Leefstijlgeneeskunde
Blok II
,Taak 1a
De definities van gezondheid
Wereldgezondheidsorganisatie (1948)
Wereldgezondheidsorganisatie (WHO,1948): ”gezondheid is toestand van volledig fysiek,
mentaal en sociaal welzijn en niet enkel de afwezigheid van ziekte of gebrek.”
Deze visie kreeg later kritiek vanwege haar idealistische benadering van ‘volledig welzijn’.
Vervolgens werd een meer dynamische en contextuele definitie voorgesteld door Huber.
Huber (2014): ’’Gezondheid is het vermogen om zich aan te passen en eigen regie te voeren
in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.”
Positieve gezondheid (Huber, 2014)
Machteld Huber introduceerde in 2014 het concept van positieve gezondheid. Positieve
gezondheid benadrukt aanpassingsvermogen en veerkracht in plaats van een statische
toestand van welzijn. Huber's definitie bestaat uit zes dimensies en heeft als doel gezondheid
praktischer en breder toepasbaar te maken binnen de zorg.
• lichaamsfuncties
• mentale functies
• zingeving
• kwaliteit van leven
• sociaal-maatschappelijk participeren
• dagelijks functioneren
,"Phenomena-labelled-as-health" (Commers)
Commers benadrukt een sociaal-construeerbare benadering
van gezondheid, waarin gezondheid wordt gezien als een
sociaal bepaald fenomeen dat kan variëren afhankelijk van
culturele en maatschappelijke contexten. Volgens deze visie is
gezondheid niet alleen een objectieve staat, maar een label
dat wij geven aan verschijnselen die maatschappelijk als
wenselijk worden gezien. Deze opvatting biedt ruimte om
gezondheid als een variabel concept te zien dat verandert met
maatschappelijke normen en waarden.
, Kritiek op de definities
Samengevat
De WHO-definitie wordt vaak bekritiseerd vanwege zijn ‘perfecte’ karakter: het vereist een
permanente staat van welzijn, wat voor veel mensen onrealistisch is. Hubers definitie wordt
gewaardeerd vanwege de aandacht voor aanpassingsvermogen en eigen regie, maar wordt
ook bekritiseerd voor haar nadruk op individueel functioneren en autonomie, wat de rol van
sociale en structurele factoren mogelijk onderschat (Leonardi, 2018). Commers' sociaal-
constructivistische benadering legt tenslotte de nadruk op de veranderende aard van het
concept gezondheid in relatie tot maatschappelijke normen.
Blok II
,Taak 1a
De definities van gezondheid
Wereldgezondheidsorganisatie (1948)
Wereldgezondheidsorganisatie (WHO,1948): ”gezondheid is toestand van volledig fysiek,
mentaal en sociaal welzijn en niet enkel de afwezigheid van ziekte of gebrek.”
Deze visie kreeg later kritiek vanwege haar idealistische benadering van ‘volledig welzijn’.
Vervolgens werd een meer dynamische en contextuele definitie voorgesteld door Huber.
Huber (2014): ’’Gezondheid is het vermogen om zich aan te passen en eigen regie te voeren
in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.”
Positieve gezondheid (Huber, 2014)
Machteld Huber introduceerde in 2014 het concept van positieve gezondheid. Positieve
gezondheid benadrukt aanpassingsvermogen en veerkracht in plaats van een statische
toestand van welzijn. Huber's definitie bestaat uit zes dimensies en heeft als doel gezondheid
praktischer en breder toepasbaar te maken binnen de zorg.
• lichaamsfuncties
• mentale functies
• zingeving
• kwaliteit van leven
• sociaal-maatschappelijk participeren
• dagelijks functioneren
,"Phenomena-labelled-as-health" (Commers)
Commers benadrukt een sociaal-construeerbare benadering
van gezondheid, waarin gezondheid wordt gezien als een
sociaal bepaald fenomeen dat kan variëren afhankelijk van
culturele en maatschappelijke contexten. Volgens deze visie is
gezondheid niet alleen een objectieve staat, maar een label
dat wij geven aan verschijnselen die maatschappelijk als
wenselijk worden gezien. Deze opvatting biedt ruimte om
gezondheid als een variabel concept te zien dat verandert met
maatschappelijke normen en waarden.
, Kritiek op de definities
Samengevat
De WHO-definitie wordt vaak bekritiseerd vanwege zijn ‘perfecte’ karakter: het vereist een
permanente staat van welzijn, wat voor veel mensen onrealistisch is. Hubers definitie wordt
gewaardeerd vanwege de aandacht voor aanpassingsvermogen en eigen regie, maar wordt
ook bekritiseerd voor haar nadruk op individueel functioneren en autonomie, wat de rol van
sociale en structurele factoren mogelijk onderschat (Leonardi, 2018). Commers' sociaal-
constructivistische benadering legt tenslotte de nadruk op de veranderende aard van het
concept gezondheid in relatie tot maatschappelijke normen.