Medische term NLse term Engelse term Omschrijving (bijv. functie); definitie; synoniem
Hormoon. Hormone. Een chemische signaalstof die het lichaam zelf aanmaakt door
processen in balans te houden. Signaalstof.
Receptor. Receptor. Een molecuul in of op een cel dat signalen ontvangt, vaak een eiwit.
Ontvanger.
Endocriene klier. Endocrine gland. Een klier die hormonen rechtstreeks in de bloedbaan afgeeft zonder
afvoerbuis. Inwendige klier.
Negatieve Negative feedback. Een proces waarbij het resultaat van een actie de oorzaak van die
terugkoppeling. actie afremt of remt, om zo stabiliteit te handhaven. Remmende
feedback.
Hypothalamus. Hypothalamus. Een deel van de hersenen dat een centrale rol speelt in het
handhaven van de homeostase, of het interne evenwicht van het
lichaam. Onderthalamus.
Hypofyse. Pituitary gland. Een kleine hormoonklier, ongeveer zo groot als een erwt, die
onderaan de hersenen ligt. Hersenaanhangsel.
Adenohypofyse. Voorkwab van de Anterior pituitary. De voorkwab van de hypofyse (hersenaanhangselklier), die een
hypofyse. sturende rol speelt in de hormoonhuishouding van het lichaam, met
name bij processen zoals groei, stress en voortplanting. Voorkwab
van de hypofyse.
Neurohypofyse. Achterkwab van de Posterior pituitary. Het achterste deel van de hypofyse (ook wel de achterkwab
hypofyse. genoemd) en dient als een opslagplaats en afgiftepunt voor
hormonen die in de hypothalamus worden geproduceerd.
Achterkwab van de hypofyse.
Poortadersysteem. Portal vein system. Een netwerk van aderen dat bloed van het ene orgaan naar het
andere vervoert, voordat het naar het hart stroomt. Portale
circulatie.