Thema 2
Handen wassen:
Wanneer:
o Voor het klaarmaken van eten.
o Na een toiletbezoek.
o Als je kinderen gaat verschonen.
o Na het aaien of knuffelen van dieren.
o Na het buitenspelen.
o Na schoonmaken.
o Na hoesten, niezen etc.
Handhygiëne:
o Handreiniging:
Is het verwijderen van vuil en een deel van de transiente flora op de handen.
o Handdesinfectie:
Doormiddel van handalcohol snel reduceren van transiente en residente flora op de handen.
o Handverzorging:
Datgene doen wat de handen in goede conditie houdt. Korte nagels, handcrème.
Desinfectie:
o Desinfectie van niet-zichtbaar vieze handen met handalcohol heeft de voorkeur.
o Alcohol heeft geen reinigende werken.
o Desinfectie is huidvriendelijker.
o Je hebt geen wastafel nodig, minder tijd.
Reiniging:
Wassen met water en zeep:
o Bij zichtbaar vuil.
o Bij plakkerig aanvoelen.
o Na bezoek van toilet.
o Na het wassen géén desinfectie gebruiken!
Wanneer reinigen of desinfecteren:
o Voor contact cliënt in een beschermende isolatie.
o Voor kleine ingrepen waarbij huid of slijmvlies wordt doorbroken. Punctie of katheteriseren.
o Voor en na wondbehandeling.
o Voor contact/werk met invasieve hulpmiddelen.
o Tijdens de verzorging van ‘’vuil’’ naar ‘’schoon’’.
o Na hoesten en niezen.
o Na direct contact met zorgvrager.
o Na uittrekken van handschoenen.
o Na verpleegtechnische handeling.
o Na opmaken bed.
,Wanneer geen reiniging of desinfecteren:
o Voor of na vluchtig contact.
o Voor lichamelijk onderzoek.
o Voor het wassen van de cliënt.
Wettelijke kaders persoonlijke verzorging:
o Bekwaamheid en deskundigheid.
o Privacy van de zorgvrager.
o Het in acht nemen van beroepsgeheim.
o Het niet ongevraagd binnengaan in de ruimte waar de zorgvrager is.
o Eigen veiligheid.
o Het verlenen van goede zorg.
o De zorg afstemmen op de behoefte van de zorgvrager (wat voor kleren, volgorde van kleren).
Zelfstandigheidstekort:
Wanneer iemand niet zelfredzaam is.
Als je een zorgvrager helpt met aan en uit kleden let je op:
o Privacy.
o Passende kleding.
Helpen bij het aan en uit kleden:
o Letten op wat iemand wel kan en wat iemand niet kan (bijv. slepend been dat je zelf moet
buigen).
o Van onder naar boven werken.
o Beginnen met aangedane zijde.
Persoonlijke hygiëne:
o Functies:
- De gezondheid.
- Het sociaal functioneren.
- Het welbevinden.
o Controleren op de gezondheidstoestand tijdens wassen.
o Denk aan beschermende kleding, gewoontes en voorkeuren.
Gewoontes en voorkeuren:
o Ga na wat de gewoontes en voorkeuren zijn.
o Vaste volgordes.
o Vertel duidelijk wat je gaat doen.
o Let op cultuur en godsdienst.
o Beperkingen vaststellen.
o Communiceren.
o Observeren (conditie, stemming, conditie huid, wonden, reactie op ziekte).
, Helpen bij het wassen:
o Vraag of de zorgvrager gewassen wil worden.
o Vraag naar temperatuur water.
o Of je zeep gebruikt.
o Waar hulp bij nodig.
o ’s Ochtens of ’s avonds wassen.
o Welke kleding de zorgvrager wil dragen.
o Waar wassen (bed, douche, wastafel, etc.).
Benodigdheden bij wassen op bed:
o Twee kommen.
o Handdoekjes en washandjes.
o Zeep.
o Kam, borstel.
o Scheergerei.
o Bodylotion.
o Deo.
o Make-up.
o Eventuele incontinentieverband/maandverband.
o Afvalzak.
o Schone kleding.
o Spullen voor tandenpoetsen.
Wassen van geslachtsdelen:
o Circumcisie (besnijdenis):
- Voorhuid wordt ingekort.
o Incisie (vrouwen besnijdenis):
- Lichtste vorm, een prik of sneetje in de voorhuid van de clitoris.
o Infibulatie (zwaarste vorm vrouw besnijdenis):
- Verwijdering clitoris, de kleine schaamlippen en een gedeelte van de grote schaamlippen.
o Man: voorhuid terug trekken.
o Vrouw: van voor naar achter.
o Van schoon naar vuil.
Decorumverlies
o Men hecht geen waarde meer aan hoe hij overkomt op anderen.
o Voorkomend bij bijvoorbeeld:
- Zv. Met kanker.
- Alzheimerpatiënt.
o Verstoord lichaamsbeeld.