Dit zijn de grote thema's van dit hoofdstuk:
• De levenswijze van jagers-verzamelaars
• Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
• Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Belangrijke jaartallen
• Ongeveer 200.000 v.C. - Ontstaan moderne mens
• 9000 v.C. - Overgang naar de landbouw in het Midden-Oosten
• 4000 v.C. - Overgang naar de landbouw in Egypte
• 3100 v.C. - Egypte onder één bestuur; schrift in Egypte
• 332 v.C. - Egypte onder Grieks bestuur
, Samenvatting per paragraaf
Paragraaf 1.1: Jagers en verzamelaars
Waarom is het lastig om het begin van de geschiedenis van de mens te bepalen?
Ongeveer vier miljoen jaar geleden verschenen in Afrika de eerste mensachtige wezens. Dat lijkt
lang geleden, maar vergeleken met de leeftijd van de aarde (4,5 miljard jaar) is het eigenlijk heel
kort. Deze eerste mensachtigen liepen rechtop, waardoor ze hun handen vrij hadden om
voorwerpen vast te pakken. Ze gebruikten stokken, botten en stenen om plantenwortels op te
graven en waren mogelijk aaseters die vlees van dode dieren sneden.
Uit deze aapmensen ontwikkelden zich ongeveer twee miljoen jaar geleden de eerste echte
mensen. Door schedels te bestuderen ontdekten archeologen dat onze voorouders steeds meer
hersenen kregen. Een belangrijke ontdekking was het gebruik van vuur, waarmee ze eten konden
bereiden en roofdieren op afstand houden.
In de loop van de tijd ontstonden verschillende menssoorten. De bekendste is de neanderthaler,
die groter hersenen had dan wij en heel goed kon jagen en tekenen. Toch stierf de neanderthaler
uit, net als alle andere menssoorten. Wij behoren tot de enige menssoort die nog bestaat: de
moderne mens, die ongeveer 200.000 jaar geleden in Afrika ontstond en zich daarna over de rest
van de wereld verspreidde.
Hoe leefden jagers-verzamelaars en waarom trokken zij rond?
De moderne mensen waren in het begin jagers-verzamelaars. Dat betekent dat ze leefden van de
jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare dingen zoals noten, wortels, bessen en
paddenstoelen. Deze activiteiten noemen we hun bestaansmiddelen. Ze maakten gereedschappen
van hout, bot en steen, en van huiden maakten ze kleding.
Jagers-verzamelaars leefden in kleine groepen van 25 tot 40 mensen die voortdurend
rondtrokken op zoek naar voedsel. Waarom trokken ze rond? Omdat eetbare dieren en planten al
snel schaars waren als ze ergens gingen jagen en verzamelen. Een grotere groep was lastig, want
hoe groter de groep, hoe meer voedsel er nodig was. Dan moest je steeds grotere afstanden
afleggen.
Binnen de groepen bestond taakverdeling, bijvoorbeeld tussen mannen en vrouwen en tussen
jongeren en ouderen. Bij beslissingen was iedereen min of meer gelijk. We zeggen dan dat er
nauwelijks sociale verschillen waren. Mensen hadden ongeveer dezelfde kleding en spullen. Pas
als sociale verschillen ontstaan, krijgen mensen de behoefte om te laten zien dat ze machtiger of
rijker zijn.
In Europa was het in die tijd veel kouder dan nu. De mensen volgden kuddes dieren en leefden in
tenten die gemakkelijk mee te nemen waren.
Waarom weten we weinig over de prehistorie?