Geschreven door F. Prezzavento
Hoofdstuk 1 – Ondernemingsvormen (en andere algemene onderwerpen)
Vindplaatsen voor wettelijke regeling
Boek 2 BW – Naamloze vennootschap (nv), besloten vennootschap (bv) en coöperatie
Boek 7A BW, titel 9 – maatschap
Wetboek van koophandel (oude afkorting: WvK, nieuwe afkorting: K) – vof en commanditaire
vennootschap (cv)
1.1 Besloten vennootschap
Er zijn meer dan een miljoen bv's in Nederland, waarvan meer dan 200.000 als fiscaal voordelige
spaarpot worden gebruikt.
Art. 2:175 BW – omschrijving bv
De functies van het aandeel
- middel om vermogen aan te trekken, in beginsel ter grote van het nominale bedrag van een
aandeel x het aantal afgenomen aandelen.
- zeggenschapsfunctie, art. 2:228 BW
- winstverdelingsfunctie, art. 2:216 BW.
- vermogensobject, functie voor de aandeelhouder.
De beslotenheid van een bv
Dit houdt in dat de door haar uitgegeven aandelen op naam staan en overdracht ervan in beginsel
niet vrijelijk kan plaatsvinden, art. 2:195 lid 1 BW.
De statuten mogen de overdracht vrijmaken. In de wet zijn betrekkelijk uitvoerige voorschriften te
vinden die aanduiden binnen welke grenzen de vrije overdraagbaarheid in de statuten beperkt kan
worden. Dit type voorschriften wordt blokkeringsregelingen genoemd. De overdracht van aandelen
in een bv kan slechts bij notariele akte plaatsvinden. Alle houders van aandelen in een bv dienen te
worden opgenomen in een register dat het bestuur van de bv moet bijhouden, art. 2:194 BW.
De bv heeft een voor de aandeelhouders gunstig aansprakelijkheidsregime, art. 2:175 BW.
De bv wordt geregeerd door haar statuten. Dit zijn door de oprichters/aandeelhouders van de bv zelf
opgestelde regels voor haar organisatie. Het gaat om regels van specifieke aard die uiteraard binnen
de door de wet geboden grenzen moeten blijven. Bij de oprichting dienen voor de eerste keer
statuten te worden vastgesteld, art. 2:177 BW. Zij liggen voor iedere geïnteresseerde op het kantoor
van het handelsregister ter inzage, art. 2:180 lid 1 BW. De inrichting van een bv is dus openbaar.
1.2 Naamloze vennootschap
Er zijn ongeveer 4000 nv's in Nederland. Het minimumkapitaal van een nv bedraagt € 45.000, art.
2:67 lid 2 BW. Dit maakt de nv-vorm voor kleinere ondernemingen minder aantrekkelijk dan de bv-
vorm.
Een nv kent een in aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal, art. 2:64 BW. (voor bv's is dit
facultatief) Net als de bv is de nv een kapitaalassociatie. Het aandeel vervult er dezelfde functies als
bij een bv. Er is alleen een andere vindplaats voor in de wet.
- Aantrekken vermogens, art. 2:80 BW
- Winstverdelingsfunctie, art. 2:105 BW
- Stemrecht, art. 2:118 BW
,Bij een nv behoeven aandelen niet op naam te luiden. Een nv mag ook aandelen aan toonder
uitgeven. De wetgever wil het gebruik van toonderaandelen terugdringen onder andere om het
witwassen van zwartgeld tegen te werken. De namen van houders van toonderaandelen worden niet
in een aandeelhoudersregister opgenomen. Als gevolg hiervan kan bij een nv gemakkelijk de
situatie bestaan dat zij niet weet wie haar aandeelhouders zijn. Vandaar de benaming.
1.3 De maatschap en de vennootschap onder firma
De maatschap is een obligatoire, wederkerige overeenkomst tot samenwerking van twee of meer
personen. Het sluiten van een maatschapsovereenkomst is vormvrij. Alle ondernemingen zijn
gericht op het behalen van vermogensrechtelijk voordeel. De maatschap is gericht op het d.m.v.
samenwerking behalen van vermogensrechtelijk voordeel dat aan de vennoten ten goede komt.
Als een maatschap onder gemeenschappelijke naam een onderneming of een bedrijf uitoefent,
gelden voor haar naast de art. 7A:1655-1688 BW, art. 16-34 K. De maatschap wordt dan een vof
genoemd. Het belang hiervan is vooral dat de vof hoofdelijke verbondenheid van de vennoten kent
voor verbintenissen van de vof, art. 18 K, terwijl voor de maten een minder streng
aansprakelijkheidsregime geldt: de maten (in de wet aangeduidt met vennoten) zijn voor gelijke
delen aansprakelijk voor de verbintenissen van de maatschap, art. 7A:1680 BW.
Samenwerkingsvereiste
De vennoten dienen op voet van gelijkheid samen te werken. Zo mag een vennoot niet in een positie
van ondergeschiktheid verkeren t.o.v. een andere vennoot, want dat zou veeleer op het bestaan van
een arbeidsovereenkomst wijzen.
Een maatschap wordt intuitu personae aangegaan (omwille van de persoon)
Een bv of nv wordt intuitu pecuniae aangegaan (omwillen van het geld)
Stille maatschap: één persoon doet op de voorgrond het werk.
Openbare maatschap: alle vennoten werken op de voorgrond, bijvoorbeeld een advocatenkantoor.
Het onderscheid tussen beroepsuitoefening en bedrijfsuitoefening is van belang, omdat voor de
gezamenlijke bedrijfsuitoefening onder gemeenschappelijke naam als gevolg van het wettelijke
regime voor de vof strengere aansprakelijkheidsregels geldenn dan voor de beroepsuitoefening.
Voor het onderscheid zijn de verkeersopvattingen beslissend. Beroepsuitoefening: persoonlijke
dienstverrichting, persoonlijke kwaliteiten waarmee belangen van cliënt kan worden behartigt, bv
advocaat, medicus of accountant.
Verschillen tussen maatschap en vof
Bij de vof ontleent iedere vennoot aan de wet vertegenwoordigingsbevoegdheid, art. 17 lid 1 K. De
vennoten zijn in beginsel bevoegd om namens de vof te handelen. Bij een maatschap daarentegen
mag een vennoot in beginsel slechts namens de andere vennoten optreden indien deze hem daartoe
een volmacht hebben gegeven, zie art. 7A:1679 BW.
Voor schulden van de vof zijn alle vennoten hoofdelijk verbonden, art. 18 K. Vennoten van een
maatschap zijn voor gelijke delen aansprakelijk, art. 7A:1679 en 1680 BW.
1.4 Verschillen tussen nv's en bv's enerzijds en de maatschap en de vof anderzijds
De aandeelhouders van een nv of bv zijn niet aansprakelijk voor hetgeen in naam van de nv of de
bv is verricht, art. 2:64 resp 2:175 BW. De nv's en bv's moeten een jaarrekening maken.
, 1.5 Tussenvormen: commanditaire vennootschap en coöperatie
De cv is een samenwerkingsovereenkomst tussen een of meer gewone vennoten (d.w.z. hoofdelijk
aansprakelijke vennoten) en een of meer commanditaire vennoten. De commanditaire vennoot is tot
niet meer gehouden dan het bedrag van zijn inbreng, art. 20 lid 3 K. Uit art. 20 lid 2 K volgt dat een
commanditaire vennoot geen bestuurs- of beheershandeling mag verrichten. Deze dienen door de
gewone vennoten verricht te worden. Een commanditaire vennoot mag zich wel bemoeien met het
intern uitstippelen van het beleid van de cv. Hij is immers als vennoot, net als de andere vennoten,
verplicht en gemachtigd tot samenwerking. Als de commanditaire vennoot zich aan art. 20 lid 2 K
niet houdt, dan is hij in beginsel hoofdelijk aansprakelijk voor de verbintenissen van de cv. De HR
heeft beslist dat de aansprakelijkheid van de commanditaire vennoot wordt verlicht als deze in een
onevenredige verhouding staat tot de aard en de ernst van de overtreding van het beheersverbod, zie
HR 29 mei 2015, NJ 2015/380.
coöperatie, specifieke bepalingen voor coöperaties: art. 2:53 – 63j BW.
1.6 Combinatievormen: de concern
Een groep rechtspersonen vormen één onderneming. Bijvoorbeeld wanneer een nv de meerderheid
van de aandelen van een aantal dochter-bv's heeft. Het Nederlandse vennootschapsrecht staat toe dat
bv's of nv's als aansprakelijke vennoten in een maatschap of vof participeren. Men probeert zo de
angel uit het strenge aansprakelijkheidsregime van het personenvennootschap te trekken door via
een aparte bv in de personenvennootschap deel te nemen. De uit het regime voortvloeiende
volledige aansprakelijkheid komt immers op de bv's-vennoten te rusten. Aandeelhouders en
bestuurders van deze bv's-vennoten zijn niet aansprakelijk voor verbintenissen die op de bv's rusten.
1.7 Rechtspersonen
Boek 2 BW is aan privaatrechtelijke rechtspersonen gewijd. De wetgever stelt in art. 2:1-3 BW vast
welke lichamen rechtspersonen zijn: het staat partijen niet vrij om andere typen rechtspersonen op
te richten dan die in het BW zijn genoemd.
Rechtspersoonlijkheid heeft als belangrijkste gevolg dat de rechtspersonen zelf drager van rechten
en plichten kan zijn. De rechtspersoon kan eigenaar van een auto zijn, of rechthebbende op
vorderingen. Overeenkomsten sluiten kan ook. Rechtspersoonlijkheid geeft de mogelijkheid allerlei
juridische 'trucs' uit te halen.
1.8 Eenmanszaak
Natuurlijke persoon drijft onderneming en is aansprakelijk voor de schulden die namens of door
hem zijn aangegaan. Er is voor die persoon geen onderscheid tussen privé-schulden en zakelijke
schulden. 1 1-manszaak moet in handelsregister worden ingeschreven, art. 5 onder b Hrgw 2007.
Bij 1 1-manszaak kunnen werknemers werkzaam zijn, er is dan géén sprake van een zzp-er.
1.9 Vereniging en stichting
Mogen géén winstuitkering doen, art. 2:26 lid 3 BW resp. 2:285 lid 3 BW. Een stichting mag slechts
uitkeringen doen aan anderen dan haar oprichters en degenen die deel uitmaken van haar organen,
voor zover deze uitkeringen een ideële strekking hebben. Een stichting mag geen leden hebben, art.
2:285 lid 1 BW. Een vereniging kent een ledenvergadering, maar die functioneert niet altijd even
goed. Als de stichting of vereniging een winstuitkering doet in strijd met art. 2:26 lid 3 of 2:285 lid
3 kan de rechter; op verzoek van het OM of een belanghebbende, de stichting of vereniging
ontbinden.