Hormonen zijn een trager systeem om dingen door te geven in het lichaam in
vergelijking met het zenuwstelsel.
Er zijn 3 verschillende manieren waarop de hypothalamus invloed kan hebben
op de hormonen:
1. Door productie van hormonen die de hypofyse reguleren. Daar zetten ze
een vervolgactie in gang. Dit wordt door de voorkwab gemaakt.
2. Productie van ADH en oxytocine.
3. Opdracht geven aan het zenuwstelsel.
In de hypofyse achterkwab worden ADH en oxytocine afgegeven onder
invloed van de hypothalamus.
ADH: zorgt ervoor dat je vocht gaat vasthouden en minder gaat plassen.
Oxytocine: knuffelhormoon: is belangrijk bij weeën bij geboorte maar komt
ook vrij bij knuffelen.
In de hypothalamus kunnen zowel releasing hormones (stimulerende
hormonen) als inhibiting hormones (remmende hormonen) worden
aangemaakt.
In de bijniermerg worden adrenaline en noradrenaline aangemaakt.
Werken zowel als neurotransmitter in het zenuwstelsel als als hormoon in
het bloed.
In de bijnierschors wordt cortisol afgegeven.
ACTH: een hormoon dat door de hypofyse (een klier in de hersenen) wordt
geproduceerd om de bijnieren te stimuleren om het hormoon cortisol aan te
maken.
TSH: het belangrijkste doel is om de schildklier aan te sturen om
schildklierhormonen (T4 en T3) te produceren, die de stofwisseling van het
lichaam regelen.
GH: zorgt voor groei en herstel en de aanmaak vindt plaats in de hypofyse
onder invloed van het hypothalamus hormoon GHRH (groeihormoon as).
CT: werkt niet onder invloed van de hypothalamus of de hypofyse. Als de
calciumspiegel te hoog is wordt calcitonine aangemaakt, waardoor je meer
calcium gaat uitscheiden en worden er meer osteoblasten aangemaakt,
waardoor de calcium naar de botten gaat vanuit het bloed en worden er
minder osteoclasten aangemaakt, waardoor minder calcium vanuit de botten
naar het bloed komt en er weer homeostase komt.
PTH: werkt niet onder invloed van de hypothalamus of de hypofyse. Als de
calcium te laag is worden er meer osteoclasten aangemaakt en wordt er
calcium terug geresorbeerd en opgenomen vanuit voeding, waardoor de
calciumspiegel weer omhoog gaat en er weer homeostase komt.
Thyroxine (T3/T4): het hormoon dat de schildklier produceert. T3 en T4
reguleren belangrijke lichamelijke processen, zoals de stofwisseling, groei en
ontwikkeling.
Tussen de hypothalamus en de hypofyse zit een poortadersysteem.
Negatieve terugkoppeling: als er veel van het hormoon is ga je minder
aanmaken voor de homeostase en als er weinig van het hormoon is ga je
meer aanmaken voor de homeostase.
Positieve terugkoppeling: er wordt steeds meer aangemaakt omdat een
proces gestimuleerd moet worden. Dit stopt als het niet meer nodig is.
Bijvoorbeeld bij wonden en bevalling.