Hoofdstuk 1: the fundamental units of life
10-100 miljoen levende wezens
Grote verschillen in:
- Grootte
- Chemische noden (zuurstof wel/niet nodig,..)
-O2 = anaeroob
+O2 (humane cellen) = aeroob
Neuron / zenuwcel (cellichaam met 1 lange uitlopen = axon + kleine uitlopers = dendrieten)
Belangrijk voor prikkeloverdracht in het zenuwstelsel
Paramecium / pantoffeldiertje
Macrofaag = witte bloedcel fagocytose (gaat bacterie opnemen en vernietigen)
bescherming lichaam tegen pathogenen
Alle organismen hebben dezelfde:
- chemische principes/reacties
- biologische moleculen
- genexpressie
alle levende cellen hebben een vergelijkbare basischemie
replicatie (verdubbelen genetisch materiaal = DNA)
transcriptie (DNA omzetten naar RNA)
translatie (= eiwitsynthese)
Genen geven instructies voor de vorm, functie en het gedrag van cellen en organismen
De uivinding van de lichtmicroscoop leidde tot de ontdekking van cellen
LM (lichtmicroscoop) doorvallend licht beeld dat je krijgt is het
verschil in lichtabsorptie
niet veel details
Kern + cytoplasma + celmembraan (= plasmamembraan)
Mengsel van kleurstoffen beter beeld
Fluorescentie microscopie
fluorescerende probes/merkers laat licht (bepaalde golflengte)
toekomen op de staal
je krijgt emissie van licht met een andere golflengte
TEM (transmissie elektronenmicroscopie)
elektronenbundel: e absorptie, e verstooring + e door het staal
detector beeld = 2D beeld
SEM (scanning elektronenmicroscoop) = 3D beeld
de fijne structuur van een cel wordt zichtbaar gemaakt
door een elektronenmicroscoop
Cellen organellen (zie je niet met LM)
Atomen – moleculen – organellen – cellen (eicel is de
grootste en kan je met blote oog zien)
Bacteriën vormen de meest diverse verzameling organismen op aarde
Fundamentele indeling
AAN/AFWEZIGHEID van een kern
10-100 miljoen levende wezens
Grote verschillen in:
- Grootte
- Chemische noden (zuurstof wel/niet nodig,..)
-O2 = anaeroob
+O2 (humane cellen) = aeroob
Neuron / zenuwcel (cellichaam met 1 lange uitlopen = axon + kleine uitlopers = dendrieten)
Belangrijk voor prikkeloverdracht in het zenuwstelsel
Paramecium / pantoffeldiertje
Macrofaag = witte bloedcel fagocytose (gaat bacterie opnemen en vernietigen)
bescherming lichaam tegen pathogenen
Alle organismen hebben dezelfde:
- chemische principes/reacties
- biologische moleculen
- genexpressie
alle levende cellen hebben een vergelijkbare basischemie
replicatie (verdubbelen genetisch materiaal = DNA)
transcriptie (DNA omzetten naar RNA)
translatie (= eiwitsynthese)
Genen geven instructies voor de vorm, functie en het gedrag van cellen en organismen
De uivinding van de lichtmicroscoop leidde tot de ontdekking van cellen
LM (lichtmicroscoop) doorvallend licht beeld dat je krijgt is het
verschil in lichtabsorptie
niet veel details
Kern + cytoplasma + celmembraan (= plasmamembraan)
Mengsel van kleurstoffen beter beeld
Fluorescentie microscopie
fluorescerende probes/merkers laat licht (bepaalde golflengte)
toekomen op de staal
je krijgt emissie van licht met een andere golflengte
TEM (transmissie elektronenmicroscopie)
elektronenbundel: e absorptie, e verstooring + e door het staal
detector beeld = 2D beeld
SEM (scanning elektronenmicroscoop) = 3D beeld
de fijne structuur van een cel wordt zichtbaar gemaakt
door een elektronenmicroscoop
Cellen organellen (zie je niet met LM)
Atomen – moleculen – organellen – cellen (eicel is de
grootste en kan je met blote oog zien)
Bacteriën vormen de meest diverse verzameling organismen op aarde
Fundamentele indeling
AAN/AFWEZIGHEID van een kern