Samenvatting H2: De markt van vraag en aanbod
Vraaglijn = Lijn die bij iedere prijs aangeeft hoeveel stuks de consumenten bij
die prijs willen kopen.
- kunt aflezen hoeveel stuk consumenten willen kopen bij iedere prijs
- lage prijs -> men wil meer producten kopen daarom is vraaglijn ->
dalende lijn
Qv = -200p + 400
Qv = hoeveelheid
p = prijs in ….
Vraaglijn tekenen
1) Qv = 0 → p = 20 want 0 = -200p + 400
-200p = 400
p = 20
2) p = 0 → Qv = 400 want -200 x 0 + 400 = 400
Verandering langs de vraaglijn
- prijsverhoging/ prijsverlaging van het eigen product.
Verandering van de vraaglijn
Rechts -> bij iedere prijs is er meer vraag
- Koopkracht Nederlander stijgt
- Smaak verandert
- Prijs concurrent stijgt
- Reclame
, Links -> bij iedere prijs is er minder vraag
- Koopkracht Nederlander daalt
- Smaak verandert
- Prijs concurrent daalt
Omzet = de verkoopopbrengst
Omzet = prijs x aantal dus p x q
Afzet = het aantal stuks dat verkocht wordt
OMZET = afzet x verkoopprijs
omzet -> totale opbrengsten (TO)
Totale winst = totale opbrengsten - totale kosten
TW = TO - TK
Vaste kosten = kosten die NIET afhankelijk zijn van het aantal geproduceerde
goederen of diensten
vb. huur, verzekeringen en loon vast personeel
Variabele kosten = kosten die WEL afhankelijk zijn van het aantal
geproduceerde goederen of diensten
vb. ingekochte goederen en loon ingehuurd personeel
Kostprijs = kosten per product
Aanbodlijn = lijn die bij iedere prijs aangeeft hoeveel stuks de producenten bij
die prijs willen verkopen
- Kunt aflezen hoeveel stuks de producenten willen verkopen bij ieder
prijs.
Verandering langs de aanbodlijn
- prijswijziging
Verandering van de aanbodlijn
- aanbod verandering (hoeveelheid veranderd)
Qa = aanbodfunctie
Qv = vraagfunctie
Stel je hebt de volgende vraag en aanbodfunctie:
Vraaglijn = Lijn die bij iedere prijs aangeeft hoeveel stuks de consumenten bij
die prijs willen kopen.
- kunt aflezen hoeveel stuk consumenten willen kopen bij iedere prijs
- lage prijs -> men wil meer producten kopen daarom is vraaglijn ->
dalende lijn
Qv = -200p + 400
Qv = hoeveelheid
p = prijs in ….
Vraaglijn tekenen
1) Qv = 0 → p = 20 want 0 = -200p + 400
-200p = 400
p = 20
2) p = 0 → Qv = 400 want -200 x 0 + 400 = 400
Verandering langs de vraaglijn
- prijsverhoging/ prijsverlaging van het eigen product.
Verandering van de vraaglijn
Rechts -> bij iedere prijs is er meer vraag
- Koopkracht Nederlander stijgt
- Smaak verandert
- Prijs concurrent stijgt
- Reclame
, Links -> bij iedere prijs is er minder vraag
- Koopkracht Nederlander daalt
- Smaak verandert
- Prijs concurrent daalt
Omzet = de verkoopopbrengst
Omzet = prijs x aantal dus p x q
Afzet = het aantal stuks dat verkocht wordt
OMZET = afzet x verkoopprijs
omzet -> totale opbrengsten (TO)
Totale winst = totale opbrengsten - totale kosten
TW = TO - TK
Vaste kosten = kosten die NIET afhankelijk zijn van het aantal geproduceerde
goederen of diensten
vb. huur, verzekeringen en loon vast personeel
Variabele kosten = kosten die WEL afhankelijk zijn van het aantal
geproduceerde goederen of diensten
vb. ingekochte goederen en loon ingehuurd personeel
Kostprijs = kosten per product
Aanbodlijn = lijn die bij iedere prijs aangeeft hoeveel stuks de producenten bij
die prijs willen verkopen
- Kunt aflezen hoeveel stuks de producenten willen verkopen bij ieder
prijs.
Verandering langs de aanbodlijn
- prijswijziging
Verandering van de aanbodlijn
- aanbod verandering (hoeveelheid veranderd)
Qa = aanbodfunctie
Qv = vraagfunctie
Stel je hebt de volgende vraag en aanbodfunctie: