Hoe kun je als docent Nederlands effectief
bijdragen aan de ontwikkeling van
leesvaardigheid van je leerlingen?
Hogeschool Utrecht
Nikki Blankespoor | 1764744 |
,Inhoud
Doelgroepbeschrijving.................................................................................1
Rijke teksten................................................................................................3
Tekst 1: 9 manieren om van je smartphone af te kicken..........................3
Tekst 2: Hoeveel vrienden heb je nodig? ‘Meer is niet per se beter’.........7
Tekst 3: Glas recyclen? Waarom wassen we het niet gewoon?.................9
Leeractiviteiten..........................................................................................11
Leeractiviteit 1........................................................................................11
Uitgewerkte modeling bij tekst 1.........................................................14
Werkbladen bij tekst 1: samenvatting en begrippenlijst......................17
Uitgewerkte werkvorm 1: CSR.............................................................21
Uitgewerkte werkvorm 2: samenvatten...............................................22
Leeractiviteit 2........................................................................................23
Uitgewerkte modeling bij tekst 2.........................................................25
Werkbladen bij tekst 2: gesprek voeren en begrippenlijst...................27
Uitgewerkte werkvorm 1: Dialogic reading..........................................29
Leeractiviteit 3........................................................................................30
Uitgewerkte modeling bij tekst 3.........................................................33
Werkbladen bij tekst 3: moeilijke woorden..........................................35
Werkbladen bij tekst 3: reflecteren......................................................36
Uitgewerkte werkvorm 1: DRTA...........................................................38
Bewijs afgetekende praktijkopdrachten.....................................................39
Praktijkopdracht 2 afgetekend................................................................39
Praktijkopdracht 3 afgetekend................................................................39
Doelgroepbeschrijving
1
,Voor dit dossier heb ik mijn mentorklas in gedachten genomen. Dit is een mavo 2-
klas bestaand uit 18 leerlingen van 13 tot 14 jaar. In de klas zitten redelijk wat NT2-
leerlingen. Hierdoor verschilt de taalontwikkeling en het niveau van leesvaardigheid
best wel tussen de leerlingen. Dit vraagt om een convergente differentiatieaanpak,
waarbij de leerlingen werken aan hetzelfde doel, maar met verschillende niveaus van
ondersteuning.
Volgens de referentieniveaus zouden de leerlingen zich richting 2F-niveua moeten
ontwikkelen. In de praktijk zitten veel leerlingen hier nog onder. Een groot deel van
de klas bevindt zich rond 1F-niveau. Dit komt met name door een beperkte
woordenschat en moeite met complexe zinsstructuren. Dit past volgens de literatuur
ook bij een NT2-leerling, want woordenschatontwikkeling is een cruciale voorwaarde
voor tekstbegrip (Bossers et al., 2017). Ook leerlingen waarbij Nederlands hun
moedertaal is, zitten niet altijd op het juiste niveau. De theorie van begrijpend lezen is
wel aanwezig, maar het lijkt alsof het allemaal in het kortetermijngeheugen wordt
opgenomen. Het is belangrijk dat de leerlingen meer achtergrondkennis gaan krijgen.
Dit is belangrijk omdat zakelijke teksten vaak een grotere dichtheid aan
woordenschat en concepten bevatten dan fictionele teksten (Houtveen e.a., 2019).
Verdere jaren wordt het belang van achtergrondkennis alleen maar groter: omdat de
informatiedichtheid in teksten toeneemt gedurende de opleiding (Houtveen e.a.,
2019).
De motivatie bij de leerlingen is over het algemeen heel laag. Ik heb van de 18
leerlingen 3 leerlingen die lezen echt heel leuk vinden. Als we het hebben over
begrijpend lezen is de motivatie zeker laag. Veel leerlingen hebben weinig
vertrouwen in hun eigen leesvaardigheid, wat leidt tot vermijdingsgedrag en een
passieve taakaanpak. Ze lezen de tekst zonder doel en zonder strategie. Leerlingen
die lezen lastig vinden, hebben vaak last van concentratieproblemen, omdat ze
denken dat het toch niet lukt, raken ze afgeleid. Als ze bijvoorbeeld een lange tekst
lezen, hebben ze bij het laatste gedeelte geen aandacht meer. En zijn ze vergeten
wat er op het begin verteld is. De grootste groep is een gemiddelde lezer. Zij
beschikken wel over de basisvaardigheden, maar hebben nog ondersteuning nodig
om zelf tot tekstbegrip te komen. Een heel kleine groep is cognitief actief, zij passen
de leesstrategieën wel toe. Zij beginnen met verkennend lezen en lezen dan pas de
tekst en de vragen. Maar ook zij hebben nog wel wat te leren.
2
, Rijke teksten
Tekst 1: 9 manieren om van je smartphone af te kicken
SMARTPHONEGEBRUIK 9 manieren om van je smartphone af te kicken
71 procent van de jongeren noemt zichzelf “afhankelijk” van zijn
smartphone. En dat geldt de jongste jaren ook voor steeds meer
volwassenen. “Het is tijd dat we onze gsm buiten bereik houden”, zegt
psychiater Geert Dom (UAntwerpen), gespecialiseerd in verslaving.
Kubra Mayda
Donderdag 7 maart 2024 om 03:00
Uit de nieuwe resultaten van de Digimeter, die de digitale technologie bij
Vlamingen analyseert, blijkt dat steeds meer mensen zich afhankelijk voelen van
hun smartphone. Vooral jongeren tussen 18 en 24 jaar geven aan dat ze zich
afhankelijk voelen van hun gsm (71%). Bijna de helft van de jongeren (43%) zegt
zelfs verslaafd te zijn aan de smartphone. Ook bij oudere smartphonegebruikers
stijgt het gevoel van afhankelijkheid. Iets meer dan 60 procent van de 25 tot 64-
jarigen zegt zich afhankelijk te voelen. Bij 55-plussers is dat gevoel het sterkst
gestegen (+7%), van 20 tot 27 procent.
Smartphoneverslaving heeft nog geen definitie gekregen binnen de psychiatrie,
zegt verslavingsexpert en psychiater Geert Dom (Universiteit Antwerpen), al is uit
internationaal onderzoek wel al geweten dat smartphones
verslavingsgevoeligheden aanwakkeren. “De apps spelen in op onze neiging tot
directe behoeftebevrediging en impulsen. Door ons continue smartphonegebruik,
stimuleren we aanhoudend het beloningssysteem in ons brein, waarbij dopamine
vrijkomt. Dat houdt gevaren in.” De vraag hoe daarmee om te gaan, wordt
volgens Dom steeds prangender.
1 Krijg zicht op je treintjesgedrag
Hou een maand lang een agenda bij, waarin je elke avond noteert hoeveel uur je
met je smartphone bezig was. Noteer daarbij welke apps de meeste tijd van je
hebben gevraagd. Volgens media-expert Tom Termote kun je na een maand
inschatten of je schermgebruik problematisch is. Zelf plakt hij er geen aantal
uren per dag op. “In de Verenigde Staten gaat het gemiddelde intussen naar zes
uur per dag. Dat komt neer op 15 jaar van je leven. Gaat het bij jou om drie uur
per dag, dan is dat nog altijd 7,5 jaar van je leven. Als je dat weet, kun je
conclusies trekken.”
Ook Ivan Tijsmans, jongerencoach rond verantwoord smartphonegebruik, zegt
dat het begint met het in kaart brengen van je ‘treintjesgedrag’. “Dat is wanneer
je je smartphone vastneemt met een doel, zoals kijken hoe laat het is, maar dan
belandt in een trein van acties die je niet wou uitvoeren. Zowel jongeren als
volwassenen worden zo in hun smartphone gezogen.” Tijsmans vindt dat je pas
kunt werken aan je schermgebruik als je de psychologie achter de apps begrijpt.
“Een smartphone is niet leuk omdat hij goedgemaakt is. Een smartphone is leuk
omdat gedragswetenschappers en psychologen de apps verslavend maken.”
2 Durf te prutsen aan je instellingen
3