Welke aanwijzingen gebruikte Alfred Wegener voor zijn
continental drift theorie?
1. Continenten passen als puzzelstukjes in elkaar
2. Fossielen van dezelfde soorten op verschillende continenten
gevonden
3. Korst- en gebergtestenen uit dezelfde tijdsperioden op verschillende
continenten
4. Gletsjersedimenten uit dezelfde tijd die allemaal naar midden
continent wijzen
Hoe kunnen we de beweging van continenten beschrijven in
termen van de lithosfeer / wat is het verschil tussen de platen en
de continenten?
De lithosfeer is het bovenste deel van de aarde – bestaande uit de
aardkorst en het bovendeel van de mantel – dat is opgedeeld in starre
platen. De continenten zijn ‘passieve pakketjes’ die op deze platen
meebewegen.
Hoe definieer je lithosfeer en asthenosfeer in termen van
deformatiegedrag en warmtetransport?
De lithosfeer is rigide en elastisch, wat betekent dat het kan buigen totdat
het breekt, maar niet kan vloeien. Hierdoor kan er conductie plaatsvinden,
waarbij er langzaam warmte wordt verspreid door de lithosfeer.
De asthenosfeer is vast, maar is wel zachter en kan daardoor (plastisch)
stromen. Dit komt omdat de temperatuur van de mantel steeds dichter bij
de smelttemperatuur komt. De stroming vindt plaats doordat de warmere
delen kunnen stijgen, waardoor warmte wordt verplaatst door (snelle)
beweging, wat convectie is.
Wat zijn de drie verschillende plaatgrenzen en hoe passen deze in
de gesteentekringloop?
1. Divergente plaatgrens bij een mid-oceanische spreidingsrug
breekt de lithosfeer open waardoor heet materiaal omhoogkomt en
afkoelt/stolt = stollingsgesteenten ontstaan.
2. Convergente plaatgrens bij een subductiezone duikt de koudere
en zwaardere oceanische plaat met een hogere dichtheid de
onderliggende asthenosfeer in. Metamorfe-, stollings- en
sedimentgesteenten zijn hier te vinden.
3. Transforme plaatgrens platen bewegen langs elkaar waardoor er
geen verdwijning en vorming van korst plaatsvindt.
,Welke krachten drijven de beweging van de aardplaten?
1. Ridge push ruggen zakken onder eigen gewicht in elkaar en
duwen de platen uit elkaar
2. Slab pull subducerende plaat trekt de rest van de plaat achter zich
aan
Oefenvragen tentamen Aardsystemen hoorcollege 3
Hoe wekt de kern van de aarde het aardmagnetisch veld op?
De buitenkern van de aarde bestaat uit een vloeibare ijzerlegering, die
wordt verhit door de vaste binnenkern. Deze warmte zorgt voor convectie
in de buitenkern, die in cilinders beweegt door de draaiing van de aarde.
Hierdoor ontstaat een elektrische stroom die het aardmagneetveld opwekt
= geodynamo.
Hoe kunnen we het magneetveld gebruiken om informatie te
krijgen over de bewegingen van tektonische platen?
Declinatie is de kleine hoek tussen de rotatie van de aardas en de
magnetische aardas. Door rotatie van het gesteente door
plaattektoniek verandert de declinatie (>10 graden).
Inclinatie is de hoek tussen de veldlijnen en het aardoppervlak. Het
zegt iets over de paleolatitude waarop het gesteente gevormd is.
Tan(I) = 2Tan(A).
Omkeringen polariteit magneetveld zichtbaar in oceaankorst door
symmetrie bij mid-oceanische ruggen.
Hoe kunnen gesteentes het paleomagnetisme
onthouden/beschrijven?
Tijdens de afkoeling van stollingsgesteentes gaan de ‘magneten’ in
de richting van het aardmagnetisch veld staan
Sedimentkorrels oriënteren zich in de richting van het
aardmagnetisch veld.
Wat zijn de twee verschillende manieren om isostasie te
verkrijgen?
1. Airy isostasie = gebergten hebben lichte wortels met dezelfde
dichtheid
2. Pratt isostasie = het hele gebergte heeft een lagere dichtheid dan de
korst
Wat zeggen verschillende zwaartekrachtsanomalieën en hoe
kunnen we hier mee rekenen?
, Een positieve zwaartekrachtsanomalie betekent dat de g groter is,
wat betekent dat er meer massa/hogere dichtheid moet zijn.
Een negatieve zwaartekrachtsanomalie betekent dat de g kleiner is,
wat betekent dat er minder massa/lagere dichtheid moet zijn.
70 milligals zwaartekrachtsanomalieën per 1 km topografie (bij geen
isostasie!)
Hoe werken zwaartekrachtsanomalieën in de context van
plaatgrenzen?
Bij een mid-oceanische rug vinden we Pratt isostasie (compensatie)
door een lagere dichtheid door gedeeltelijke smelting.
Bij mantelpluimen/hotspots en bij subductiezones/troggen is er geen
isostasie, want er zijn zwaartekrachtsanomalieën die niet
gecompenseerd worden.
Oefenvragen tentamen Aardsystemen hoorcollege 4
Wat is een mineraal en wat zijn de belangrijkste kenmerken?
Een mineraal is een homogene, anorganische, natuurlijke voorkomende
vaste stof met een definieerbare chemische samenstelling en een
regelmatige interne (kristallijne) opbouw.
Wat zijn de 5 verschillende manieren waarop mineralen gevormd
kunnen worden en hoe passen deze in de geologische context van
de gesteentecyclus en watercyclus?
1. Langzame afkoeling en stolling van gesteenten (stolling)
2. Rekristallisatie = herschikking van atomen door hoge P en T
(metamorf)
3. Biomineralisatie = mineralen gevormd door organismen
(sedimentair)
4. Neerslag uit dampen en gassen
5. Verzadiging en neerslaan uit een oplossing
Wat zijn de 5 verschillende silicaatstructuren en hoe hangen de
bijbehorende fysische eigenschappen (dichtheid en hardheid) af
van de opbouw van silicaattetraëders?
1. Geïsoleerde tetraëders met kationen = hoge dichtheid en erg hard
(mantel)
2. Enkelvoudige ketens = delen 1 of 2 zuurstofatomen tussen
tetraëders
3. Dubbele ketens = delen 2 of 3 zuurstofatomen tussen tetraëders,
minder hard
4. Platen = platte 2D-structuur