Samenvatting H3 Zuid-Amerika
Paragraaf 1
Stereotype= Een algemene karakterisering van een gebied of van een groep
mensen die niet helemaal met de werkelijkheid overeenkomt. Vooral
cultuurelementen.
Perceptie= De manier waarop je op basis van onjuiste en of juiste informatie de
werkelijkheid inkleurt.
Paragraaf 2
West:
- Actieve continentrand
- subductie
- Andesiet
- Hoogland/hoogvlakte/hooggebergte
- voorlandbekken
- bodemschatten
Oost:
- passieve continentrand
- schild
- weinig tektonische verschijnselen
- bodemschatten
Binnen Zuid-Amerika zijn vooral het Andesgebergte en de hooglanden rijk
aan ertsen zoals ijzer, koper, tin, zilver en goud. Die metalen zijn vaak door
het opstijgende magma uit de aardmantel meegenomen. Diep onder het
aardoppervlak koelt de magma af en stolt. Omdat verschillende onderdelen
van de magma bij verschillende temperaturen stollen, kunnen metalen zich bij
afkoeling op bepaalde plekken ophopen. Extreem heet water, waarin metalen
kunnen oplossen, speelt hier ook een rol bij. Zo ontstaan ertsaders, zones
waarin de concentratie van het metaal zo hoog is dat het rendabel is om het
te winnen.
Paragraaf 3
Ligging van klimaat-, vegetatie- en landschapszones worden bepaald door
klimaatfactoren:
● Breedteligging
● Hoogteligging
● Loef/ lijzijde
● Invloed van zee-en luchtstromen
, In Zuid-Amerika zijn 3 soorten vegetatiezones met een savanneklimaat (Aw):
- Llanes (grassavanne met bomen)
- Caatinga ( Savanne met doornstruiken en galerijbossen langs de rivieren)
- Cerrado (boom savanne)
In kustgebieden met een (sub) tropisch klimaat groeien onafhankelijk van de
hoeveelheid neerslag in dat gebied Mangrovebossen
In Patagonië strekken zich eindeloze grasvlaktes uit, de Pampa’s
Aan de westkant van het andesgebergte zou je verwachten dat daar de loefzijde zou
zijn, omdat het aan de zee ligt en daar het water verdampt en neerslag valt. Maar
dat is niet het geval. Aan de westkant van het andesgebergte is de lijzijde, omdat de
overheersende zuidoost-passaat vanaf de Atlantische oceaan tot aan het
andesgebergte trekt is aan de oostkant juist de loefzijde en aan de westkant de
lijzijde.
Ook is de zeestroom aan de westkust relatief koud, er vind dus geen verdamping
plaats en koude lucht zakt en het is er dus erg droog.
Maar in Chili zorgen de westenwinden het hele jaar voor neerslag, hier is het juist de
lijzijde.
Het verhang en de mate van ontbossing bepalen op hun beurt de stroomsnelheid en
de sedimentafvoer (van rivieren)
Paragraaf 4
Draagkracht= Het maximaal aantal mensen dat op een gebied of op aarde kan leven
zonder schade aan te richten
Grotere draagkracht= hogere Bevolkingsdruk (De mate waarin de bewoners van een
gebied beslag leggen op de aanwezige ruimte en kringlopen)
Klimaat, bodemkwaliteit en beschikbaarheid van water spelen een belangrijke rol bij
de keuze van vestigingsgebied.
Woonplaatsen Indianen van Oudsher:
Amazonegebied: Oevers van rivieren
Andeslanden: Hogere delen
Woonplaatsen Europese kolonisten:
Lagere delen Anders want: Klimaat voor handelsgewassen
Kustgebied i.v.m. : Logistiek C-P model (centrum-periferie model)
Paragraaf 1
Stereotype= Een algemene karakterisering van een gebied of van een groep
mensen die niet helemaal met de werkelijkheid overeenkomt. Vooral
cultuurelementen.
Perceptie= De manier waarop je op basis van onjuiste en of juiste informatie de
werkelijkheid inkleurt.
Paragraaf 2
West:
- Actieve continentrand
- subductie
- Andesiet
- Hoogland/hoogvlakte/hooggebergte
- voorlandbekken
- bodemschatten
Oost:
- passieve continentrand
- schild
- weinig tektonische verschijnselen
- bodemschatten
Binnen Zuid-Amerika zijn vooral het Andesgebergte en de hooglanden rijk
aan ertsen zoals ijzer, koper, tin, zilver en goud. Die metalen zijn vaak door
het opstijgende magma uit de aardmantel meegenomen. Diep onder het
aardoppervlak koelt de magma af en stolt. Omdat verschillende onderdelen
van de magma bij verschillende temperaturen stollen, kunnen metalen zich bij
afkoeling op bepaalde plekken ophopen. Extreem heet water, waarin metalen
kunnen oplossen, speelt hier ook een rol bij. Zo ontstaan ertsaders, zones
waarin de concentratie van het metaal zo hoog is dat het rendabel is om het
te winnen.
Paragraaf 3
Ligging van klimaat-, vegetatie- en landschapszones worden bepaald door
klimaatfactoren:
● Breedteligging
● Hoogteligging
● Loef/ lijzijde
● Invloed van zee-en luchtstromen
, In Zuid-Amerika zijn 3 soorten vegetatiezones met een savanneklimaat (Aw):
- Llanes (grassavanne met bomen)
- Caatinga ( Savanne met doornstruiken en galerijbossen langs de rivieren)
- Cerrado (boom savanne)
In kustgebieden met een (sub) tropisch klimaat groeien onafhankelijk van de
hoeveelheid neerslag in dat gebied Mangrovebossen
In Patagonië strekken zich eindeloze grasvlaktes uit, de Pampa’s
Aan de westkant van het andesgebergte zou je verwachten dat daar de loefzijde zou
zijn, omdat het aan de zee ligt en daar het water verdampt en neerslag valt. Maar
dat is niet het geval. Aan de westkant van het andesgebergte is de lijzijde, omdat de
overheersende zuidoost-passaat vanaf de Atlantische oceaan tot aan het
andesgebergte trekt is aan de oostkant juist de loefzijde en aan de westkant de
lijzijde.
Ook is de zeestroom aan de westkust relatief koud, er vind dus geen verdamping
plaats en koude lucht zakt en het is er dus erg droog.
Maar in Chili zorgen de westenwinden het hele jaar voor neerslag, hier is het juist de
lijzijde.
Het verhang en de mate van ontbossing bepalen op hun beurt de stroomsnelheid en
de sedimentafvoer (van rivieren)
Paragraaf 4
Draagkracht= Het maximaal aantal mensen dat op een gebied of op aarde kan leven
zonder schade aan te richten
Grotere draagkracht= hogere Bevolkingsdruk (De mate waarin de bewoners van een
gebied beslag leggen op de aanwezige ruimte en kringlopen)
Klimaat, bodemkwaliteit en beschikbaarheid van water spelen een belangrijke rol bij
de keuze van vestigingsgebied.
Woonplaatsen Indianen van Oudsher:
Amazonegebied: Oevers van rivieren
Andeslanden: Hogere delen
Woonplaatsen Europese kolonisten:
Lagere delen Anders want: Klimaat voor handelsgewassen
Kustgebied i.v.m. : Logistiek C-P model (centrum-periferie model)