ontwikkeling in de adolescentie
1 Inleiding
1.1 Algemeen
- Puberteit (10 – 15 jaar): reeks biologische gebeurtenissen die leiden tot
o volwassen gestalte
o seksuele rijpheid
- Adolescentie (10 – 20 jaar): volledige overgang tussen kindertijd en volwassenheid
o De start van de adolescentie zijn de biologische veranderingen
o Het einde van de adolescentie (20 of zelfs 25 jaar) wordt alsmaar langer en we gaan
alsmaar later de volwassenheid instappen. Mede door langere of meerdere studies,
het uitstellen van partnerrelaties etc.
1.2 Biologisch perspectief
- Puberteit: hormonen
- Storm and Stress
- Freud – genitale stadium:
o De seksuele drift “ontwaakt” na de latentiefase en veroorzaakt psychologisch conflict
en losgeslagen gedrag.
o Slechts tegen het einde van de adolescentie geraakt deze drift gekanaliseerd en
mondt dit uit in de capaciteit om een intieme relatie aan te gaan.
- Adolescentie = Sturm und Drang (generatieconflicten, irrationaliteit, en humeurigheid)
“Teens are emotionally unstable and pathic. It is the age of natural inebriation which
made Plato define youth as spiritual drunkenness” (Stanley Hall)
“Adolescents are excessively egoistic, regarding themselves as the centre of the universe
and the sole object of interest, and yet at no time in later life are they capable of so much
self-sacrifice and devotion” (Anna Freud)
1.3 Sociaal perspectief
- Culturele invloeden: niet in elke cultuur verloopt de adolescentie zo turbulent: onderzoek
van Margareth Mead (1928): “Coming of Age in Samoa”
- Samoa: adolescentie geen turbulente periode
, 1.4 Naar een evenwicht
- Sommige zaken (biologische veranderingen, sociale verwachtingen) zijn universeel
- Het soort verwachtingen en de mate van druk die op adolescenten wordt geplaatst verschilt
van cultuur tot cultuur
- In onze geïndustrialiseerde cultuur: lange adolescentie (moratorium):
o Vroege adolescentie (11-14): lichamelijke rijping en psychoseksuele, vooral de blik
naar binnen
o Midden adolescentie (14-16): ont. van relaties met leeftijdsgenoten en vrienden
o Late adolescentie (16-18): nadruk terug meer op de persoon zelf en de ontwikkelen
van de eigen identiteit en het zoeken van je plaats in de samenleving
1.5 Conclusie
- Is de adolescentie een periode van normatieve toenames in probleemgedrag, losgeslagen
emoties en ouder-kind conflicten?
- Vanaf de jaren ’80 werd dit beeld vanuit onderzoek bijgesteld (vb. Coleman)
- Toch vinden heel wat snelle en spectaculaire veranderingen plaats tijdens de adolescentie
(biologisch, cognitief, sociaal)
- Uitdagende en interessante periode, zowel voor de adolescenten zelf als voor psychologen!
2 Biologische veranderingen
2.1 Hormonale veranderingen
- Groeihormoon en thyroxine: toename rond 8-9 jaar (lengte en botten). Geslachtshormonen:
o Oestrogenen: meer bij meisjes
o Androgenen (vb. Testosteron): meer bij jongens
HPA cyclus:
- Vanuit de hersenen worden signalen
gegeven naar de rest van het lichaam.
- Deze signalen zorgen voor de productie
van de hormonen bv. FSH
- Jongeren met weinig vetstoffen hebben
een tragere puberale rijping
- In de gonaden worden dan de specifieke
geslachtschromosomen geproduceerd
- Feedbackmechanismen = vragen voor
meer/minder hormonen zodat er een
balans ontstaat
o Valt weg in de puberteit (5 à 6
maanden)
o Overproductie van
geslachtschromosomen