NB: Termen met een * zijn al eerder aan de orde geweest
Medische term NLse term Engelse term Omschrijving (bijv. functie); definitie; synoniem
Meningen. Hersenvliezen. Meninges. Drie beschermende vliezen (membranen) die de hersenen en het
ruggenmerg omhullen, bestaande uit het harde hersenvlies (dura
mater) van buiten, het spinnenwebvlies (arachnoïdea) in het
midden, en het zachte hersenvlies (pia mater) dat direct op het
hersenweefsel ligt. Hersenvliezen.
Dura mater. Harde hersenvlies. Dura mater. Het buitenste, dikke en taaie hersenvlies dat de hersenen en het
ruggenmerg omringt en beschermt. Harde hersenvlies.
Durale sinussen. Dural sinuses. Veneuze kanalen binnen de hersenvliezen (dura mater) die
zuurstofarm bloed uit de hersenen afvoeren, hersenvocht bevatten
en bloed naar de nek of het hart leiden. Hersenader.
Epidurale ruimte. Epidural space. Een anatomische ruimte in het wervelkanaal, gelegen buiten het
harde ruggenmergvlies (dura mater) en tussen het vlies en de
botten van de wervelkolom. Ruimte buiten het harde hersenvlies.
Epiduraalblok#. Ruggenprik. Epidural administration. Een vorm van regionale anesthesie of pijnbehandeling waarbij een
verdovend of ontstekingsremmend medicijn in de epidurale ruimte
in de rug wordt geïnjecteerd. Epidurale anesthesie.
Subdurale ruimte. Subdural space. Een potentiële ruimte tussen het harde hersenvlies en het
spinnenwebvlies. Ruimte onder het harde hersenvlies.
Arachnoidea. Spinnenwebvlies. Arachnoid mater. Één van de drie hersenvliezen, gelegen tussen het harde hersenvlies
(dura mater) en het zachte hersenvlies (pia mater).
Spinnenwebvlies.
Subarachnoidale ruimte. Subarachnoid space. Een met hersenvocht gevulde ruimte tussen twee binnenste
hersenvliezen, het spinnenwebvlies (arachnoïdea) en het zachte
hersenvlies (pia mater). Ruimte onder het spinnenwebvlies.
, Pia mater. Zachte hersenvlies. Pia mater. Het dunste en meest kwetsbare van de drie hersenvliezen
(meninges) die de hersenen en het ruggenmerg omringen. Zachte
hersenvlies.
Liquor/cerebrospinale Cerebrospinal fluid (CSF). Een heldere vloeistof die de hersenen en het ruggenmerg omringt,
vloeistof. dient als een beschermend kussen tegen stoten en letsel, helpt bij
het drijven van de hersenen om druk te verminderen, en zorgt voor
de aanvoer van voedingsstoffen en afvoer van afvalstoffen. Hersen-
en ruggenmergvocht.
Bloed-hersenbarrière. Blood-brain barrier. Een selectief filter rond de bloedvaten in de hersenen dat
schadelijke stoffen buiten houdt en nuttige stoffen doorlaat om de
hersenen te beschermen. Hemato-encefale barriere.
Lumbaalpunctie#. Lumbar puncture/spinal Een medisch onderzoek waarbij een arts met een naald wat
tap. hersenvocht afneemt uit de onderrug voor analyse in het
laboratorium. Ruggenprik.
Medulla spinalis. Ruggenmerg. Spinal cord. Een onderdeel van het centrale zenuwstelsel en een lange,
buisachtige structuur die zich binnenin het wervelkanaal van de
wervelkolom bevindt. Ruggenmerg.
Centraal kanaal. Central canal. Een smalle, holle ruimte midden in het ruggenmerg, gevuld met
hersenvocht, en loopt van de hersenen tot het einde van het
ruggenmerg. Kanaal van het ruggenmerg.
Dorsale wortels. Dorsal roots. De sensorische zenuwwortels aan de rugzijde van het ruggenmerg
die sensorische informatie (zoals pijn, aanraking en temperatuur)
van het lichaam naar het ruggenmerg en de hersenen brengen.
Achterwortels.
Ganglion van de dorsale Dorsal root ganglion. Een verdikking aan de achterkant van de ruggenmergzenuw, die de
wortels. cellichamen van de zenuwen bevat die verantwoordelijk zijn voor
het waarnemen van gevoel, zoals pijn. Dorsaal wortelganglion.
Ventrale wortels. Ventral roots. De motorische zenuwwortels die uit de buikzijde (ventrale zijde)