18–49 (oorzaak-gevolg, jaartallen en verbanden)
Samenvatting van de belangrijkste ontwikkelingen per tijdvak - 18-49
Tijdvak 5: Tijd van Ontdekkers en Hervormers (HAVO en VWO)
18. Het begin van Europese overzeese expansie
19. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de Renaissance en het begin van een nieuwe
wetenschappelijke belangstelling
20. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid
21. De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had
22. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat
Tijdvak 6: Tijd van Regenten en Vorsten (HAVO en VWO)
23. Het streven van vorsten naar absolute macht
24. De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht
van de Nederlandse Republiek
25. Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
26. De wetenschappelijke revolutie
Tijdvak 7: Tijd van Pruiken en Revoluties (HAVO en VWO)
27. Rationeel optimisme en ‘’verlicht denken’’ dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen
28. Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse
verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme)
29. Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de
daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme
30. De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten,
grondrechten en staatsburgerschap
Tijdvak 8: Tijd van Burgers en Stoommachines (HAVO en VWO)
31. De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële
samenleving.
32. De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
33. Opkomst van de politiek-maatschappelijke stromingen: nationalisme, liberalisme, socialisme,
confessionalisme, feminisme.
34. Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan
het politiek proces.
,35. De opkomst van emancipatiebewegingen
36. Discussies over de sociale kwestie
Tijdvak 9: Tijd van de Wereldoorlogen (HAVO en VWO)
37. Het voeren van twee wereldoorlogen
38. De crisis van het wereldkapitalisme
39. Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën: communisme en nationaalsocialisme
40. De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van
massaorganisatie
41. Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme
42. Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de
betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering
43. Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden
44. De Duitse bezetting van Nederland
Tijdvak 10: Tijd van Televisie en Computer (HAVO en VWO)
45. De dekolonisatie maakte een eind aan de westerse hegemonie in de wereld
46. De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop
en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog
47. De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren '60 van de 20e eeuw aanleiding gaf tot
ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen
48. De eenwording van Europa
49. De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen
Tijdvak 5 – Ontdekkers en
Hervormers
, KA 18: Het begin van Europese overzeese expansie
Jaartallen: 1453, 1492, 1498
Oorzaken:
In 1453 werd Constantinopel veroverd door de Ottomanen → bestaande handelsroutes
naar Azië werden moeilijker en duurder
Europese landen (vooral Portugal en Spanje) wilden direct toegang tot specerijen, goud en
andere luxeproducten
Technologische verbeteringen in de scheepvaart (kompas, astrolabium, karveel) maakten
lange zeereizen mogelijk
Concurrentie tussen Europese landen om rijkdom en macht
Gevolgen:
1492 – Columbus ontdekt Amerika (in opdracht van Spanje)
1498 – Vasco da Gama bereikt India via een zeeroute om Afrika heen
Start van Europese kolonisatie in Amerika, Afrika en Azië
Ontstaan van een wereldeconomie met Europa als centrum
→ Europa krijgt steeds meer economische en politieke invloed wereldwijd en legt de basis voor
latere imperialisme