A. STATEMENTS
1. Explain with reasons whether the statements below are correct or incorrect. Also provide
references to the relevant regulations.
1a. Coffee futures that are sold before the coffee is delivered are classified as financial
instruments.
Juist:
Futures op koffie zijn derivaten. Contracten op niet-financiële items (zoals commodities) vallen in
de reikwijdte van IFRS 9 als zij netto in cash (of via andere financiële instrumenten) kunnen
worden afgewikkeld of feitelijk voor fysieke levering worden gesloten/doorverkocht. In dat geval
zijn het financiële instrumenten die als derivaat initieel tegen reële waarde worden opgenomen en
vervolgens tegen reële waarde met resultaatverwerking worden gemeten (FVTPL). Zie IFRS 9
2.4–2.7 (own use excemption; intentie afwikkeling levering en kan dit aantonen dan had het
geen instrument kunnen zijn maar is in dit geval niet van toepassing.)
1b. All liabilities on the balance sheet are financial instruments.
Onjuist:
Volgens IFRS 9 en IAS 32 is een financiële verplichting een contractuele verplichting om
contanten of een ander financieel actief te leveren, of om een financieel instrument uit te wisselen
onder potentieel ongunstige voorwaarden (IAS 32.11, IFRS 9 Appendix A). Alleen verplichtingen
die uit contractuele afspraken voortkomen, vallen onder de definitie van een financieel instrument.
Daaruit volgt dat niet alle verplichtingen op de balans financiële instrumenten zijn. Verplichtingen
zoals voorzieningen (IAS 37), employee benefits (IAS 19) of SBP (IFRS 2) komen niet voort uit
contractuele verplichtingen, maar uit wettelijke of feitelijke verplichtingen. Deze vallen dus buiten
de reikwijdte van IFRS 9.2.1(c)–(i)
B. FAIR VALUE OF BALANCE SHEET ITEM: LOAN (CREDIT)
2. What is the fair value of the loan on 31 December 20x1?
Onder IFRS 9.2.3(a) valt een financiële verplichting (zoals een lening) binnen de reikwijdte van
IFRS 9 en moet deze worden gewaardeerd volgens hoofdstuk 5 van de standaard.
Volgens IFRS 9.5.2.1 worden financiële verplichtingen na eerste verwerking in beginsel
gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, behalve wanneer IFRS 9 vereist of toestaat dat ze
tegen reële waarde met resultaatverwerking (FVTPL) worden opgenomen (zoals bij
handelsverplichtingen of designatie onder de fair value-optie, zie IFRS 9.4.2.1 en IFRS 9.4.2.2).
De fair value van de lening, moet worden bepaald in overeenstemming met IFRS 13:
- IFRS 13.9 definieert fair value als de prijs die zou worden ontvangen om een actief te
verkopen of betaald om een verplichting over te dragen in een ordelijke transactie tussen
marktpartijen op de waarderingsdatum.
- IFRS 13.22 bepaalt dat voor verplichtingen de waardering uitgaat van het standpunt van
de marktdeelnemer die de verplichting overneemt, waarbij verdiscontering plaatsvindt
tegen marktconforme rentevoeten.
- IFRS 13. schrijft voor dat toekomstige kasstromen worden gedisconteerd tegen de rente
die een marktdeelnemer zou eisen voor een vergelijkbare verplichting met vergelijkbare
risico’s.
Omdat de lening van Topper B.V. een variabele rente kent die per balansdatum gelijk is aan de
actuele marktrente (4%), resulteert de discontering (present value) in een waarde die gelijk is aan
de nominale waarde (1.000.000).
, Er is dus geen verschil tussen de boekwaarde (geamortiseerde kostprijs) en de fair value (IFRS
9.5.2.1 en IFRS 13
Berekening
- Een lening van 1.000.000
- Een resterende looptijd van 1 jaar
- Een variabele rente die reeds is aangepast aan het marktniveau.
- De rente van 5% over 20x1 is reeds betaald
- De marktrente per 31 december 20x1 is 4%, en dit is ook de verwachte rente tot het einde
van de looptijd.
Omdat de lening jaarlijks wordt aangepast aan de marktrente, is er geen verschil tussen de
contractuele rente en de marktrente. De contante waarde van de terugbetaling over 1 jaar is
daarmee vrijwel gelijk aan de nominale waarde.
Berekening:
- Toekomstige kasstromen: aflossing 1.000.000 en rente 4% * 1.000.000 = 40.000 op 30
december 20x2. (1.000.000 + 40.000 = 1.040.000)
- Disconteringsvoet: 4% (marktconforme rente).
- Contante waarde per 31 december 20x1 = (1.040.000) / (1,04) = 1.000.000
De fair value van de lening bedraagt dus 1.000.000 op 31 december 20x1.
Volgens IFRS 13.24 is dit consistent met de prijs waartegen de verplichting tussen marktpartijen
zou worden overgedragen. Omdat de rente variabel is en aansluit bij de marktrente, ontstaat er
geen disconteringsverschil.
De verwerking in de balans geschiedt tegen de geamortiseerde kostprijs (IFRS 9.4.2.1), maar de
fair value disclosure zal in dit geval gelijk zijn aan de boekwaarde.
C. BONDS: CLASSIFICATION AND MEASUREMENT
3. How is this bond classified and measured in the company’s financial statements under
IFRS 9? If more than one classification is possible, list all the alternatives. Explain your
answer.
Er zijn drie manieren van measurement, op basis van IFRS 9, voor een financial asset (IFRS
9.4.1.1):
a. Amortized cost
b. FV through P&L
c. FV through OCI
De obligatie van Burggraaf B.V. wordt onder IFRS 9 geclassificeerd en gewaardeerd op basis van
twee cumulatieve voorwaarden: het business model (IFRS 9.4.1.2(a)) en de SPPI-toets IFRS
9.4.1.3).
SPPI-toets (IFRS 9.4.1.3–4.1.4)
De contractuele kasstromen bestaan uitsluitend uit de terugbetaling van de hoofdsom (20.000) en
vergoeding voor tijdswaarde, kredietrisico en een normale winstmarge via een vaste couponrente
van 4%. Er zijn geen exotische kenmerken (zoals rente gekoppeld aan aandelen of
grondstofprijzen). De obligatie voldoet daarom aan de SPPI-criteria en kwalificeert als
basisleningsovereenkomst.
Business model (IFRS 9.4.1.2)
Burggraaf houdt de obligatie aan om de contractuele kasstromen te innen (rente en aflossing) en
niet om tussentijds te verkopen. Dat betekent dat het instrument in het ‘hold to collect’-model valt.
1. Explain with reasons whether the statements below are correct or incorrect. Also provide
references to the relevant regulations.
1a. Coffee futures that are sold before the coffee is delivered are classified as financial
instruments.
Juist:
Futures op koffie zijn derivaten. Contracten op niet-financiële items (zoals commodities) vallen in
de reikwijdte van IFRS 9 als zij netto in cash (of via andere financiële instrumenten) kunnen
worden afgewikkeld of feitelijk voor fysieke levering worden gesloten/doorverkocht. In dat geval
zijn het financiële instrumenten die als derivaat initieel tegen reële waarde worden opgenomen en
vervolgens tegen reële waarde met resultaatverwerking worden gemeten (FVTPL). Zie IFRS 9
2.4–2.7 (own use excemption; intentie afwikkeling levering en kan dit aantonen dan had het
geen instrument kunnen zijn maar is in dit geval niet van toepassing.)
1b. All liabilities on the balance sheet are financial instruments.
Onjuist:
Volgens IFRS 9 en IAS 32 is een financiële verplichting een contractuele verplichting om
contanten of een ander financieel actief te leveren, of om een financieel instrument uit te wisselen
onder potentieel ongunstige voorwaarden (IAS 32.11, IFRS 9 Appendix A). Alleen verplichtingen
die uit contractuele afspraken voortkomen, vallen onder de definitie van een financieel instrument.
Daaruit volgt dat niet alle verplichtingen op de balans financiële instrumenten zijn. Verplichtingen
zoals voorzieningen (IAS 37), employee benefits (IAS 19) of SBP (IFRS 2) komen niet voort uit
contractuele verplichtingen, maar uit wettelijke of feitelijke verplichtingen. Deze vallen dus buiten
de reikwijdte van IFRS 9.2.1(c)–(i)
B. FAIR VALUE OF BALANCE SHEET ITEM: LOAN (CREDIT)
2. What is the fair value of the loan on 31 December 20x1?
Onder IFRS 9.2.3(a) valt een financiële verplichting (zoals een lening) binnen de reikwijdte van
IFRS 9 en moet deze worden gewaardeerd volgens hoofdstuk 5 van de standaard.
Volgens IFRS 9.5.2.1 worden financiële verplichtingen na eerste verwerking in beginsel
gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, behalve wanneer IFRS 9 vereist of toestaat dat ze
tegen reële waarde met resultaatverwerking (FVTPL) worden opgenomen (zoals bij
handelsverplichtingen of designatie onder de fair value-optie, zie IFRS 9.4.2.1 en IFRS 9.4.2.2).
De fair value van de lening, moet worden bepaald in overeenstemming met IFRS 13:
- IFRS 13.9 definieert fair value als de prijs die zou worden ontvangen om een actief te
verkopen of betaald om een verplichting over te dragen in een ordelijke transactie tussen
marktpartijen op de waarderingsdatum.
- IFRS 13.22 bepaalt dat voor verplichtingen de waardering uitgaat van het standpunt van
de marktdeelnemer die de verplichting overneemt, waarbij verdiscontering plaatsvindt
tegen marktconforme rentevoeten.
- IFRS 13. schrijft voor dat toekomstige kasstromen worden gedisconteerd tegen de rente
die een marktdeelnemer zou eisen voor een vergelijkbare verplichting met vergelijkbare
risico’s.
Omdat de lening van Topper B.V. een variabele rente kent die per balansdatum gelijk is aan de
actuele marktrente (4%), resulteert de discontering (present value) in een waarde die gelijk is aan
de nominale waarde (1.000.000).
, Er is dus geen verschil tussen de boekwaarde (geamortiseerde kostprijs) en de fair value (IFRS
9.5.2.1 en IFRS 13
Berekening
- Een lening van 1.000.000
- Een resterende looptijd van 1 jaar
- Een variabele rente die reeds is aangepast aan het marktniveau.
- De rente van 5% over 20x1 is reeds betaald
- De marktrente per 31 december 20x1 is 4%, en dit is ook de verwachte rente tot het einde
van de looptijd.
Omdat de lening jaarlijks wordt aangepast aan de marktrente, is er geen verschil tussen de
contractuele rente en de marktrente. De contante waarde van de terugbetaling over 1 jaar is
daarmee vrijwel gelijk aan de nominale waarde.
Berekening:
- Toekomstige kasstromen: aflossing 1.000.000 en rente 4% * 1.000.000 = 40.000 op 30
december 20x2. (1.000.000 + 40.000 = 1.040.000)
- Disconteringsvoet: 4% (marktconforme rente).
- Contante waarde per 31 december 20x1 = (1.040.000) / (1,04) = 1.000.000
De fair value van de lening bedraagt dus 1.000.000 op 31 december 20x1.
Volgens IFRS 13.24 is dit consistent met de prijs waartegen de verplichting tussen marktpartijen
zou worden overgedragen. Omdat de rente variabel is en aansluit bij de marktrente, ontstaat er
geen disconteringsverschil.
De verwerking in de balans geschiedt tegen de geamortiseerde kostprijs (IFRS 9.4.2.1), maar de
fair value disclosure zal in dit geval gelijk zijn aan de boekwaarde.
C. BONDS: CLASSIFICATION AND MEASUREMENT
3. How is this bond classified and measured in the company’s financial statements under
IFRS 9? If more than one classification is possible, list all the alternatives. Explain your
answer.
Er zijn drie manieren van measurement, op basis van IFRS 9, voor een financial asset (IFRS
9.4.1.1):
a. Amortized cost
b. FV through P&L
c. FV through OCI
De obligatie van Burggraaf B.V. wordt onder IFRS 9 geclassificeerd en gewaardeerd op basis van
twee cumulatieve voorwaarden: het business model (IFRS 9.4.1.2(a)) en de SPPI-toets IFRS
9.4.1.3).
SPPI-toets (IFRS 9.4.1.3–4.1.4)
De contractuele kasstromen bestaan uitsluitend uit de terugbetaling van de hoofdsom (20.000) en
vergoeding voor tijdswaarde, kredietrisico en een normale winstmarge via een vaste couponrente
van 4%. Er zijn geen exotische kenmerken (zoals rente gekoppeld aan aandelen of
grondstofprijzen). De obligatie voldoet daarom aan de SPPI-criteria en kwalificeert als
basisleningsovereenkomst.
Business model (IFRS 9.4.1.2)
Burggraaf houdt de obligatie aan om de contractuele kasstromen te innen (rente en aflossing) en
niet om tussentijds te verkopen. Dat betekent dat het instrument in het ‘hold to collect’-model valt.