Hoofdstuk 15 - Biofysica
______________________________________________________
§15.1 Spraak en gehoor
De stembanden
In je adamsappel zitten je stembanden. Je stembanden zijn aangesloten op je
luchtpijp. Normaal gesproken staan ze wagenwijd open. Alleen als je iets wilt zeggen
sluiten de stembanden de luchtpijp af. Door er nu lucht doorheen te persen maak je
een vrij lage toon. Als je je stembanden aanspant wordt de toon hoger.
Spraak
Medeklinkers maak je met geluidseffecten in je mond. Je stembanden zorgen voor
tonen. Ze maken een grondtoon met boventonen. De hoogte van de grondtoon kan
je variëren. Met je mond-, neus- en keelholte kun je bepaalde boventonen versterken
zodat er formanten onstaan. Een formant is een hoge piek in het
frequentiespectrum. Een klinker wordt bepaald door de verhouding tussen de twee
formanten met de laagste frequentie.
Het oor
Het oor is in drie gedeeltes in te delen:
- Je buitenoor, dat is je oorschelp en je gehoorgang.
- Je middenoor, dat is je trommelvlies en de drie gehoorbeentjes: hamer,
aambeeld en stijgbeugel. Er kan alleen lucht in of uit via de buis van
Eustachius.
- Je binnenoor, dat is het slakkenhuis en het labyrint. In het binnenoor zit geen
lucht, alleen vloeistof.
Geluidstrillingen worden achtereenvolgens opgevangen door de oorschelp, het
trommelvlies, de hamer, het aambeeld, de stijgbeugel en het slakkenhuis. Het
slakkenhuis zet de trilling vervolgens om in impulsen die aan de hersenen worden
doorgegeven.
Gevoeligheid van het oor
Geluid is een lopende longitudinale golf. De geluidsintensiteit I is als volgt te
P
berekenen: I = geluid
A
met als eenheid W /m2 . Het zachtste geluid dat mensen nog
kunnen horen heeft een geluidsintensiteit I 0 = 10−12 W /m2 . Voor het geluidsniveau L
in dB geldt: L = 10 log ( ) . Het bereik van je oor ligt tussen 20 Hz en 20 kHz en
I
I0
tussen 0 dB en 140 dB. De gehoordrempel is de minimale geluidssterkte voor
waarneembaar geluid en de pijngrens is de geluidssterkte waarbij je direct pijn
ervaart en je gehoor beschadigd wordt.