1.
a. Ontsteking van het hersenvlies.
b. Een onderzoek waarbij vocht uit het ruggenmerg wordt gehaald door
een injectie. Het wordt tussen de L3 en L4 of tussen de L4 en de L5
afgenomen omdat daarboven grijze stof zit en er zenuwen lopen die
geraakt kunnen worden. In de prikzone lopen alleen nog maar uitlopers
van de zenuwen waardoor het veiliger is om daar te prikken.
c. Omdat de hersenen onderdeel zijn van het CZS en daar horen de
wervels ook bij. Dezelfde vloeistof is ook door de hersenen heen
gegaan.
d. Epidurale ruimte, dura mater, arachnoidea, subarachnoïdale ruimte, pia
mater.
Bloed-hersenbarriere
2.
a. Een barriere tussen de bloedvaten en de hersenen zelf.
b. Bacteriële toxines veroorzaken schade aan bloedvaten, ook bij
opruimen van bacteriën door o.a. macrofagen kunnen schadelijke
stoffen vrijkomen en afweerreactie veroorzaakt oedeem; door hogere
druk kunnen bloedvaten gaan lekken.
c. Veel medicatie kan niet in de hersenen aankomen omdat er te veel
bescherming is.
Ruggenmerg
3.
a. Links voor: ganglion, links achter: ventrale wortel, rechts voor: witte
stof, rechts achter: grijze stof.
b. Functies van witte stof: wit door myelinelaagje, bundels van axonen en
alleen prikkelgeleiding. Functies van grijze stof: cellichamen van de
zenuwcellen en informatieverwerking. Functie van ventrale wortel:
motorische aansturing. Functies van dorsaal ganglion: bundeling
cellichamen van sensibele neuronen en cellichamen liggen beschermd,
diep in het lichaam.
c. Het ligt eraan hoe hoog iemand verlamd is geraakt. Hoe hoger het
wervelletsel, hoe meer er verlamd is. Vanaf het punt waar de zenuwen
zijn doorgesneden is iemand verlamd en alles daaronder kan niet meer
gebruikt worden.
Dermatomen
4.
a. Als iemand waterpokken heeft gehad trekt het virus zich terug in de
wortel van de zenuw, in de hersenen of in het ruggenmerg. Bij een
opleving verspreid het virus zich via de zenuwbanen. Zichtbaar in de
dermatomen.
Hersenen
5.
a. In de frontaalkwab.