(in eigen woorden in enkele zinnen)
- Maagklachten. A A02: (o.a.) antacida. - Neutraliseren het maagzuur. - Milde maag-darmklachten,
Hierdoor stijgt de pH in de meestal in de vorm van
maag. diarree, met name bij
- Verlagen daarmee de pH- magnesiumzouten.
gedreven activering van
pepsinogeen in pepsine.
Hierdoor neemt de
proteolytische werking van
pepsine af.
- Obstipatie. A A06: (o.a.) laxantia. - Volumevergrotend: - Volumevergrotend:
Mengen zich met de Klachten passend bij
darminhoud. intestinale vernauwing,
Nemen water op en maken zoals buikpijn, buikkramp,
zo de feces volumineus en vol gevoel, misselijkheid en
zacht. braken.
Fermenteren tot Intestinale obstructie en
korteketenvetzuren fecale impactie, indien
(toename peristaltiek en ingenomen met
fecesvolume). onvoldoende vocht.
- Osmotisch werkende: zijn slecht Oprisping door bacteriële
resorbeerbaar waardoor via fermentatie van niet-
osmose relatief veel water in de geabsorbeerde
darm wordt vastgehouden. koolhydraten.
Hierdoor: Flatulentie.
Verhoogt het watergehalte - Osmotisch werkende:
van de feces en verzacht de Buikkramp en buikpijn.
consistentie van de feces. Misselijkheid.
Bevordert, door vergroting Flatulentie.
van de darminhoud, de - Contactlaxantia:
darmperistaltiek. Dit Diarree.
stimuleert de stoelgang en Buikkramp en buikpijn.
, verkort de passagetijd van Opgeblazen gevoel.
de feces. Misselijkheid.
Lactitol/lactulose verlagen Flatulentie.
daarnaast ook de pH in de Langdurig gebruik en
darm. Hierdoor bevorderen misbruik: chronische diarree
zij ook door chemische met dehydratie,
prikkeling de elektrolytstoornissen
darmperistaltiek. (hypokaliëmie,
- Contactlaxantia: prikkelen op een hypomagnesiëmie,
chemische wijze de darmwand. hypocalciëmie),
Hierdoor verminderen zij de rabdomyolyse,
water- en zoutresorptie door de hypoalbuminemie,
mucosacellen en verhogen zij de gewichtsverlies, oedeem en
uitscheiding ervan. Hierdoor dorst.
treden de volgende effecten op:
Bevordering van de
darmperistaltiek. Dit
stimuleert de stoelgang en
verkort de passagetijd van
de feces.
Toename van het
watergehalte in de feces. Dit
maakt de feces zachter.
- Diabetes type 2. A A10: (o.a.) biguaniden. - Drie verschillende - Meestal in het begin van de
werkingsmechanismen: behandeling: maag-
1. Vermindering van de darmklachten zoals
glucoseproductie in de lever. misselijkheid, braken, diarree,
2. Toename van de buikpijn en verlies van eetlust.
insulinegevoeligheid van
perifere weefsels (met name
spieren, adipocyten),
waardoor glucoseopname en -
gebruik toeneemt.
, 3. Verandering van het
glucosemetabolisme in de
darm: verhoging van
glucoseopname uit het bloed
en afname van de absorptie
uit voedsel. Metformine
verhoogt ook de afgifte van
GLP-1 en vermindert de
resorptie van galzuur. Ook zijn
er effecten op het
darmmicobioom.
- Myocardinfarct. B B01: (o.a.) trombolytica. - Middelen in deze heterogene - Zie voor de bijwerkingen van
groep oefenen via verschillende deze middelen, de
aangrijpingspunten hun werking desbetreffende
uit. Het werkingsmechanisme en geneesmiddelteksten.
effect staat in de afzonderlijke
geneesmiddelteksten onder de
rubriek Eigenschappen.
- Hartfalen; angina pectoris. C C01: nitraten (vaatverwijders). - Worden in gladde spiercellen - (Orthostatische) hypotensie.
van de vaatwand omgezet in o.a. - Hartkloppingen.
stikstofmonoxide (NO). Hierdoor - (Reflex)tachycardie.
ontstaat: - Hoofdpijn.
Vasodilatatie van veneuze - Slaperigheid.
capaciteitsvaten. Door deze - Gevoel van zwakte.
vaatverwijding daalt de
centraal veneuze druk en
neemt de toevoer van bloed
naar het hart af.
Vasodilatatie van arteriolen
(in mindere mate). Hierdoor
daalt de perifere weerstand.
Vasodilatatie van coronaire
vaten.