Jennifer Verheij
3MEE/Filmstudies VT2
Inholland Den Haag
Docent: Mark Weistra
,Hoofdstuk 1 tm 4:
In de begin tijd van Hitchcock waren er nog stomme films. Dit hield in dat er geen geluid was
bij de films. Om dan toch duidelijkheid aan te brengen in het verhaal moesten er dialogen op
tussentitels worden gezet. Dit waren stille plaatjes met daarop een verhalende titel, de
dialoog en een kleine tekening. Aan de hand van deze tussentitels werd duidelijk wat een
karakter bijvoorbeeld zei.
In een film zit vaak een grote ster. Nou kan het zijn dat deze ster de rol van boef op zich
moet nemen, dit is echter niet een handige rol voor een grote ster. Hitchcock geeft een
voorkeur om aan het eind redelijk open te laten wie de boef werkelijk is. Als dit een grote
ster is, moet er aan het eind van de film duidelijk worden aangegeven dat hij onschuldig is.
Niet het hele verhaal moet in dialoog verteld worden, dit omdat het anders te saai en
eentonig zou worden. Daarom is er een andere vorm van vertellen, namelijk visueel
vertellen. Visueel vertellen is het presenteren van ideeën in pure visuele termen. Dit houdt
in dat aan de hand van de beelden die getoond worden, duidelijk gemaakt wordt wat er is
gebeurd. Dit raadden mensen aan de hand van die beelden onbewust.
Omdat er vroeger nog geen geluid was bij de film moesten er soms dingen duidelijk worden
gemaakt aan de hand van beelden die je normaal zou horen. Zoals een scene waarbij de
karakters voetstappen boven zich horen. Dit kon natuurlijk niet duidelijk worden voor de
kijker, waardoor het plafond is vervangen door een glazen vloer. Daardoor kon je als kijker
te weten komen wat er zich boven de karakters afspeelde.
Een film kan gemaakt worden uit verschillende bronnen. Een van deze bronnen is literatuur.
Hitchcock legt in een stuk over een film uit wat precies gebeurd als de bron van een film
literatuur is. Het is namelijk lastig omdat een boek vaak een reputatie heeft maar ook een
bepaalde traditie. Dit moet dan ook gewaarborgd blijven in de film, waardoor de regisseur
niet zijn eigen twist aan het verhaal kan geven.
Een van de meest krachtige manieren om een kijker zijn aandacht te trekken en dat ook bast
te houden is suspense. Suspense heeft twee mogelijkheden. De eerste is de suspense van de
situatie zelf en als tweede heb je de suspense die het publiek zichzelf aanpraat met de vraag:
‘wat zal er gaan gebeuren?’
Hitchcock zegt dat suspense niet altijd te maken hoeft te hebben angst, iets wat namelijk
vaak wel wordt vernomen. Ook verwarren mensen vaak suspense met surprise. Toch zit er
een behoorlijk verschil tussen deze twee. Zo gaat het bij surprise om de surprise naar het
publiek toe. Het publiek heeft de situatie dus totaal niet aan zien komen.
Bij suspense gaat het er om dat de kijker iets ziet, waaruit ze dus gaan vermoeden wat er kan
gaan gebeuren, terwijl de karakters nog van niets weten.
In Whodunit is er geen suspense. Whodunit genereerd een soort van nieuwsgierigheid die
nietig is van emotie. Terwijl emotie juist een essentieel onderdeel is van suspense.
Niet alles in een film kan gepland of aangekondigd worden. Soms gebeurd het gewoon. Dit
gaat dan om de waarschijnlijkheid van het verhaal. Stel er is opeens iemand in een scene
aanwezig kunnen mensen gaan denken: wie is dat opeens? Maar om diegene voor te gaan
stellen, zal het saai gaan worden. Dus is het handiger om het gewoon te laten gebeuren.
, Hoofdstuk 5 tm 8:
Elke film speelt zich af op verschillende locaties. Hitchcock kijkt er bij de locaties heel goed
naar of het dramatisch uitgebeeld kan worden. Zo kiest hij dus zijn locaties zorgvuldig uit.
Het is dan voor het plaatje duidelijker, zoals een scene die in Zwitserland is geschoten. Dit
omdat ze daar warme chocolade melk, de Alphen en grote meren hebben. Deze elementen
zijn essentieel om het goed over te laten komen.
Hitchcock gebruikt in zijn films veel suspense. In de film Sabotage wil de vrouwelijke
hoofdrolspeelster haar man om het leven brengen met een mes. De kijker ziet deze vorm
van suspense al aankomen doordat de nadruk in deze scene op het mes wordt gelegd.
Hierbij weet de kijker ook dat de man echter nog van niets weet.
Bij het maken van een film is acteren een belangrijk punt waarop de cast moet uitblinken.
Acteren is volgens Hitchcock echter anders dan hoe het er in de werkelijkheid aan toe gaat.
Zo kan je in het echte leven in sommige situaties niet aan mensen hun gezicht aflezen wat zij
denken of voelen. Dit moet echter wel tijdens het acteren zodat de kijker de uitdrukking
goed snapt.
Het kan zijn dat een held ten onrechte wordt beschuldigd. Wanneer dit gebeurd wekt dat
frustratie op bij het publiek. Het wordt niet geaccepteerd door het publiek, die met de held
meeleeft, dat hij beschuldigd wordt. Nog wel onterecht ook. Zij zien liever een schurk
gestraft worden en een held die de schurk straft.
Een belangrijke term die Hitchcock heeft geïntroduceerd in de filmwereld is een MacGuffin.
Een MacGuffin is eigenlijk niets. Het is een voorwerp wat vaak in beeld komt en de aandacht
trekt maar eigenlijk geen betekenis heeft. Wel komt het voor de kijker over alsof dit
voorwerp voor een karakter heel veel waarde heeft.
Zo heeft Hitchcock wel eens een in een bagage rek een pakket neergelegd. Ook dit was een
MacGuffin. In een andere film was de MacGuffin een mechanische formule voor een
constructie van een vliegtuig.