Welke Zintuigen heb je?
Een prikkel is informatie uit je omgeving. Je zintuigen vangen de prikkels
op.
Met ogen vang je licht op en licht is de prikkel voor het gezichtszintuig
oftewel licht zintuig in elk oog. Licht komt van een lichtbron zoals de
zon en wordt teruggekaatst op voorwerpen. Als het in je ogen voor
teruggekaatst zie je beelden van je omgeving.
Met oren vang je geluid op Geluid hoort bij de prikkel gehoorzintuig in elk
oor.
Met je neus vang je geuren op. Stoffen die geuren afgeven, zijn prikkels van
het reukzintuig.
Met je tong proef je alles. Stoffen uit het voedsel zijn de prikkels voor de
smaakzintuigen op je tong.
In je huid liggen verschillende zintuigen elk is maar gevoelig voor een
prikkel.
Warmtezintuig: is gevoelig voor de prikkel hogere temperatuur.
Koude Zintuig: Is gevoelig voor de prikkel lagere temperatuur.
Tastzintuig: Is gevoelig voor de prikkel Hoe het voorwerp aanvoelt. bvb of het hard of zacht is.
Pijnzintuig: Is gevoelig voor de prikkel pijn.
Nadat je iets met je orgaan hebt waargenomen, dan reageer je meestal.
Hoe verwerkt je lichaam prikkels?
Als je zintuigen een prikkel vangen uit je omgeving brengt het informatie naar je
hersenen.
Voordat je reageert gebeurt er heel veel in je lichaam:
Elk zintuig zet een prikkel om in elektrische signalen zo’n signaal is een
impuls.
De impulsen gaan via zenuwen naar je hersenen. Zenuwen zijn bundels van
uitlopers van zenuwcellen die impulsen doorgeven.
Je hersenen sturen impulsen zodat je lichaam reageert.
De zenuwen lopen via het ruggenmerg naar de hersenen. Het ruggenmerg zit goed
beschermt in je wervelkolom. Je zenuwen, hersenen en ruggenmerg vormen samen het zenuwstelsel.
Stel er is een lekkere rijpe banaan en hij ruikt lekker wat gebeurt er dan?
1. De geurprikkels komen bij het reukzintuig die ze weer omzet in impulsen.
2. Die impulsen gaan via zenuwen naar je hersenen. Zenuwen vanuit je zintuigen naar je hersenen noem je
gevoelszenuwen.
3. Als ze in je hersenen aankomen weet je dat je een banaan ruikt.
4. Je hersenen reageren op prikkels en sturen impulsen naar je spieren. Die impulsen gaan door je
zenuwen: Bewegingszenuwen.
5. Als reactie op de geurprikkels pak je met hulp van armspieren de banaan.
Wat doen je hersenen?
Zintuigen sturen te veel naar hersenen waardoor je hersenen moeten kiezen. Bvb
het tikken van de klok hoor je niet maar als iemand je naam roept wel. Dat komt
doordat het tikken van de klok steeds maar doorgaat en je hersenen er aan gewend
raken.Dus hoe nieuwer de prikkels zijn hoe belangrijker je hersenen het vinden.
In je grote hersenen zijn speciale gebieden voor de impulsen die via
gevoelszenuwen vanuit de zintuigen binnenkomen. zo’n gebied heet:
hersencentrum.
Er zijn ook hercentra die verbonden zijn met je spier hier starten impulsen die
lange bewegingszenuwen naar je spieren gaan.