Samenvatting Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 2.1
Hoe zit je lichaam in elkaar:
● Skelet of Beenderstelsel: In je lichaam zitten 206 beenderen of botten.
● Schedel: Je schedel wordt gedragen door je wervelkolom.
● Wervelkolom:
○ De botten in wervelkolom heten wervels, aan een deel van die wervels zit je
ribben.
○ De wervelkolom loopt door je romp naar beneden door naar je
heupbeenderen.
○ De wervelkolom bestaat uit:
■ 7 halswervels
■ 12 borstwervels hieraan zitten de ribben vast
■ 5 lendenwervels
■ heiligbeen zit aan heupbeenderen vast
■ staartbeen: heiligbeen en staartbeen zijn vergroeide wervels
● Heupbeenderen: horen bij je bekken. Daaraan zitten je langste botten van je lichaam
vast.
○ Dijbeenderen in je bovenbeen.
○ Scheenbeen aan de voorkant van je onderbeen.
○ kuitbeen aan de achterkant van onderbeen.
● Ribben: Zitten aan voorzijde van borstbeen.
● Borstbeen: De ribben en de wervels waar de ribben aan vast zitten.
● Borstkas: De ribben, de wervels en het borstbeen vormen samen de borstkas.
In je bovenarm zit de opperarmbeen aan je schouderblad vast. je onderarm bestaat uit 2
botten je ellepijp aan de kant van je pink, het spaakbeen aan de kant van je duim. Je armen
en benen noem je ledematen.
, Waarvoor dient het skelet? (funcies)
1. stevigheid: zonder botten zakt je lichaam in elkaar
2. vorm: de vorm van je lichaam hangt af van de bouw van je skelet
3. bescherming: je skelet beschermt organen, je schedel beschermt hersenen
4. beweging: aan je botten zitten spieren door je botten en spieren kun je bewegen.
Waar zijn botten van gemaakt
● Beenweefsel: het grootste gedeelte van je bot bestaat uit beenweefsel, beenweefsel
bestaat uit beencellen, dit maakt het bot stevig.
● Bloedvaten en zenuwen: via bloedvaatjes krijgen de beencellen de stoffen die ze
nodig hebben door de zenuwen kun je pijn voelen in botten.
● Beenmerg in het midden van elk bot zit een holle ruimte.
● Been: bestaat uit Beencellen: maken een stevige stof met veel kalk en beetje lijmstof.
Kalk maakt botten hard lijmstof zorgt dat het bot een beetje kan buigen
● Pijpbeenderen: De grote langen ronden dunne zoals dijbeen en opperarmbeen en
bevatten geel beenmerg met vet.
● Platte beenderen: Zoals in heupbeen en borstbeen zit rood beenmerg. Hierin worden
bloedcellen gemaakt.
● Kraakbeen zoals puntje van je neus en oorschelp. bestaan uit kraakbeen.
kraakbeenweefsel bestaat uit groepjes kraakbeencellen met daartussen gelei
achtigen stof (veel lijmstof en weinig kalk) kraakbeen is daardoor heel buigzaam.
○ Door kraakbeen tussen ribben en borstbeen kunnen je ribben bewegen
tijdens ademen.
● Kalk maakt botten stevig
● Kraakbeen maakt botten buigzaam
Waardoor zijn kinderen zo soepel.
baby´s :
● Het skelet van een baby bestaat bijna helemaal uit kraakbeen.
● Door alle lijmstof is het skelet buigzaam.
● Het skelet is buigzaam maar niet stevig, botten kunnen doorbuigen.
jonge kind :
● Als baby´s ouder worden veranderd kraakbeen in been dit noem je verbening: botten
worden steviger waardoor je kunt staan lopen rennen.
● De botten hebben nog wel veel lijmstof daardoor zijn ze buigzaam en breken de
botten niet snel.
● Ook zijn kinderen lenig.
oudere kind:
● Groeischijven: Verbening blijft doorgaan en uiteindelijk heb je alleen nog kraakbeen
aan de uiteinde van pijpbeenderen.
● Groeischijven maken nieuw kraakbeen.
● Nieuw kraakbeen wordt hard bot.
15 en 20 jarigen:
● De groeischijven sluiten worden vervangen beencellen daardoor stopt het groeien.
oudere mensen :
● Hoe ouder je wordt hoe meer lijmstof er uit je botten gaat dus de botten zijn minder
buigzaam en kunnen sneller breken
Hoe vangt je wervelkolom schokken op.
1. Door de speciale dubbele S vorm, hierdoor kunnen de wervels een beetje in elkaar
geduwd worden.
2. Kraakbeenschijven: Daardoor kan je wervelkolom een beetje veren.