten dat Karel de Grote het feit dat het Byzantijnse Rijk een vrouw op de
troon had als reden zag om zelf gekroond te worden.
Het Ottoonse Rijk: historisch kader:
In 936 werd Otto I koning van het gebied wat het Oost-Frankische Rijk was. Hij
was afkomstig uit Saksen. In 961 verdreef hij de koning in Italië, Berengarius, en
kreeg daardoor enkele delen van Italië in handen. Ion 962 werd hij met zijn vrouw
in de Sint Pieterskerk gekroond door de paus tot keizer. Dit lijkt op het voorbeeld
van Karel de Grote, en net als de Byzantijnen samen werd zijn vrouw tot keizerin
gekroond. Met het privilege Ottonianum kreeg de paus wereldlijke macht en
militaire hulp in ruil van trouw aan de Ottonen. Otto I kreeg invloed in de
benoeming van de paus en door hem en de romeinse adel wisselde de paus
frequent.
Rome en de Ottonen:
Er zijn weinig geschreven bronnen of bouwwerken uit deze tijd. De macht lag bij
de adel, eerst bij de familie Theophylactus en later bij de familie Cresceri, en dus
niet bij de paus. De Ottonen werden in Rome gekroond tot keizer maar waren hier
niet altijd welkom. Het is waarschijnlijk dat Otto I en Otto II in het waarschijnlijke
Karolingische paleis verbleven. Otto III wilde het Romeinse Rijk nieuw leven
inblazen en bouwde een paleis of op de Aventijn net als de adel of op de Palatijn
net als de eerdere keizers. De sacrofaag van Otto II was in het atrium van de
oude Sint Pieterskerk geplaatst door zijn Byzantijnse vrouw Theophanu.
Rondreizend hof:
De Ottonen maakten vele reisbewegingen langs verschillende paltsen. Deze
waren niet zo indrukwekkend. Ook verbleven ze in kloosters. Otto I kwam het
vaakst in Maagdenburg en is daar begraven.
Aken en de Ottonen:
Dit bleef een belangrijke plek, wegens de continuatie met de Karolingers die de
Ottonen als hun voorgangers zagen. Ze lieten zich hier kronen tot koning. Otto III
zorgde voor een ‘Karel cultus”, hij schonk Aken vele relieken, liet het graf van
Karel de Grote openen, en liet zichzelf naast hem begraven.
Nijmegen onder de Karolingers en Ottonen:
Het was geen groot machtscentra maar wel een belangrijke plek. Karel de Grote
vierde er geregeld Pasen. De Palts had een rol ook als de koning of keizer er niet
was. De Paltskapel is geïnspireerd op die in Aken, die geïnspireerd in op Ravenna,
die geïnspireerd is op Constantinopel.