Basiskennis Natuur en
Techniek
Bruikbaar voor de toelatingstoets van de
Zie ook de bijhorende documenten, Let op nu ook beschikbaar in bundel!
Verzoek eerst inlezen voor aankoop!
1
,1. Welke celstructuur regelt uitwisseling van stoffen en houdt de interne
balans van de cel?
A. Vacuole
B. Celmembraan
C. Celwand
D. Cytoplasma
2. Welke plantenvaten transporteren suikers vanuit de bladeren door de
hele plant?
A. Bastvaten
B. Houtvaten
C. Haarvaten
D. Lymfevaten
3. Welke term beschrijft het vrijmaken van energie door afbraak van
grote moleculen in kleinere?
A. Assimilatie
B. Dissimilatie
C. Oxidatie
D. Polymerisatie
4. Welke uitspraak over staafjes en kegels in het netvlies klopt?
A. Staafjes zien kleur; kegels zien grijswaarden
B. Kegels werken bij weinig licht; staafjes bij fel licht
C. Staafjes werken bij weinig licht; kegels zien kleur bij voldoende licht
D. Beide werken uitsluitend bij fel zonlicht
5. Wat is de primaire functie van mitochondriën in dierlijke en
plantaardige cellen?
A. Productie van zuurstof
B. Opslag van water
C. Vorming van ATP
D. Synthese van eiwitten
6. Welke scheidingstechniek berust op snelle rotatie waardoor dichtere
deeltjes naar buiten bewegen?
A. Destillatie
B. Filtratie
C. Centrifugeren
D. Extractie
7. Welke hormonen reguleren samen de bloedglucosespiegel via opslag
en vrijgave?
A. Adrenaline en cortisol
2
,B. Insuline en glucagon
C. Oestrogeen en progesteron
D. TSH en thyroxine
8. Welke kracht van het oppervlak houdt je overeind en voorkomt dat je
erdoorheen zakt?
A. Zwaartekracht
B. Wrijvingskracht
C. Normaalkracht
D. Veerkracht
9. Welke grootheid bepaalt primair of een voorwerp in water drijft of
zinkt?
A. Temperatuur
B. Dichtheid
C. Elasticiteit
D. Hardheid
10. Wat is het directe effect van meerdere katrollen in één hijssysteem?
A. Korter touw nodig en kleinere kracht
B. Langer touw binnenhalen en kleinere kracht
C. Langer touw binnenhalen en grotere kracht
D. Korter touw nodig en grotere kracht
11. Welke plantstructuur verhoogt vooral het opname-oppervlak voor
water en mineralen uit de bodem?
A. Bladgroenkorrels
B. Wortelharen
C. Huidmondjes
D. Bastvaten
12. Welke uitspraak over homogene mengsels is het meest correct?
A. Componenten zijn gelijkmatig verdeeld en niet te onderscheiden
B. Componenten zijn zichtbaar gescheiden in lagen
C. Componenten zinken altijd naar de bodem
D. Componenten vormen altijd een suspensie
13. Welke term beschrijft het verschijnsel dat licht door een object
wordt teruggekaatst naar de waarnemer?
A. Absorptie
B. Refractie
C. Reflectie
D. Diffractie
14. Welke spiereigenschap verklaart waarom skeletspieren bewust
aangespannen kunnen worden?
A. Glad spierweefsel met langzame contractie
3
, B. Dwarsgestreept spierweefsel met somatische aansturing
C. Hartspierweefsel met autonome pacing
D. Elastisch bindweefsel met passieve spanning
15. Welke omschrijving van fotosynthese is het meest adequaat?
A. Afbraak van glucose tot ATP en water
B. Vorming van glucose uit CO₂ en H₂O onder invloed van licht
C. Opslag van glucose als glycogeen in spieren
D. Vorming van ATP uit vetzuren zonder zuurstof
16. Welke constructievorm is van nature vormvast en daardoor geschikt
voor draagstructuren?
A. Vierhoek
B. Cirkel
C. Driehoek
D. Ellips
17. Welke bloedcomponent bindt rechtstreeks zuurstof voor transport
door het lichaam?
A. Fibrinogeen
B. Hemoglobine
C. Albumine
D. Insuline
18. Welke grootheid bepaalt de hoorbare toonhoogte van een
geluidsgolf?
A. Amplitude
B. Frequentie
C. Fase
D. Golfsnelheid
19. Welke evolutionaire relatie beschrijft voordeel voor één soort en
nadeel voor de andere?
A. Symbiose
B. Mutualisme
C. Parasitisme
D. Commensalisme
20. Welke bewering over fasen is het meest correct voor gassen?
A. Deeltjes zijn vast op hun plaats en trillen
B. Deeltjes bewegen vrij en vullen de beschikbare ruimte
C. Deeltjes glijden langs elkaar maar behouden volume
D. Deeltjes zijn elektrisch gebonden in kristalvorm
21. Welke bloedvaten zijn primair verantwoordelijk voor uitwisseling
van stoffen tussen bloed en weefselcellen?
A. Haarvaten
B. Slagaderen
4