Hoofdstuk 1 - Bewegen in grafieken
______________________________________________________
§1.1 Snelheid meten
Snelheid
Snelheid is het aantal meters dat wordt afgelegd in één seconde. De
standaardeenheid voor de snelheid is m/s. Snelheid kan je meten door de afstand en
tijd te meten.
Bewegingen vastleggen
Met behulp van een stroboscoop kan je een beweging bestuderen. Een stroboscoop
is een apparaat dat regelmatige lichtflitsen geeft. Met een computer en een
plaatssensor kan je een beweging weergeven in een plaatsgrafiek en een
snelheidsgrafiek. Bij een beweging in omgekeerde richting is de snelheid negatief.
§1.2 Plaatsgrafieken
De snelheid bepalen uit een plaatsgrafiek
In een plaatsgrafiek wordt de plaats tegen de tijd uitgezet. Bij een constante snelheid
is de plaatsgrafiek een rechte lijn. Hoe steiler de grafiek, hoe groter de snelheid. Uit
de plaatsgrafiek kan ook de gemiddelde snelheid worden bepaald. Dit doe je door de
verplaatsing te delen door de tijdsduur.
De snelheid op een tijdstip bepalen
Aan de hand van een plaatsgrafiek kan ook de snelheid op een tijdstip bepaald
worden. Dit kan door een raaklijn te tekenen. De snelheid is dan gelijk aan het
∆𝑥
hellingsgetal: 𝑣 = ∆𝑡
.
§1.3 Snelheidsgrafieken
De snelheidsgrafiek
In een snelheidsgrafiek wordt de snelheid van een voorwerp uitgezet tegen de tijd.
De tijd staat op de horizontale as en de snelheid op de verticale as.
Snelheidsverandering
Snelheid kan veranderen. Wanneer de snelheid toeneemt is er sprake van een
versnelling, neemt de snelheid af? Dan heb je te maken met een vertraging. De
2
standaardeenheid van versnelling is 𝑚/𝑠 .
Versnelling bepalen uit de snelheidsgrafiek
Uit een snelheidsgrafiek kan de versnelling bepaald worden. Dit doe je door de
∆𝑣
snelheidsverandering te delen door de tijdsduur: 𝑎 = ∆𝑡
. Het kan zijn dat de