Neuropsychologie voor Pedagogen
College aantekeningen Neuropsychologie voor Pedagogen.
Week 1
Hoorcollege 1.1
Leerdoel: studenten kunnen de bouw en de functionele organisatie van het
zenuwstelsel benoemen.
Het zenuwstelsel;
Organisatie zenuwstelsel
Structuur van de hersenen: neuroanatomie
Functioneren van de hersenen: neurofysiologie neurochemis
Organisatie van het zenuwstelsel
1. Centrale Zenuwstelsel (=binnen de botten) omsloten door bot:
a. Brein omsloten door schedel.
b. Ruggenmerg omsloten door wervelkolom.
2. Perifere zenuwstelsel (=buiten de botten) op te delen in:
a. Autonome zenuwstelsel: zelfsturend.
Stuurt onze vitale levensfuncties (hartslag, bloeddruk
enzovoort) aan. Op te delen in:
i. Sympathisch: activeert bij actie (fight or flight),
bijvoorbeeld in stressvolle situaties.
Voorbeeld: vernauwen van bloedvaten-> zorgt voor verhoogde bloeddruk->
daardoor gaat er meer bloed naar vitale functies.
ii. Parasympatisch: activeert op het moment dat het
lichaam in herstelstand gaat om het lichaam tot rust te
laten komen (rest and digest).
Voorbeeld: energie kan bijvoorbeeld gaan naar spijsvertering* en
stofwisseling*.
Spijsvertering*
- Het verteren van voedsel tot bruikbare opneembare bouwstenen:
o Koolhydraten.
o Eiwitten
Stofwisseling*
- Eenmaal opgenomen vindt er metabolisme plaats (stofwisseling);
- Bouwstenen worden voortdurend bewerkt en omgevormd tot andere
bouwstenen (andere stoffen) ; bijvoorbeeld koolhydraten naar
glucose.
Verbranding:
,Neuropsychologie voor Pedagogen
- Met behulp van zuurstof kunnen voedingsstoffen omgezet worden in
energie; dat is nodig voor fysieke actie/inspanningen, mentale
inspanning en vitale functies.
Voorbeeld: Glucose
o Glucose kan worden verbrandt of opgeslagen afhankelijk van de energiebehoefte;
heb je veel energie nodig dan wordt het sympathische deel van het autonome
zenuwstelsel actief en wordt er veel energie verbrand.
o Als er meer glucose beschikbaar is dan er nodig is aan energie-> glucose wordt
opgeslagen onder invloed van het hormoon insuline. Bloedsuikerspiegel gaat dan
omlaag.
Als glycogeen in lever- en spiercellen.
Als eiwitten in spierweefsel.
Als vetten in vetcellen
Kan ook door middel van neurotransmitters voor vaatverwijding zorgen
waardoor de activiteit van het maag-darmkanaal omhoog gaat.
b. Somatisch zenuwstelsel: willekeurig, onder invloed van de wil
(wordt aangestuurd).
i. Perifeer: buiten de botten; heb je controle over.
ii. Maakt interactie tussen lichaam en buitenwereld
mogelijk:
Zintuigelijke waarneming: zintuigelijke prikkels sturen naar het brein.
Motoriek: aansturing vanuit het brein van de skeletspieren.
Zenuwen in het perifere zenuwstelsel:
1. Ruggenmergzenuwen: zenuwen die via het ruggenmerg uit en in het
centrale zenuwstelsel treden; 31 paar (rechts en links).
a. Uit-> Efferente zenuwen; die prikkels aanvoeren vanuit
hersenen naar het lichaam.
Motorisch: naar spieren
Autonoom: naar organen en klieren.
b. In-> Afferente zenuwen die prikkels aanvoeren vanuit het
lichaam naar de hersenen.
Zintuigelijke prikkels: naar de hersenen.
Exteroceptieve prikkels vanuit de buitenwereld (temperatuur, tast en
druk).
Introceptieve prikkels van binnenuit het lichaam (beweging, houding,
balans enzovoort).
Viscerale afferente zenuwen: informatie uit organen (hart, darmen, etc).
2. Hersenzenuwen: zenuwen die via het hoofd uit en in het centrale
zenuwstelsel treden.
a. Uit-> efferente zenuwen; die prikkels aanvoeren vanuit
hersenen naar het lichaam.
Motorisch: naar spieren in het hoofd.
Autonoom efferent: naar klieren in het hoofd/ naar organen in borst- en
buikholte.
b. In-> Afferente zenuwen die prikkels aanvoeren vanuit het
lichaam naar de hersenen.
Zintuigelijke vervoert prikkels naar de hersenen.
Sensorisch: zintuigelijke informatie vanuit het hoofd .
,Neuropsychologie voor Pedagogen
Viscerale afferente vezels (via de nervus vagus*: autonome afferente
zenuw) Informatie uit organen in borst- en buikholte.
Nervus vagus* (alle belangrijkste parasympatische zenuw)
- Hersenzenuw: ontspringt in de hersenstam legt via de hals lange weg
af naar de borst- en buikholte.
- Zwervende zenuw genoemd; omdat hij een lange weg aflegt
naar/van de borst- en buikholte i.p.v. via het hoofd.
- Speelt belangrijke een rol bij het parasympatische zenuwstelsel.
Structuur van het brein (celniveau)
Brein is opgebouwd uit bouwstenen:
1. Neuronen*: informatieverwerkers = hersencellen.
2. Gliacellen: ondersteuners van neuronen.
Neuronen*
- Ontvangen, verwerken, integreren en vervoeren elektrische signalen.
- Elk neuron is opgebouwd uit een cellichaam en aan twee kanten van
dat cellichaam zie je verschillende soorten uitlopers (collateralen):
c. Dendrieten waar kleine bolletjes (dendritische spines) op
zitten waar elektrische informatie wordt ontvangen.
d. Axonen: een hele lange uitloper (outputkanaal): één elektrisch
signaal loopt langs het output kanaal.
i. Axonen eindigen in een eindvoet (terminale eindvoet) die
(zonder elkaar te raken) contact maakt met een
dendritische spines-> daar waar informatie van het ene
neuron wordt doorgegeven aan het andere neuron noem je
een synaps.
ii. Een zenuw: een grote verzameling van axonen die dezelfde
route afleggen buiten de botten in het perifere zenuwstelsel.
iii. Een Tractus: een grote verzameling axonen binnen de
botten in het CZS.
Hoe kan het brein in die enorme chaos orde scheppen?
3. Netwerken= sleutel tot het begrijpen van het brein; veel meer dan
het aantal neuronen.
4. Neuronen zijn informatie verwerkende eenheden van het netwerk.
5. Parameters zijn de gewichten die aan verbindingen tussen de
neuronen van het netwerk worden toegekend.
Functie van de hersenen
, Neuropsychologie voor Pedagogen
1. Input verwerken, filteren, integreren van, en betekenis geven aan
prikkels uit de omgeving
2. Output produceren: produceren van gedrag / interactie met
omgeving (jagen, eten, bescherming zoeken, vinden partner etc.)
3. Op basis van de optelsom van al die prikkels en ervaringen die je in
de omgeving hebt opgedaan bouw je een interne representatie van
omgevingsprikkels op.
a. Op basis van al je eerdere ervaringen ga je in je hoofd een
intern model maken van die omgevingen-> inzicht in de
structuur van de werkelijkheid;
b. Op basis daarvan leer je voorspellen hoe dingen verder gaan.
c. Sommige wetenschappers (materialisten): wat we
waarnemen zijn de voorspellingen die het brein ons
voorspiegelt; uiteindelijk kunnen we mentale fenomenen
(bewustzijn, het hebben van een gevoel, het hebben van een
ervaring, etc. ) verklaren uit meetbare chemische processen
van het brein.
Centrale zenuwstsel
- Ruggenmerg is dat deel van het czw dat zich niet in het schedel
bevindt maar in het holte in wervelkolom.
o Op te delen in verschillende gebieden;
- Gebieden bestaan weer uit segmenten: de delen waar de zenuwen
tussen die twee wervelniveaus in naar binnen en naar buiten treden.
o Zenuwen die door het ruggenmerkkanaal lopen (binnen de
botten) noem je zenuwbanen of tracti.
o Die zenuwbanen kunnen motorische informatie van het brein
naar het lichaam vervoeren of sensorische informatie van het
lichaam naar het brein.
Dwarsdoorsnede van ruggenmerg
- Aan de ventrale zijde (de buikzijde: de voorkant) treden motorische
zenuwen naar buiten.
o Commando’s door de hersenen om de spieren of klieren aan te sturen. – zowel links
als rechts.
o Op het moment dat de bundel van axonen naar buiten treden noem je het de
ventrale wortel/ de voorwortel of motorische zenuwwortel.
- Aan de dorsale zijde (achterkant) treden er zenuwbanen naar binnen
(via de ruggenmerg-weg op weg naar de hersenen).
o Die vervoeren sensorische informatie van het lichaam naar de hersenen- zowel links
als rechts.
o Op het moment dat de bundels van axonen van sensorische neuronen naar binnen
treden noem je het de dorsale wortel of achterwortel of sensorisch zenuwwortel.
- Opeenhoping van cellichamen van sensorische neuronen ligt buiten
het ruggenmerg en wordt het spinale ganglion genoemd.
College aantekeningen Neuropsychologie voor Pedagogen.
Week 1
Hoorcollege 1.1
Leerdoel: studenten kunnen de bouw en de functionele organisatie van het
zenuwstelsel benoemen.
Het zenuwstelsel;
Organisatie zenuwstelsel
Structuur van de hersenen: neuroanatomie
Functioneren van de hersenen: neurofysiologie neurochemis
Organisatie van het zenuwstelsel
1. Centrale Zenuwstelsel (=binnen de botten) omsloten door bot:
a. Brein omsloten door schedel.
b. Ruggenmerg omsloten door wervelkolom.
2. Perifere zenuwstelsel (=buiten de botten) op te delen in:
a. Autonome zenuwstelsel: zelfsturend.
Stuurt onze vitale levensfuncties (hartslag, bloeddruk
enzovoort) aan. Op te delen in:
i. Sympathisch: activeert bij actie (fight or flight),
bijvoorbeeld in stressvolle situaties.
Voorbeeld: vernauwen van bloedvaten-> zorgt voor verhoogde bloeddruk->
daardoor gaat er meer bloed naar vitale functies.
ii. Parasympatisch: activeert op het moment dat het
lichaam in herstelstand gaat om het lichaam tot rust te
laten komen (rest and digest).
Voorbeeld: energie kan bijvoorbeeld gaan naar spijsvertering* en
stofwisseling*.
Spijsvertering*
- Het verteren van voedsel tot bruikbare opneembare bouwstenen:
o Koolhydraten.
o Eiwitten
Stofwisseling*
- Eenmaal opgenomen vindt er metabolisme plaats (stofwisseling);
- Bouwstenen worden voortdurend bewerkt en omgevormd tot andere
bouwstenen (andere stoffen) ; bijvoorbeeld koolhydraten naar
glucose.
Verbranding:
,Neuropsychologie voor Pedagogen
- Met behulp van zuurstof kunnen voedingsstoffen omgezet worden in
energie; dat is nodig voor fysieke actie/inspanningen, mentale
inspanning en vitale functies.
Voorbeeld: Glucose
o Glucose kan worden verbrandt of opgeslagen afhankelijk van de energiebehoefte;
heb je veel energie nodig dan wordt het sympathische deel van het autonome
zenuwstelsel actief en wordt er veel energie verbrand.
o Als er meer glucose beschikbaar is dan er nodig is aan energie-> glucose wordt
opgeslagen onder invloed van het hormoon insuline. Bloedsuikerspiegel gaat dan
omlaag.
Als glycogeen in lever- en spiercellen.
Als eiwitten in spierweefsel.
Als vetten in vetcellen
Kan ook door middel van neurotransmitters voor vaatverwijding zorgen
waardoor de activiteit van het maag-darmkanaal omhoog gaat.
b. Somatisch zenuwstelsel: willekeurig, onder invloed van de wil
(wordt aangestuurd).
i. Perifeer: buiten de botten; heb je controle over.
ii. Maakt interactie tussen lichaam en buitenwereld
mogelijk:
Zintuigelijke waarneming: zintuigelijke prikkels sturen naar het brein.
Motoriek: aansturing vanuit het brein van de skeletspieren.
Zenuwen in het perifere zenuwstelsel:
1. Ruggenmergzenuwen: zenuwen die via het ruggenmerg uit en in het
centrale zenuwstelsel treden; 31 paar (rechts en links).
a. Uit-> Efferente zenuwen; die prikkels aanvoeren vanuit
hersenen naar het lichaam.
Motorisch: naar spieren
Autonoom: naar organen en klieren.
b. In-> Afferente zenuwen die prikkels aanvoeren vanuit het
lichaam naar de hersenen.
Zintuigelijke prikkels: naar de hersenen.
Exteroceptieve prikkels vanuit de buitenwereld (temperatuur, tast en
druk).
Introceptieve prikkels van binnenuit het lichaam (beweging, houding,
balans enzovoort).
Viscerale afferente zenuwen: informatie uit organen (hart, darmen, etc).
2. Hersenzenuwen: zenuwen die via het hoofd uit en in het centrale
zenuwstelsel treden.
a. Uit-> efferente zenuwen; die prikkels aanvoeren vanuit
hersenen naar het lichaam.
Motorisch: naar spieren in het hoofd.
Autonoom efferent: naar klieren in het hoofd/ naar organen in borst- en
buikholte.
b. In-> Afferente zenuwen die prikkels aanvoeren vanuit het
lichaam naar de hersenen.
Zintuigelijke vervoert prikkels naar de hersenen.
Sensorisch: zintuigelijke informatie vanuit het hoofd .
,Neuropsychologie voor Pedagogen
Viscerale afferente vezels (via de nervus vagus*: autonome afferente
zenuw) Informatie uit organen in borst- en buikholte.
Nervus vagus* (alle belangrijkste parasympatische zenuw)
- Hersenzenuw: ontspringt in de hersenstam legt via de hals lange weg
af naar de borst- en buikholte.
- Zwervende zenuw genoemd; omdat hij een lange weg aflegt
naar/van de borst- en buikholte i.p.v. via het hoofd.
- Speelt belangrijke een rol bij het parasympatische zenuwstelsel.
Structuur van het brein (celniveau)
Brein is opgebouwd uit bouwstenen:
1. Neuronen*: informatieverwerkers = hersencellen.
2. Gliacellen: ondersteuners van neuronen.
Neuronen*
- Ontvangen, verwerken, integreren en vervoeren elektrische signalen.
- Elk neuron is opgebouwd uit een cellichaam en aan twee kanten van
dat cellichaam zie je verschillende soorten uitlopers (collateralen):
c. Dendrieten waar kleine bolletjes (dendritische spines) op
zitten waar elektrische informatie wordt ontvangen.
d. Axonen: een hele lange uitloper (outputkanaal): één elektrisch
signaal loopt langs het output kanaal.
i. Axonen eindigen in een eindvoet (terminale eindvoet) die
(zonder elkaar te raken) contact maakt met een
dendritische spines-> daar waar informatie van het ene
neuron wordt doorgegeven aan het andere neuron noem je
een synaps.
ii. Een zenuw: een grote verzameling van axonen die dezelfde
route afleggen buiten de botten in het perifere zenuwstelsel.
iii. Een Tractus: een grote verzameling axonen binnen de
botten in het CZS.
Hoe kan het brein in die enorme chaos orde scheppen?
3. Netwerken= sleutel tot het begrijpen van het brein; veel meer dan
het aantal neuronen.
4. Neuronen zijn informatie verwerkende eenheden van het netwerk.
5. Parameters zijn de gewichten die aan verbindingen tussen de
neuronen van het netwerk worden toegekend.
Functie van de hersenen
, Neuropsychologie voor Pedagogen
1. Input verwerken, filteren, integreren van, en betekenis geven aan
prikkels uit de omgeving
2. Output produceren: produceren van gedrag / interactie met
omgeving (jagen, eten, bescherming zoeken, vinden partner etc.)
3. Op basis van de optelsom van al die prikkels en ervaringen die je in
de omgeving hebt opgedaan bouw je een interne representatie van
omgevingsprikkels op.
a. Op basis van al je eerdere ervaringen ga je in je hoofd een
intern model maken van die omgevingen-> inzicht in de
structuur van de werkelijkheid;
b. Op basis daarvan leer je voorspellen hoe dingen verder gaan.
c. Sommige wetenschappers (materialisten): wat we
waarnemen zijn de voorspellingen die het brein ons
voorspiegelt; uiteindelijk kunnen we mentale fenomenen
(bewustzijn, het hebben van een gevoel, het hebben van een
ervaring, etc. ) verklaren uit meetbare chemische processen
van het brein.
Centrale zenuwstsel
- Ruggenmerg is dat deel van het czw dat zich niet in het schedel
bevindt maar in het holte in wervelkolom.
o Op te delen in verschillende gebieden;
- Gebieden bestaan weer uit segmenten: de delen waar de zenuwen
tussen die twee wervelniveaus in naar binnen en naar buiten treden.
o Zenuwen die door het ruggenmerkkanaal lopen (binnen de
botten) noem je zenuwbanen of tracti.
o Die zenuwbanen kunnen motorische informatie van het brein
naar het lichaam vervoeren of sensorische informatie van het
lichaam naar het brein.
Dwarsdoorsnede van ruggenmerg
- Aan de ventrale zijde (de buikzijde: de voorkant) treden motorische
zenuwen naar buiten.
o Commando’s door de hersenen om de spieren of klieren aan te sturen. – zowel links
als rechts.
o Op het moment dat de bundel van axonen naar buiten treden noem je het de
ventrale wortel/ de voorwortel of motorische zenuwwortel.
- Aan de dorsale zijde (achterkant) treden er zenuwbanen naar binnen
(via de ruggenmerg-weg op weg naar de hersenen).
o Die vervoeren sensorische informatie van het lichaam naar de hersenen- zowel links
als rechts.
o Op het moment dat de bundels van axonen van sensorische neuronen naar binnen
treden noem je het de dorsale wortel of achterwortel of sensorisch zenuwwortel.
- Opeenhoping van cellichamen van sensorische neuronen ligt buiten
het ruggenmerg en wordt het spinale ganglion genoemd.