H1: Perifeer & centraal zenuwstelsel
Anatomie =biologische studie van de morfologie of bouw van
organismen
->structuur (orgaanstelsels & weefsels)
Orgaanstelsels =bestaan uit organen die functioneel samenwerken
Organen =onderdelen van het lichaam met specifieke functies
->opgebouwd uit verschillende weefseltypes
Weefsel =verzameling gespecialiseerde cellen die
gemeenschappelijke functie in lichaam vervullen
3 componenten
1) Cellen
2) Intracellulaire substantie
3) Weefselvocht
Histologie =weefselleer
=studie van de fijne opbouw v. weefsels (structuur)
Fysiologie =studie v. levensprocessen die plaatsvinden in
levende wezens
->functie
->levensprocessen gebaseerd op biochemie
Biochemie =chemische samenwerking tussen vele
verschillende structurele & functionele moleculen
Centrale =hersenen & ruggenmerg (zenuwstreng)
zenuwstelsel (CZ)
Perifere =alle zenuwcellen (neuronen) of zenuwuitlopers
zenuwstelsel (PZ) buiten de hersenen of het ruggenmerg
Autonome ZS =neurale connecties naar klieren en gladde spieren
van de inwendige organen
->segmentale bouw
->vertakkingen in het lichaam >wervelkolom
->bilateraal symmetrisch
Somatische ZS =efferente en afferente zenuwen
->begeleiden sensorische & motorische prikkels van
& naar CZ
->functie: controle werking lichaam
Enterische ZS ->zenuwnetwerken rond ingewanden (ook invloed
psychologisch welzijn)
Afferente =sensorisch
(aanvoerende) -info zintuigreceptoren lichaam -> CZ en de spieren
1
,zenuwen
Efferente =motorisch
(wegvoerende) -prikkels CZ –> rest van het lichaam
zenuwen
Craniale zenuwen =zenuwen die ontspringen in de hersenen
->motorisch, sensorisch of gemengd
Spinale zenuwen =craniale zenuwen in verbinding met het
ruggenmerg
->altijd gemengd sensorisch & motorisch
Witte stof =zenuwverbindingen
->onder de hersenschors
->bestaat uit: uitlopers van neuronen
(axonen/zenuwvezels, transport info van & naar de
cortex + zijn georganiseerd in zenuwbanen)
Grijze stof =cellichamen van de zenuwen
->in cortex
->in kernen in de diepte
Cerebrale cortex hersenschors (buitenkant van de hemisferen)
->laag grijze stof, bevat veel bloedvaten &
cellichamen v. cerebrale zenuwcellen
-Sterk geplooid:
1. (Diepe) groeven (=sulcus, fissuur)
2. Windingen (=gyrus)
Soorten 1) Associatievezels
zenuwvezels ->verbinden versch. delen van de cortex binnen
dezelfde hemisfeer
2) Commisurale vezels
->verbinden de 2 hersenhemisferen
3) Projectievezels
->verzorgen de bindingen tussen hersenstam &
cortex
Frontale kwab ~spraak, denken, emoties, controle bewegingen…
(functies)
->prefrontale cortex: hogere denkprocessen +
executieve functies (controle gedrag)
Pariëtale ->anterieure deel: ontvangen & interpretatie
kwabben gewaarwordingen (somatosensorische cortex)
(functies) ->posterieure deel: sensorische input integreren
2
,Occipitale ~ontvangen & verwerken visuele input
kwabben
Temporale ~begrijpen gesproken taal, gehoor & geheugen
kwabben
Piramidecellen =lange efferente uitlopers naar ruggenmerg en
andere corticale gebieden
-> vooral aanwezig in piramidelagen
Korrelcellen =vooral lokale contacten
->vooral aanwezig in korrellagen
3 hersenvliezen 1) Dura mater
=buitenste harde hersenvlies
->vergroeid met het beenvlies aan de binnenzijde
van de schedel
2) Arachnoidea
=middelste hersenvlies
->veel bloedvaten + bestaat uit: dun membraan &
fijne, netvormige bindweefselbalkjes (verbinden het
membraan m/d dura mater + pia mater)
->overbrugt de groeven van de hersenoppervlakken
3) Pia mater
=zacht hersenvlies
->ligt direct tegen de hersenmassa + dun &
bloedvatrijk
->in alle groeven van het hersenoppervlak
Hersenventrikels =ruimtes tussen de hersenvliezen en het centrale
kanaal van het ruggenmerg gevuld met
cerebrospinale vocht (CSV)
Plexus choroideus =bloedvatrijke structuur aan de rand van de
hersenventrikels
->raakplaats pia mater & hersenweefsel
->aanmaak cerebrospinale vocht (CSV)
Functie CSV 1) Houdt hersendruk op peil
2) Fungeert als schokdemper
3) Transport voedingsbestanddelen & afvalstoffen
Circulatie CSV 1) CSV/ hersenvocht >plexus laterale ventrikels
(vooral)
->ook beetje gemaakt door derde & vierde ventrikel
2) Cellen plexus choroideus
->filteren hersenvocht uit bloed
->scheiden CSV uit in ventrikels
3
, 3) CSV vloeit uit in ventrikelsysteem
->vloeit vervolgens doorheen subarachnoïdale
ruimte rond hersenen + ruggenmerg
4) Later: reabsorptie door bloedvaten
CVA =cerebrovasculair accident
-onderbreking bloedvoorziening brein
=> zuurstoftekort
=>stukje hersenweefsel sterft af (beroerten
heterseninfarct)
-Gevolgen? ->afhankelijk van welk deel brein
aangetast
->verlammingen, spraakproblemen,
geheugenstoornissen
Ischemie =bloedtoevoer die stilvalt
->gevolg ischemie=beschadiging hersencellen
Carotiden =halsslagaders
->toevoer zuurstofrijk bloed naar hersenen
Arteria =wervelslagaders
vertebrales ->toevoer zuurstofrijk bloed naar hersenen
Arteria basilaris =twee wervelslagaders die centraal, onderaan de
hersenen liggen
->voorziet binnenoor & delen hersenen (bloed)
->occlusie deze belangrijke slagader =ernstige
complicaties (blindheid, verlamming)
Cirkel van Willis =vaatkring van slagaders (carotiden &
wervelslagaders hierop aangesloten)
->voorziet telencephalon & diencephalon van bloed
->beschermt hersenen tegen ischemie
(blokkade slagader? Toch nog verbinding tussen de
andere delen circulatie)
Arteria cerebri =grote hersenslagaders
->ontspringen uit cirkel van Willis
Arteria cerebri =voorste hersenslagader
anterior ->voorziet mediale & dorsale zijden van frontale &
pariëtale kwab van bloed
Arteria cerebri =middelste hersenslagader, voorziet
media 1) Laterale zijde & diep gelegen delen frontale,
4
Anatomie =biologische studie van de morfologie of bouw van
organismen
->structuur (orgaanstelsels & weefsels)
Orgaanstelsels =bestaan uit organen die functioneel samenwerken
Organen =onderdelen van het lichaam met specifieke functies
->opgebouwd uit verschillende weefseltypes
Weefsel =verzameling gespecialiseerde cellen die
gemeenschappelijke functie in lichaam vervullen
3 componenten
1) Cellen
2) Intracellulaire substantie
3) Weefselvocht
Histologie =weefselleer
=studie van de fijne opbouw v. weefsels (structuur)
Fysiologie =studie v. levensprocessen die plaatsvinden in
levende wezens
->functie
->levensprocessen gebaseerd op biochemie
Biochemie =chemische samenwerking tussen vele
verschillende structurele & functionele moleculen
Centrale =hersenen & ruggenmerg (zenuwstreng)
zenuwstelsel (CZ)
Perifere =alle zenuwcellen (neuronen) of zenuwuitlopers
zenuwstelsel (PZ) buiten de hersenen of het ruggenmerg
Autonome ZS =neurale connecties naar klieren en gladde spieren
van de inwendige organen
->segmentale bouw
->vertakkingen in het lichaam >wervelkolom
->bilateraal symmetrisch
Somatische ZS =efferente en afferente zenuwen
->begeleiden sensorische & motorische prikkels van
& naar CZ
->functie: controle werking lichaam
Enterische ZS ->zenuwnetwerken rond ingewanden (ook invloed
psychologisch welzijn)
Afferente =sensorisch
(aanvoerende) -info zintuigreceptoren lichaam -> CZ en de spieren
1
,zenuwen
Efferente =motorisch
(wegvoerende) -prikkels CZ –> rest van het lichaam
zenuwen
Craniale zenuwen =zenuwen die ontspringen in de hersenen
->motorisch, sensorisch of gemengd
Spinale zenuwen =craniale zenuwen in verbinding met het
ruggenmerg
->altijd gemengd sensorisch & motorisch
Witte stof =zenuwverbindingen
->onder de hersenschors
->bestaat uit: uitlopers van neuronen
(axonen/zenuwvezels, transport info van & naar de
cortex + zijn georganiseerd in zenuwbanen)
Grijze stof =cellichamen van de zenuwen
->in cortex
->in kernen in de diepte
Cerebrale cortex hersenschors (buitenkant van de hemisferen)
->laag grijze stof, bevat veel bloedvaten &
cellichamen v. cerebrale zenuwcellen
-Sterk geplooid:
1. (Diepe) groeven (=sulcus, fissuur)
2. Windingen (=gyrus)
Soorten 1) Associatievezels
zenuwvezels ->verbinden versch. delen van de cortex binnen
dezelfde hemisfeer
2) Commisurale vezels
->verbinden de 2 hersenhemisferen
3) Projectievezels
->verzorgen de bindingen tussen hersenstam &
cortex
Frontale kwab ~spraak, denken, emoties, controle bewegingen…
(functies)
->prefrontale cortex: hogere denkprocessen +
executieve functies (controle gedrag)
Pariëtale ->anterieure deel: ontvangen & interpretatie
kwabben gewaarwordingen (somatosensorische cortex)
(functies) ->posterieure deel: sensorische input integreren
2
,Occipitale ~ontvangen & verwerken visuele input
kwabben
Temporale ~begrijpen gesproken taal, gehoor & geheugen
kwabben
Piramidecellen =lange efferente uitlopers naar ruggenmerg en
andere corticale gebieden
-> vooral aanwezig in piramidelagen
Korrelcellen =vooral lokale contacten
->vooral aanwezig in korrellagen
3 hersenvliezen 1) Dura mater
=buitenste harde hersenvlies
->vergroeid met het beenvlies aan de binnenzijde
van de schedel
2) Arachnoidea
=middelste hersenvlies
->veel bloedvaten + bestaat uit: dun membraan &
fijne, netvormige bindweefselbalkjes (verbinden het
membraan m/d dura mater + pia mater)
->overbrugt de groeven van de hersenoppervlakken
3) Pia mater
=zacht hersenvlies
->ligt direct tegen de hersenmassa + dun &
bloedvatrijk
->in alle groeven van het hersenoppervlak
Hersenventrikels =ruimtes tussen de hersenvliezen en het centrale
kanaal van het ruggenmerg gevuld met
cerebrospinale vocht (CSV)
Plexus choroideus =bloedvatrijke structuur aan de rand van de
hersenventrikels
->raakplaats pia mater & hersenweefsel
->aanmaak cerebrospinale vocht (CSV)
Functie CSV 1) Houdt hersendruk op peil
2) Fungeert als schokdemper
3) Transport voedingsbestanddelen & afvalstoffen
Circulatie CSV 1) CSV/ hersenvocht >plexus laterale ventrikels
(vooral)
->ook beetje gemaakt door derde & vierde ventrikel
2) Cellen plexus choroideus
->filteren hersenvocht uit bloed
->scheiden CSV uit in ventrikels
3
, 3) CSV vloeit uit in ventrikelsysteem
->vloeit vervolgens doorheen subarachnoïdale
ruimte rond hersenen + ruggenmerg
4) Later: reabsorptie door bloedvaten
CVA =cerebrovasculair accident
-onderbreking bloedvoorziening brein
=> zuurstoftekort
=>stukje hersenweefsel sterft af (beroerten
heterseninfarct)
-Gevolgen? ->afhankelijk van welk deel brein
aangetast
->verlammingen, spraakproblemen,
geheugenstoornissen
Ischemie =bloedtoevoer die stilvalt
->gevolg ischemie=beschadiging hersencellen
Carotiden =halsslagaders
->toevoer zuurstofrijk bloed naar hersenen
Arteria =wervelslagaders
vertebrales ->toevoer zuurstofrijk bloed naar hersenen
Arteria basilaris =twee wervelslagaders die centraal, onderaan de
hersenen liggen
->voorziet binnenoor & delen hersenen (bloed)
->occlusie deze belangrijke slagader =ernstige
complicaties (blindheid, verlamming)
Cirkel van Willis =vaatkring van slagaders (carotiden &
wervelslagaders hierop aangesloten)
->voorziet telencephalon & diencephalon van bloed
->beschermt hersenen tegen ischemie
(blokkade slagader? Toch nog verbinding tussen de
andere delen circulatie)
Arteria cerebri =grote hersenslagaders
->ontspringen uit cirkel van Willis
Arteria cerebri =voorste hersenslagader
anterior ->voorziet mediale & dorsale zijden van frontale &
pariëtale kwab van bloed
Arteria cerebri =middelste hersenslagader, voorziet
media 1) Laterale zijde & diep gelegen delen frontale,
4