16.1 Bij internationale samenwerkingen speelt het probleem van free riders. Bij samenwerking is
onderling vertrouwen en wederzijdse acceptatie nodig. De ene staat heeft meer invloed in het te
maken compromis vanwege interdependentie. Bij het harmoniemodel staat consensus centraal, bij
het conflictmodel juist om het behalen van de eigen belangen.
16.2 Bilaterale samenwerking: tussen twee landen; multilateraal: tussen meer dan twee landen.
Non-gouvernementele organisaties: niet-statelijke actoren; intergouvernementele samenwerking:
samenwerking tussen staten. Een samenwerkingsverband kan ook supranationaal zijn: staten geven
deel van hun soevereiniteit op. Bij intergouvernementele organisaties is er geen overkoepelend
orgaan; wijze van besluitvorming is belangrijk:
Unanimiteit;
Gewone meerderheid (tweederde of helft plus één);
Gekwalificeerde meerderheid: meerderheid die aan bepaalde eisen voldoet (inwonersaantal
bv).
Multilaterale vormen van intergouvernementele samenwerking:
IMF en Wereldbank: stellen financiële middelen ter beschikking;
Wereldhandelsorganisatie: stelt regels voor internationale handel;
VN: heeft wel gezag, maar nauwelijks macht. VN-Veiligheidsraad heeft wel macht (H. 15).
De EU is een multilaterale supranationale organisatie die dus regels kan opleggen aan de lidstaten:
Europese Raad: regeringsleiders van alle landen. Besluiten koers van de EU;
Europese Commissie: één commissaris per lidstaat met ieder een eigen deelterrein. Dient
voorstellen in bij Europese Raad;
Europees Parlement: invloed van een land verschilt per inwoneraantal. Taken:
o Vaststellen van wetten, samen met Europese Raad;
o Controleren EC, commissarissen goed- of afkeuren;
o Totale begroting goed- of afkeuren.
Raad van de Europese Unie: neemt beslissingen.
Het Internationaal Gerechtshof doet uitspraken in conflicten, maar alleen als die landen het hof
erkennen. Vijftien rechters, waarvan vijf van de permanente leden: permanente leden worden
nauwelijks veroordeeld. Het Internationaal Strafhof vervolgt personen die verdacht worden van
misdaden tegen de mensheid. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens verklaart dat
vrijheid en gelijkheid belangrijk zijn.
16.3 Over verschillen in snelheid van ontwikkelen tussen staten zijn twee theorieën:
- Evolutionistische theorieën: alle staten maken het proces van modernisering door. De ene
staat is wat verder dan de andere. Past bij de ideologie van modernisering en bij liberale
theorieën;
- Afhankelijkheidstheorieën: lucratieve ruilvoet: rijke landen kopen voor lage prijzen stoffen
uit arme landen (wereldsysteem). Protectionistische maatregelen beschermen het Westen.
De economieën van vroegere kolonies zijn op export gericht: derde oorzaak van
ongelijkheid.
onderling vertrouwen en wederzijdse acceptatie nodig. De ene staat heeft meer invloed in het te
maken compromis vanwege interdependentie. Bij het harmoniemodel staat consensus centraal, bij
het conflictmodel juist om het behalen van de eigen belangen.
16.2 Bilaterale samenwerking: tussen twee landen; multilateraal: tussen meer dan twee landen.
Non-gouvernementele organisaties: niet-statelijke actoren; intergouvernementele samenwerking:
samenwerking tussen staten. Een samenwerkingsverband kan ook supranationaal zijn: staten geven
deel van hun soevereiniteit op. Bij intergouvernementele organisaties is er geen overkoepelend
orgaan; wijze van besluitvorming is belangrijk:
Unanimiteit;
Gewone meerderheid (tweederde of helft plus één);
Gekwalificeerde meerderheid: meerderheid die aan bepaalde eisen voldoet (inwonersaantal
bv).
Multilaterale vormen van intergouvernementele samenwerking:
IMF en Wereldbank: stellen financiële middelen ter beschikking;
Wereldhandelsorganisatie: stelt regels voor internationale handel;
VN: heeft wel gezag, maar nauwelijks macht. VN-Veiligheidsraad heeft wel macht (H. 15).
De EU is een multilaterale supranationale organisatie die dus regels kan opleggen aan de lidstaten:
Europese Raad: regeringsleiders van alle landen. Besluiten koers van de EU;
Europese Commissie: één commissaris per lidstaat met ieder een eigen deelterrein. Dient
voorstellen in bij Europese Raad;
Europees Parlement: invloed van een land verschilt per inwoneraantal. Taken:
o Vaststellen van wetten, samen met Europese Raad;
o Controleren EC, commissarissen goed- of afkeuren;
o Totale begroting goed- of afkeuren.
Raad van de Europese Unie: neemt beslissingen.
Het Internationaal Gerechtshof doet uitspraken in conflicten, maar alleen als die landen het hof
erkennen. Vijftien rechters, waarvan vijf van de permanente leden: permanente leden worden
nauwelijks veroordeeld. Het Internationaal Strafhof vervolgt personen die verdacht worden van
misdaden tegen de mensheid. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens verklaart dat
vrijheid en gelijkheid belangrijk zijn.
16.3 Over verschillen in snelheid van ontwikkelen tussen staten zijn twee theorieën:
- Evolutionistische theorieën: alle staten maken het proces van modernisering door. De ene
staat is wat verder dan de andere. Past bij de ideologie van modernisering en bij liberale
theorieën;
- Afhankelijkheidstheorieën: lucratieve ruilvoet: rijke landen kopen voor lage prijzen stoffen
uit arme landen (wereldsysteem). Protectionistische maatregelen beschermen het Westen.
De economieën van vroegere kolonies zijn op export gericht: derde oorzaak van
ongelijkheid.