blok B
Inhoudsopgave
Week 11 – Lichaamssamenstelling en metabole energiepaden......2
Week 12 – Energiebehoefte en ademhalingsstelsel......................5
Week 13 – Bloed en aandoeningen..............................................9
Week 14 – Het hart en de bloedsomloop....................................11
Week 15 – Vochtbalans, dehydratie en nieren............................14
Week 16 – Hypertensie.............................................................17
Week 17–18 – Hypercholesterolemie, hart- en vaatziekten en
hartfalen................................................................................. 20
,Week 11 – Lichaamssamenstelling en
metabole energiepaden
Tentamen vragen indeling:
7 vragen
2 vragen (1 inzicht, 1 toepassen) over:
De onderdelen waaruit het lichaam is samengesteld;
Technologische ontwikkelingen om lichaamssamenstelling te meten;
Afwegen wanneer een meetmethode geschikt is voor een bepaalde
situatie.
5 vragen (3 inzicht, 2 toepassen) over:
De metabole en bio-energetische paden in het lichaam.
Info:
Lichaamssamenstelling
Het menselijk lichaam bestaat voor ongeveer 60–70% uit water en verder
uit:
Vetmassa (energieopslag)
Vetvrije massa, bestaande uit:
o Spiermassa (eiwitten)
o Botmassa (mineralen)
o Organen
o Lichaamswater
Lichaamssamenstelling beschrijft de verhouding tussen vetmassa en
vetvrije massa en is een betere indicator voor gezondheid dan alleen
lichaamsgewicht of BMI.
Meten van lichaamssamenstelling
Verschillende methoden worden gebruikt, afhankelijk van doel,
nauwkeurigheid en belastbaarheid:
Huidplooimeting: goedkoop en eenvoudig, maar schatting
BIA: snel en toegankelijk, beïnvloed door hydratatiestatus
o Sportschool of praktijk
o Zwangeren
DEXA-scan: zeer nauwkeurig, meet vet-, spier- en botmassa,
gebruikt straling
o Sporters
o Osteoporose meten
o Wetenschappelijk onderzoek
BODPOD: meet lichaamsvolume via luchtverplaatsing, nauwkeurig
en veilig
o Sporters
Onderwaterweging: zeer nauwkeurig, maar intensief
MRI/CT & 3D-scanning: zeer gedetailleerd, vooral voor onderzoek
o Wetenschappelijk onderzoek
, Botdichtheid
Botdichtheid geeft de hoeveelheid mineralen in botten weer.
Lage botdichtheid → verhoogd risico op fracturen en osteoporose
Hoge botdichtheid → sterkere botten
Gewichtdragende activiteiten verhogen de botdichtheid.
Verminderde mechanische belasting en lage energiebeschikbaarheid
kunnen botdichtheid verlagen.
Organisatieniveaus van het lichaam
Cel → weefsel → orgaan → orgaanstelsel → organisme
Bijvoorbeeld: epitheelcellen → dekweefsel → maag/darmen →
spijsverteringsstelsel.
Transport door het celmembraan
Het celmembraan is selectief permeabel.
Passief transport (zonder ATP):
Simpele diffusie
Gefaciliteerde diffusie (via transporteiwitten)
Osmose (waterverplaatsing)
Actief transport (met ATP):
Primair actief transport
Vesiculair transport:
o Endocytose
o Exocytose
Energie en ATP
ATP (adenosinetrifosfaat) is de belangrijkste energiedrager in het lichaam.
ATP → ADP = energie vrijmaken
ADP → ATP = energie opslaan
Energie is nodig voor o.a. spiercontractie, actief transport, celdeling en
zenuwgeleiding.
ATP wordt gevormd uit koolhydraten, vetten en (in nood) eiwitten.