Je kunt vertellen welke thema’s er behandeld worden bij de medische
biologielessen in het tweede jaar. Ja.
Je kunt uitleggen hoe je je moet voorbereiden op de lessen en welke
leermiddelen daarvoor beschikbaar zijn. Ja.
Je kunt alle benodigde documenten en andere lesmaterialen vinden op
Brightspace en op internet. Ja.
Je kunt uitleggen hoe de toetsing wordt vormgegeven en welke leerdoelen
worden getoetst. Ja.
Je hebt een start gemaakt met de voorbereiding voor de eerste
vakinhoudelijke les (week 2). Ja.
Je begrijpt alle studie-gerelateerde termen in de informatie die op
Brightspace staat. Ja.
Week 2
Je kunt uitleggen wat sensoriek is. Alle processen van gewaarwording en
verwerking van prikkels en signalen door de zintuigen.
Je kunt de werking van de algemene zintuigen uitleggen.
- Temperatuur: temperatuurgewaarwordingen worden langs dezelfde
banen geleid als pijngewaarwordingen. Ze worden naar de formatio
reticularis, de thalamus en (in mindere mate) naar de primaire
sensorische schors geleid. Thermoreceptoren zijn zeer actief wanneer
de temperatuur verandert, maar passen zich snel aan aan een stabiele
temperatuur.
- Pijn: pijnreceptoren hebben grote receptorvelden en daardoor is het
vaak moeilijk de bron van een pijnprikkel precies vast te stellen.
Pijnzintuigen kunnen gevoelig zijn voor:
1. Extreme temperaturen.
2. Mechanische beschadiging.
3. Opgeloste chemische stoffen.
Zodra pijnreceptoren in een bepaald gebied worden gestimuleerd,
geleiden twee typen axonen de pijnlijke gewaarwordingen.
Gemyeliniseerde vezels geleiden zeer plaatselijke gewaarwordingen
van snelle pijn. Deze gewaarwordingen bereiken het CZS zeer snel,
waar ze vaak tot een somatische reflex leiden. Ook worden ze naar
de primaire sensorische schors doorgeschakeld, waardoor we ons
van de prikkel bewust worden. Tragere, ongemyeliniseerde vezels
geleiden gewaarwordingen van trage pijn. In tegenstelling tot
gewaarwordingen bij snelle pijn, kunnen we bij gewaarwordingen
van trage pijn alleen het algemene betrokken gebied identificeren.
De pijnwaarneming in delen van het lichaam die niet werkelijk
worden geprikkeld, wordt gerefereerde pijn genoemd. Het
mechanisme dat verantwoordelijk is voor gerefereerde pijn is nog
niet precies duidelijk. Pijn in de huid van het bovenste gedeelte van
de borst en de linkerarm is mogelijk afkomstig van het hart (of de
hartspier). Pijnreceptoren blijven reageren zo lang de pijnlijke prikkel
aanwezig blijft. De waarneming van de pijn kan in de loop van de tijd
echter afnemen, doordat centra in de thalamus, de formatio
reticularis, het onderste deel van de hersenstam en het ruggenmerg
een remmende werking uitoefenen.
, - Aanraking: tastreceptoren leveren gewaarwordingen van aanraking.
Met receptoren voor fijne aanraking en druk krijgen we gedetailleerde
informatie over de bron van een prikkel, zoals de exacte plaats, de
vorm, omvang, textuur en beweging. Met de informatie van receptoren
voor grove aanraking en druk kunnen we de prikkel niet goed
lokaliseren en krijgen we weinig additionele informatie over de prikkel.
Tastreceptoren lopen uiteen in complexiteit van vrije zenuwuiteinden
tot gespecialiseerde sensibele complexen met accessoire cellen en
ondersteunende structuren. Er zijn zes typen tastreceptoren:
1. Vrije zenuwuiteinden die gevoelig zijn voor aanraking en druk liggen
tussen opperhuidcellen. Er zijn geen structurele verschillen
gevonden tussen deze receptoren en de vrije zenuwuiteinden die
gevoelens van temperatuur of pijn leveren.
2. Rond de haarwortel liggen vrije zenuwuiteinden die door
verplaatsingen van de haar worden geprikkeld. Met deze
zenuwuiteinden nemen we vervormingen en bewegingen over het
lichaamsoppervlak waar.
3. Tactiele schijfjes of tastlichaampjes van Merkel zijn receptoren voor
fijne aanraking en druk. Diep in de opperhuid van onbehaarde huid,
in het stratum basale, liggen grote opperhuidcellen (cellen van
Merkel). De dendrieten van een sensibel neuron maken een nauw
contact met een groep cellen van Merkel. Als cellen van Merkel
worden samengedrukt, scheiden ze chemische stoffen af waardoor
het neuron wordt geprikkeld.
4. Tastlichaampjes (lichaampjes van Meissner) zijn gevoelig voor fijne
aanraking en druk en voor trillingen met lage frequentie. Ze zijn heel
talrijk in de oogleden, lippen, vingertoppen, tepels en uitwendige
geslachtsorganen.
5. Lichaampjes van Pacini zijn grote zintuigcellen die gevoelig zijn voor
druk diep in het lichaam en voor pulserende trillingen of trillingen
met hoge frequentie. Ze komen veel voor in de huid van de vingers,
borsten en uitwendige geslachtsorganen. Ze zijn ook aanwezig in
gewrichtskapsels, mesenteria, in de pancreas en in de wanden van
de urinebuis en de urineblaas.
6. Lichaampjes van Ruffini zijn ook gevoelig voor druk en vervorming
van de huid, maar ze liggen in de diepste laag van de dermis.
Tast gewaarwordingen worden door de dorsale kolom en de
spinothalamische banen geleid. Infecties, ziekten en beschadigingen
van sensibele neuronen of banen kunnen van invloed zijn op de
gevoeligheid voor tastprikkels. De plaats waar de gevoeligheid voor
tastprikkels is veranderd, kan een aanwijzing geven voor de
diagnose. Wanneer de huid langs de grens van een dermatoom
gevoelloos is geworden, kan bijvoorbeeld worden bepaald welke
ruggenmergszenuw of -zenuwen is/zijn aangedaan.
- Druk: zie gedeeltelijk aanraking. Baroreceptoren leveren informatie die
noodzakelijk is voor de regulering van autonome activiteiten door het
registreren van drukveranderingen. Deze zintuigen bestaan uit vrije
zenuwuiteinden die zich vertakken binnen de elastische weefsels in de
wanden van rekbare organen, zoals bloedvaten of een gedeelte van de
luchtwegen, het spijsverteringskanaal of de urinewegen. Als de druk