Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Tentamen (uitwerkingen) Persoonlijkheidsstoornissen (550040-B-6) Personality Disorders, oefenvragen.

Rating
-
Sold
-
Pages
38
Grade
8-9
Uploaded on
27-04-2026
Written in
2025/2026

Persoonlijkheidsstoornissen oefenvragen, zowel meerkeuze als openvragen. Dit om optimaal praktisch te kunnen leren! Vanuit de benodigde stof uit het boek Personality Disorders/ Persoonlijkheidsstoornissen. Bruikbaar voor verschillende studies.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

,DEEL 1: Meerkeuzevragen

1. Welk essentieel onderscheid wordt in de tekst gemaakt tussen
persoonlijkheidsstoornissen en klinische stoornissen zoals angststoornissen?
A) Klinische stoornissen zijn pervasief en persistent, terwijl persoonlijkheidsstoornissen
situationeel gebonden zijn.
B) Klinische stoornissen beïnvloeden het interpersoonlijk functioneren, terwijl
persoonlijkheidsstoornissen dat niet doen.
C) Persoonlijkheidsstoornissen ontstaan uitsluitend door fysiologische effecten van
middelen.
D) Persoonlijkheidsstoornissen zijn egosyntonisch, terwijl klinische stoornissen vaak als
egodystonisch worden ervaren.

2. Volgens criterium A van de algemene DSM-5 criteria voor
persoonlijkheidsstoornissen moet een langdurig patroon zich manifesteren op
minimaal twee gebieden. Welk gebied hoort hier NIET bij?
A) Impulsbeheersing
B) Affectiviteit
C) Cognitie
D) Sociaal-economische status

3. Wat wordt er in de context van de 'Drie P’s' specifiek bedoeld met de term
'pervasief'?
A) Het gedrag wijkt af van de geldende culturele normen.
B) Er is sprake van een klinisch significante lijdensdruk voor de omgeving.
C) Het patroon is stabiel over een zeer lange tijdspanne.
D) De symptomen manifesteren zich in een breed scala aan persoonlijke en sociale
situaties.

4. Bij de diagnostiek van een persoonlijkheidsstoornis moeten kenmerken worden
onderscheiden van reacties op specifieke stressoren. Welke bewering hierover is
correct volgens de tekst?
A) Kenmerken die voortkomen uit een medische aandoening, zoals hoofdtrauma, vallen
onder de definitie van een persoonlijkheidsstoornis.
B) Tijdelijke mentale toestanden zoals depressieve gevoelens sluiten een onderliggende
persoonlijkheidsstoornis direct uit.
C) Alleen kenmerken die na de vroege volwassenheid ontstaan, worden als
persoonlijkheidskenmerken gedefinieerd.
D) De stoornis moet onafhankelijk van situationele stressoren of voorbijgaande
toestanden kunnen worden vastgesteld.


2

,5. Wat is een kenmerkend cognitief mechanisme bij de Paranoïde
persoonlijkheidsstoornis volgens de DSM-5 criteria?
A) Het voortdurend zoeken naar bevestiging en bewondering door anderen.
B) Het ervaren van lichamelijke illusies en magische invloeden op de omgeving.
C) Een extreem gebrek aan interesse in sociale interacties of vriendschappen.
D) Het interpreteren van de motieven van anderen als kwaadwillig zonder objectieve
basis.

6. Voor de diagnose Antisociale persoonlijkheidsstoornis geldt een specifieke
leeftijdseis. Welke is dit?
A) De stoornis kan pas gediagnosticeerd worden als het patroon minstens 10 jaar
ononderbroken aanwezig is.
B) De symptomen moeten uitsluitend optreden tijdens een episode van schizofrenie.
C) Het individu moet minimaal 15 jaar zijn en symptomen vertonen sinds de kindertijd.
D) Het individu moet ten minste 18 jaar zijn, met bewijs van een gedragsstoornis vóór
het 15e jaar.

7. Wat typeert de Schizoïde persoonlijkheidsstoornis in vergelijking met de andere
stoornissen in Cluster A?
A) Een pervasief patroon van onthechting van sociale relaties en een beperkt bereik van
emotionele expressie.
B) Een voortdurende achterdocht en het koesteren van hardnekkige wrok.
C) Het actief vermijden van sociale contacten uit angst voor kritiek of afwijzing door
anderen.
D) Een acuut ongemak in hechte relaties gepaard met cognitieve vervormingen.

8. Welk van de volgende criteria is specifiek voor de Schizotypische
persoonlijkheidsstoornis?
A) Magisch denken dat het gedrag beïnvloedt en niet strookt met subculturele normen.
B) Een overmatige behoefte aan bewondering en een gebrek aan empathie.
C) Emotionele kilte en een voorkeur voor solitaire activiteiten boven gezinsbanden.
D) Het falen om zich te conformeren aan sociale normen en wetten.

9. Wat wordt in de samenvatting beschreven als de kern van Cluster B
persoonlijkheidsstoornissen?
A) Vreemd en excentriek gedrag met een sterke nadruk op achterdocht.
B) Angstige en bezorgde trekken waarbij sociale vermijding centraal staat.
C) Een patroon van instabiliteit, emotionaliteit, onvoorspelbaarheid en dramatisch
gedrag.
D) Kluizenaarsgedrag waarbij de persoon geen enkel plezier beleeft aan activiteiten.


3

, 10. Waar is het 'alternatieve model' voor persoonlijkheidsstoornissen te vinden in
de DSM-5?
A) In de inleiding als de enige geaccepteerde methode voor diagnostiek.
B) In de hoofdtekst als vervanging van de DSM-4 clusters.
C) In een apart handboek dat losstaat van de officiële DSM-5 publicatie.
D) In de appendix (sectie III) als een experimenteel of dimensioneel model.

11. Welke factor wordt gedefinieerd als een situatie of karakteristiek waar men
rekening mee houdt bij het opstellen van een toekomstverwachting voor de
patiënt?
A) Affectieve aansprakelijkheid
B) Differentiële diagnose
C) Prognostische factor
D) Prevalentiecijfer

12. Een patiënt reageert snel boos op waargenomen aanvallen op zijn karakter die
voor anderen niet zichtbaar zijn. Bij welke stoornis is dit een specifiek criterium?
A) Schizotypische persoonlijkheidsstoornis
B) Antisociale persoonlijkheidsstoornis
C) Borderline persoonlijkheidsstoornis
D) Paranoïde persoonlijkheidsstoornis

13. Waarom worden personen met een Schizoïde persoonlijkheidsstoornis relatief
weinig gezien in de Geestelijke Gezondheidszorg?
A) Omdat zij vaak worden verward met patiënten die lijden aan een bipolaire stoornis.
B) Omdat de stoornis zeer zeldzaam is met een prevalentie van minder dan 0,1%.
C) Omdat de diagnose enkel gesteld mag worden bij personen boven de 65 jaar.
D) Omdat zij zelf doorgaans geen lijdensdruk ervaren van hun sociale isolatie.

14. Bij de Schizotypische persoonlijkheidsstoornis wordt 'buitensporige sociale
angst' beschreven. Wat is een uniek kenmerk van deze angst in vergelijking met
sociale angststoornissen?
A) De angst is eerder gekoppeld aan paranoïde angsten dan aan een negatief
zelfoordeel.
B) De angst wordt uitsluitend veroorzaakt door fysiologische reacties op medicatie.
C) De angst vermindert naarmate de persoon vertrouwder raakt met de situatie.
D) De angst leidt tot een verhoogde behoefte aan seksuele ervaringen met vreemden.




4

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 27, 2026
Number of pages
38
Written in
2025/2026
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers

Subjects

€7,49
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
StudieBegrip Open Universiteit
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
339
Member since
6 year
Number of followers
7
Documents
96
Last sold
15 hours ago
Straight to the Point, Direct naar de Essentie van Kennis!

Welkom op Studiebegrip, waar kennis snel en efficiënt wordt begrepen. Student houden van efficiëntie. Onze samenvattingen brengen structuur in grote hoeveelheden informatie, praktisch, snel en gericht op wat écht telt. Waarom verdwalen in eindeloze details als je direct kunt focussen op de kern? Onze samenvattingen besparen je tijd en helpen je de stof te begrijpen én toe te passen. Daarnaast verkopen we bundels met examenvragen, zodat je jouw kennis direct kunt toetsen en succesvol je tentamens haalt!

Read more Read less
4,6

97 reviews

5
73
4
17
3
4
2
2
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions