Literatuur - Ethiek van de Digitale Media...............................................................2
Inleiding: Mens en techniek (Hoofdstuk 1 - Becker)............................................2
Ethische theorieën (Bijlage - Becker)...................................................................4
Care Ethics: A different voice for communication and media ethics (Sander-
Staudt, 2018)...................................................................................................... 7
Internet als spreekstoel in het publieke domein (Hoofdstuk 4 - Becker).............9
Digital democracy: Big technology and the regulation of politics (Anika Gauja,
2021)................................................................................................................. 11
Toward a More Democratic Ethic of Technological Governance (Zimmerman,
1995)................................................................................................................. 13
MAATSCHAPPELIJKE WAARDEN IN DE DIGITALE INNOVATIE: WIE, WAT EN HOE?
(KVAB Denkersprogramma 2019)......................................................................15
Privacy, Orwell en Kafka (Hoofdstuk 2 - Becker)................................................17
Vijf(tig) tinten AI Ethiek (Smuha, 2024).............................................................19
AI and society: a virtue ethics approach (Farina et al., 2022)............................21
Moral distance, AI, and the ethics of care (Villegas-Galaviz & Martin, 2024).....23
Artificial Intelligence and the Ethics of Care (Jonathan, 2020)...........................25
,Literatuur - Ethiek van de Digitale Media
Inleiding: Mens en techniek (Hoofdstuk 1 - Becker)
Het hoofdstuk onderzoekt de centrale vraag: bepaalt de mens de techniek, of
bepaalt de techniek de mens?
Deze vraag staat aan de basis van de ethische discussie over digitale media.
Er zijn twee visies op techniek:
A. Instrumentalisme
Techniek is een instrument. Een middel dat mensen bewust inzetten
voor hun eigen doelen.
De mens is de baas. Techniek heeft op zichzelf geen invloed.
Dit idee stamt uit modern filosofisch denken (Descartes).
Voorbeeld: Zuckerberg zegt dat mensen online zijn omdat het
efficiënt is. Dit is een puur doelgericht gebruik van techniek.
Er is ook kritiek op deze visie:
- Het beeld van de mens als volledig rationeel klopt niet.
- Techniek heeft altijd onverwachte effecten
- Mensen kunnen niet volledig voorzien hoe techniek gebruikt
zal worden.
B. Technologisch determinisme
Techniek heeft een eigen dynamiek en bepaalt menselijke
ontwikkeling.
Mensen kunnen de ontwikkeling nauwelijks sturen.
Bestond in een optimistische en pessimistische variant:
- Optimistische variant: techniek bevrijdt de mens (Marx)
- Pessimistische variant: techniek overheerst en ontmenselijkt
(Heidegger)
Er is ook kritiek op deze visie:
- Verwaarloost menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid.
- Leidt tot ethische passiviteit (het is toch onvermijdelijk).
- Generaliseert techniek te veel: er is geen “de techniek”,
maar er zijn vele verschillende technieken.
We gaan nu naar een middenpositie, waarin er sprake zou zijn van een
verwevenheid van mens en techniek. Moderne techniekfilosofie ziet de mens en
techniek als nauw verweven. Geen van beide is dominant.
Hierbinnen worden twee richtingen besproken:
A. Techniek is onderdeel van de mens
Stiegler: mensen externaliseren hun geest in techniek. Het is een
verlengstuk van het menselijk geheugen en denken.
Clark & Chalmers: Extended mind. Cognitieve processen vinden
deels buiten het brein plaats. Voorbeeld: Een notitieboekje van een
Alzheimerpatiënt maakt deel uit van zijn geheugen.
Kernidee = Techniek vormt onze cognitie en relatie met de wereld.
B. De mens is onderdeel van de techniek
2
, Latour: technische objecten dragen een script in zich. Ze sturen ons
handelen. Voorbeeld: Een verkeersdrempel zegt: ‘rij langzaam’. Of
een website stuurt gebruikersgedrag.
Ontwerpers hebben dus morele verantwoordelijkheid omdat hun
producten menselijk handelen mede bepalen.
Menselijk handelen is altijd gericht op betekenisvolle dingen. Techniek beïnvloedt
die betekenisgeving.
Voorbeelden hiervan zijn dat een bril een vanzelfsprekend verlengstuk is van het
lichaam, of een echo van een ongeboren kind verandert het beeld van dat kind
en daarmee keuzes (bijvoorbeeld het plegen van abortus als iets niet goed is).
Hier ontstaat de ethiek: Hoe geven wij betekenis aan de wereld via techniek en
welke waarden staan dan op het spel?
Het hoofdstuk bespreekt centrale eigenschappen van digitalisering die nieuwe
ethische vragen oproepen:
1. Informatisering
Alles wordt in termen van informatie gezien.
Geld, privacy, oorlog, biologie: alles wordt informatie.
2. Informatie wordt los van de bron gezien
Er is anonimiteit online: haatmails, anonieme accounts.
Lossing van context.
3. Het ‘ijzeren geheugen’
Wat online staat, blijft online.
4. Perfecte en eindeloze kopieerbaarheid
5. Vloeibaarheid en bewerkbaarheid
Informatie verandert snel: originele gegevens verliezen gezag.
6. Convergentie
Tekst, audio, video en interactie vloeien samen op één apparaat.
7. Delokalisering
Plaats is minder belangrijk (videobellen).
8. Integratie van scherm en werkelijkheid
Smartphones vervagen grenzen tussen digitaal en fysiek.
9. Uniformiteit van activiteiten
Allerlei verschillende activiteiten (werk, sociaal, relaties) verloren via
hetzelfde soort interface.
Deze kenmerken produceren nieuwe ethische spanningen, bijvoorbeeld over
privacy, eigendom en authenticiteit.
Conclusie van het hoofdstuk:
Zowel instrumentalisme als determinisme zijn onvolledig.
De werkelijkheid is een wisselwerking: de mens en techniek vormen elkaar.
Daarom moet ethiek:
- Uitgaan van concrete situaties en interacties tussen mens en
techniek.
- De betekenisverschuivingen onderzoeken die techniek veroorzaakt
(bijvoorbeeld privacy, vriendschap, eigendom).
- Niet vervallen in passiviteit of fatalisme.
3