Opgroeien in het hedendaags gezin
Hoofdstuk 2 t/m11 (uitgezonderd hoofdstuk 5)
Hoofdstuk 2 Het gezin in historisch perspectief
Bij onderzoek naar de geschiedenis van het gezin wordt er gekeken vanuit 3 benaderingen:
- Demografische benadering
= Verzamelen en interpreteren van kwantitatieve, demografische gegevens om een
beeld te krijgen van de leef- en opvoedingsomstandigheden
- Affectieve benadering
= Focust zich op menselijk gedrag, persoonlijke beleving en motieven, daarbij wordt
gebruik gemaakt van kwalitatieve bronnen (dagboeken, tekeningen etc.)
- Historische maatschappijwetenschappen
= Focust zich op de invloed van sociaaleconomische, cultureel-maatschappelijke en
technologische ontwikkelingen op veranderingen in het gezin.
Bij gebruik van Historische bronnen moet men rekening houden met o.a.:
- Is de bron representatief?
o Kwantitatief
o Kwalitatief
- Wordt de werkelijke populatie weergeven of alleen de elite?
- Wie heeft de bron opgesteld en met welk doel
- Sprake van prescriptie (hoe men geacht werd te handelen) of descriptie (hoe er
feitelijk gehandeld werd)
Pedagogische stromingen
- Humanisme (1400-1650)
o Christelijke denkers die de klassieke cultuur wilde revitaliseren
o Doel = vormen van universeel mens
o Vrijheid van de menselijke wil
o Individualistische benadering waarbij werd ingewerkt op eergevoel en er werd
aangespoord tot competitie
o Erasmus (1466 -1536)
Belang onderwijs voor jonge kinderen
Hij ging uit van nieuwsgierigheid en intrinsieke motivatie
Kinderen leren vooral door imitatie, opvoedomgeving is van groot
belang.
- Verlichting (1650-1800) = gaat uit van menselijke rede
o Kennis en rede kunnen de mens behoeden voor onwetendheid, bijgeloof,
onbeschaafdheid en armoede.
o Vertrouwen op eigen verstand
o John Locke (1632 -1704)
Kind komt ter wereld als onbeschreven blad (tabula rasa)
Verkrijgen kennis door ervaring
Niet afkomst maar opvoeding telt.
Doel opvoeding volgens Locke verwerven van vrijheid en
zelfbestuur.
, - Romantiek (1800-1850)
o Reactie/ tegenbeweging verlichting
o Meer nadruk op gevoel en intuïtie in plaats van rede en ratio
o Volk/natie een eenheid, mens als individu afhankelijk van de gemeenschap
o Mens is geworteld in het verleden
o Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)
Opvoeding komt van binnenuit, weinig aan te sturen
Doel opvoeding Kind optimaal laten ontwikkelen
Opvattingen toegeschreven aan Rousseau
Ontdekking van de eigen aard van de kinderlijke leefwereld
Opvoeding die de natuurlijke ontwikkeling van het kind volgt
Erkenning van het kind als waardevol persoon
Cultivering van het gevoel en van de intrinsieke motivatie van
het kind.
Rousseau Locke
Ouderlijke interventies + natuurlijke Welgemanierdheid
ontwikkeling kind
Beperkte mogelijkheid van opvoeding Maakbaarheid + opvoedbaarheid van
kinderen
Rede als doel van de opvoeding Rede als middel tot opvoeding
Veel tradities bleven ondanks de verlichting en romantiek in stand. Ze werden van generatie
op generatie doorgegeven
Rond 1850 veranderde de ouder-kindrelatie
- Vanuit stedelijke middenklasse
- Lichamelijk straffen niet nodig
- Nadruk op intellectuele ontwikkeling in plaats van sociale en morele steun
- Huiselijkheidsideaal = Man zorgt voor inkomsten, vrouw zorgt voor verzorging van
het gezin
Gezinshistorisch debat tussen de zwarte en witte legende
- Zwarte legende = Aanhangers waren geïnteresseerd in het ontstaan van moderne
sociale relaties en gingen daarbij uit van discontinuïteit (kerngezin is ontstaan na de
vroegmoderne tijd)
o Emotionaliseringsproces = Echtelijke, moederlijke liefde zijn pas ontstaan in
de 20e eeuw.
o Ouders konden eerder niet van kinderen houden omdat sterftecijfer enorm
hoog laag
- Witte legende = Kerngezin al vanaf middeleeuwen zichtbaar + er waren affectieve
banden tussen gezinsleden en emotionele betrokkenheid bij kinderen
o Toename + intensivering van het gevoelsleven, maar geen discontinuïteit
o Grote verschillen tussen samenlevingen betreffende uiten van gevoelens
Gebrek rouw of verdriet bewijs voor berusting en ingetogenheid (Gods wil)
, - Oorzaken verandering
o Economische expansie in 16e, 17e eeuw + reformatie hebben geleid tot
individualisering en ontwikkeling kerngezin
- Conclusie is beide uitgangspunten te kort door de bocht. Bij de zwarte legende wordt
te veel uitgegaan van normen en gebruiken die gelijk worden gesteld aan attitudes en
gevoelens. De witte legende ziet feitelijke gedrag als een weerspiegeling van
innerlijke gevoelens.
Kerngezin is niet ontstaan na de industrialisatie. Er zitten grote verschillen regionaal in
gezinsverbanden door traditie en erfrecht. In West-Europa geen grote samenlevingsverbanden
(gewoonte om na het huwelijk zelfstandig te gaan wonen, erfrecht had een belangrijke rol).
Gezinnen West-Europa Gezinnen Oost-Europa
Hoge huwelijksleeftijd Lage huwelijksleeftijd
Klein leeftijdsverschil man/vrouw Grotere leeftijdsverschillen man/vrouw
De demografische transitie beïnvloed geboorte en sterfte. Demografische transitie is een
verschuiving van een samenleving met hoge geboorte- en sterftecijfer naar een samenleving
met geboortebeperking en fors verminderde sterfte.
- 4 fasen van demografische transitie
1. Hoog geboortecijfer + hoog sterftecijfer
2. Hoog geboortecijfer + dalend sterftecijfer
3. Dalend geboortecijfer + laag sterftecijfer
4. Laag geboortecijfer + laag sterftecijfer
- Dalend sterftecijfer is een gevolg van
o De modernisering en economische groei door de industrialisatie
o Betere voeding + leefomstandigheden
o Toenemende private en publieke hygiëne
Hoofstuk 3 Gezinsvorming en gezinsontwikkeling
Het traditionele gezin door de eeuwen heen
- 1870-1920 Eerste demografische traditie (90% in traditionele gezinnen)
- 1900 – 1940 Tweede demografische traditie
o Normen en waarden t.a.v. gezins- en relatievorming veranderen
o Groei individualisering, secularisering en modernisering
- Traditioneel gezin meest gangbare gezinsvorm in de Nederlandse samenleving, maar
diversiteit in gezinsvormen neet toe o.a. door ontstaan/ accepteren van nieuwe
gezinsvormen (ouders van gelijk geslacht bijvoorbeeld)
De timing van het moederschap verschilt per moeder. Op dit moment minder tienermoeders,
toename oude moeders en mannen gemiddeld later vader.
Hoofdstuk 2 t/m11 (uitgezonderd hoofdstuk 5)
Hoofdstuk 2 Het gezin in historisch perspectief
Bij onderzoek naar de geschiedenis van het gezin wordt er gekeken vanuit 3 benaderingen:
- Demografische benadering
= Verzamelen en interpreteren van kwantitatieve, demografische gegevens om een
beeld te krijgen van de leef- en opvoedingsomstandigheden
- Affectieve benadering
= Focust zich op menselijk gedrag, persoonlijke beleving en motieven, daarbij wordt
gebruik gemaakt van kwalitatieve bronnen (dagboeken, tekeningen etc.)
- Historische maatschappijwetenschappen
= Focust zich op de invloed van sociaaleconomische, cultureel-maatschappelijke en
technologische ontwikkelingen op veranderingen in het gezin.
Bij gebruik van Historische bronnen moet men rekening houden met o.a.:
- Is de bron representatief?
o Kwantitatief
o Kwalitatief
- Wordt de werkelijke populatie weergeven of alleen de elite?
- Wie heeft de bron opgesteld en met welk doel
- Sprake van prescriptie (hoe men geacht werd te handelen) of descriptie (hoe er
feitelijk gehandeld werd)
Pedagogische stromingen
- Humanisme (1400-1650)
o Christelijke denkers die de klassieke cultuur wilde revitaliseren
o Doel = vormen van universeel mens
o Vrijheid van de menselijke wil
o Individualistische benadering waarbij werd ingewerkt op eergevoel en er werd
aangespoord tot competitie
o Erasmus (1466 -1536)
Belang onderwijs voor jonge kinderen
Hij ging uit van nieuwsgierigheid en intrinsieke motivatie
Kinderen leren vooral door imitatie, opvoedomgeving is van groot
belang.
- Verlichting (1650-1800) = gaat uit van menselijke rede
o Kennis en rede kunnen de mens behoeden voor onwetendheid, bijgeloof,
onbeschaafdheid en armoede.
o Vertrouwen op eigen verstand
o John Locke (1632 -1704)
Kind komt ter wereld als onbeschreven blad (tabula rasa)
Verkrijgen kennis door ervaring
Niet afkomst maar opvoeding telt.
Doel opvoeding volgens Locke verwerven van vrijheid en
zelfbestuur.
, - Romantiek (1800-1850)
o Reactie/ tegenbeweging verlichting
o Meer nadruk op gevoel en intuïtie in plaats van rede en ratio
o Volk/natie een eenheid, mens als individu afhankelijk van de gemeenschap
o Mens is geworteld in het verleden
o Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)
Opvoeding komt van binnenuit, weinig aan te sturen
Doel opvoeding Kind optimaal laten ontwikkelen
Opvattingen toegeschreven aan Rousseau
Ontdekking van de eigen aard van de kinderlijke leefwereld
Opvoeding die de natuurlijke ontwikkeling van het kind volgt
Erkenning van het kind als waardevol persoon
Cultivering van het gevoel en van de intrinsieke motivatie van
het kind.
Rousseau Locke
Ouderlijke interventies + natuurlijke Welgemanierdheid
ontwikkeling kind
Beperkte mogelijkheid van opvoeding Maakbaarheid + opvoedbaarheid van
kinderen
Rede als doel van de opvoeding Rede als middel tot opvoeding
Veel tradities bleven ondanks de verlichting en romantiek in stand. Ze werden van generatie
op generatie doorgegeven
Rond 1850 veranderde de ouder-kindrelatie
- Vanuit stedelijke middenklasse
- Lichamelijk straffen niet nodig
- Nadruk op intellectuele ontwikkeling in plaats van sociale en morele steun
- Huiselijkheidsideaal = Man zorgt voor inkomsten, vrouw zorgt voor verzorging van
het gezin
Gezinshistorisch debat tussen de zwarte en witte legende
- Zwarte legende = Aanhangers waren geïnteresseerd in het ontstaan van moderne
sociale relaties en gingen daarbij uit van discontinuïteit (kerngezin is ontstaan na de
vroegmoderne tijd)
o Emotionaliseringsproces = Echtelijke, moederlijke liefde zijn pas ontstaan in
de 20e eeuw.
o Ouders konden eerder niet van kinderen houden omdat sterftecijfer enorm
hoog laag
- Witte legende = Kerngezin al vanaf middeleeuwen zichtbaar + er waren affectieve
banden tussen gezinsleden en emotionele betrokkenheid bij kinderen
o Toename + intensivering van het gevoelsleven, maar geen discontinuïteit
o Grote verschillen tussen samenlevingen betreffende uiten van gevoelens
Gebrek rouw of verdriet bewijs voor berusting en ingetogenheid (Gods wil)
, - Oorzaken verandering
o Economische expansie in 16e, 17e eeuw + reformatie hebben geleid tot
individualisering en ontwikkeling kerngezin
- Conclusie is beide uitgangspunten te kort door de bocht. Bij de zwarte legende wordt
te veel uitgegaan van normen en gebruiken die gelijk worden gesteld aan attitudes en
gevoelens. De witte legende ziet feitelijke gedrag als een weerspiegeling van
innerlijke gevoelens.
Kerngezin is niet ontstaan na de industrialisatie. Er zitten grote verschillen regionaal in
gezinsverbanden door traditie en erfrecht. In West-Europa geen grote samenlevingsverbanden
(gewoonte om na het huwelijk zelfstandig te gaan wonen, erfrecht had een belangrijke rol).
Gezinnen West-Europa Gezinnen Oost-Europa
Hoge huwelijksleeftijd Lage huwelijksleeftijd
Klein leeftijdsverschil man/vrouw Grotere leeftijdsverschillen man/vrouw
De demografische transitie beïnvloed geboorte en sterfte. Demografische transitie is een
verschuiving van een samenleving met hoge geboorte- en sterftecijfer naar een samenleving
met geboortebeperking en fors verminderde sterfte.
- 4 fasen van demografische transitie
1. Hoog geboortecijfer + hoog sterftecijfer
2. Hoog geboortecijfer + dalend sterftecijfer
3. Dalend geboortecijfer + laag sterftecijfer
4. Laag geboortecijfer + laag sterftecijfer
- Dalend sterftecijfer is een gevolg van
o De modernisering en economische groei door de industrialisatie
o Betere voeding + leefomstandigheden
o Toenemende private en publieke hygiëne
Hoofstuk 3 Gezinsvorming en gezinsontwikkeling
Het traditionele gezin door de eeuwen heen
- 1870-1920 Eerste demografische traditie (90% in traditionele gezinnen)
- 1900 – 1940 Tweede demografische traditie
o Normen en waarden t.a.v. gezins- en relatievorming veranderen
o Groei individualisering, secularisering en modernisering
- Traditioneel gezin meest gangbare gezinsvorm in de Nederlandse samenleving, maar
diversiteit in gezinsvormen neet toe o.a. door ontstaan/ accepteren van nieuwe
gezinsvormen (ouders van gelijk geslacht bijvoorbeeld)
De timing van het moederschap verschilt per moeder. Op dit moment minder tienermoeders,
toename oude moeders en mannen gemiddeld later vader.