Hoofdstuk 1: Algemene begrippen
1. Wat is voedingsleer?
• Studie van voeding in relatie tot het brede begrip van gezondheid
• Omvat:
o Voedingswaarde van voedingsmiddelen
o Menselijke stofwisseling na inname
▪ Fysiologisch (weefsels)
▪ Biologisch (cellen)
▪ Biochemisch (biomoleculen & mineralen)
2. Levensstijl en voeding
➔ Voeding werd pas relatief recent wetenschappelijk onderzocht.
• In 1910 werden vitamines ontdekt.
o Men zag dat mensen met dezelfde klachten vaak hetzelfde voedingstekort
hadden.
o Scheurbuik (uitputting, gezwollen tandvlees) werd veroorzaakt door een tekort
aan vitamine C.
o Citrusvruchten zoals sinaasappels voorkwamen en genazen scheurbuik.
o Later groeide het inzicht dat voeding een grote invloed heeft op gezondheid.
o Gewassen worden tegenwoordig verrijkt met extra vitamines.
• Onderzoek naar chronische ziekten is de laatste 50 jaar sterk toegenomen.
• Er is een dubbele last:
o Enerzijds ondervoeding en voedingstekorten.
o Anderzijds overgewicht en obesitas.
• Voedingsonderzoek blijft zich verder ontwikkelen in de toekomst.
➔ Termen:
• Voedingsstoffen (nutriënten)
o Voorbeelden: eiwitten (proteïnen), vitamine C, kalium, calcium
o Zitten verwerkt in voedingsmiddelen
o Voedingsmiddelen bevatten verschillende voedingsstoffen
• Voedingsmiddelen
o Worden gegeten binnen een voedingspatroon
o Momenten: ontbijt, tussendoortje, lunch, avondeten
• Voedingsgedrag
o Is minder stabiel en verschilt per persoon
o Iedereen vult maaltijden anders in
o Sociale invloeden spelen mee (bv. uit eten met vrienden)
o Voor afvallen of aankomen moet gedrag aangepast worden
• Levensstijl
o Fysieke activiteit (sport)
o Dagelijkse beweging (weinig of veel actief)
= Belangrijk
, • De benodigde inname van voedingsstoffen is voor iedereen anders
• Wordt beïnvloed door meerdere factoren (zoals levensstijl en gedrag)
3. Voedingssysteem
• Wordt sterk beïnvloed door politieke beslissingen
• Institutionele acties bepalen hoe voedsel geproduceerd en verdeeld wordt
• Beleid wordt vertaald naar de maatschappij
• Belangrijke thema’s binnen het voedselsysteem
o Eiwittransitie (protein shift)
o Voedselketen (food supply chain)
o Consumentengedrag
o Nutriënten
o Gezondheidsuitkomsten (health outcomes)
• Interacties
o Er is een voortdurende interactie tussen mens en omgeving
o Voedingskeuzes beïnvloeden gezondheid en omgekeerd
• Genetische factoren
o Spelen ook een rol in hoe voeding het lichaam
beïnvloedt
4. Iedereen leest en schrijft!
• Iedereen leest en schrijft over voeding → ieder heeft een eigen, verbreed beeld.
• Veel mensen halen info uit kookprogramma’s, kookboeken en diëten.
• Opvattingen over voeding veranderen doorheen de tijd.
o Vroeger: focus op slanke lichamen, koolhydraten vermijden, lage calorie-inname.
o Nu: meer focus op eiwitten, koolhydraten en hogere calorie-inname (afhankelijk
van doel).
• Extreme diëten (bv. 6 kg verliezen in 4 weken) zijn niet gezond.
o Vaak is het vooral vochtverlies, geen vetverlies.
o Gewicht komt meestal terug.
,5. Terminologie
• Voedsel
o Alles wat je eet en drinkt.
• Voeding
o Het proces van:
▪ Voedingsmiddelen kiezen
▪ Ze nuttigen
▪ Verwerking in het lichaam
• Gezondheid
o Toestand van fysiek, psychisch en sociaal welbevinden
o Niet alleen het bestrijden van symptomen
• Optimaal ≠ ideaal
o Optimale voeding = juiste hoeveelheid essentiële voedingsstoffen
o Nodig om metabolisme goed te laten werken
o Een “ideaal” voedingspatroon bestaat niet
• 3 groepen voedingsstoffen
1. Essentiële voedingsstoffen (nodig om lichaam draaiende te houden)
2. Non-nutriënten en bioactieve componenten (geen nutriënten, maar wel
gezondheidseffect)
3. Xenobiotica en natuurlijke toxines (vreemde/toegevoegde stoffen met mogelijk
gezondheidseffect)
6. Drie groepen voedingsstoffen
1. Essentiële nutriënten
• Noodzakelijk voor:
o Groei
o Onderhoud
o Herstel
• 6 klassen:
o Koolhydraten
o Eiwitten
o Vetten
o Vitaminen
o Mineralen
o Water
, = Indeling nutriënten
• Anorganisch: water, mineralen
• Organisch: koolhydraten (KH), vetten, eiwitten, vitamines
• Energieleverende nutriënten
o Vetten → 9 kcal/g
o Koolhydraten → 4 kcal/g
o Alcohol → 9 kcal/g (maar geen essentiële voedingsstof)
▪ Essentiële nutriënten
• Macronutriënten
o Nodig in gram per dag
o Leveren energie (KH, vetten, eiwitten)
• Micronutriënten
o Nodig in kleine hoeveelheden (mg of µg per dag)
o Leveren geen energie (vitamines, mineralen)
▪ NIET-essentiële nutriënten
• Essentiële nutriënten – 3 criteria
1. Tekort leidt tot problemen
2. Herintroductie herstelt normale functies (behalve bij onherstelbare schade)
3. Hebben een bekende biologische functie
• Belangrijk
o Lichaamsfuncties kosten energie
o Zonder energieleverende nutriënten kan het lichaam niet functioneren
o Wat energie levert en noodzakelijk is voor het lichaam, is essentieel