Replicatie nodig voor elk moment van
celdeling
Eiwit maken: transcriptie en proces van
translatie
Het volledig DNA wordt
gerepliceerd/verdubbeld
Enkel genen omzetten en niet je volledig
DNA via een proces van transcriptie en
translatie.
Heel wat transcripten gevormd voor gen A
dus heel wat eiwitten en bij B een beperkt
aantal.
Hier heeft de cel dus meer nood aan eiwit A
Cel gaat zich aanpassen aan de nood/behoefte van eiwitten voor dat deel
o Delen van de DNA-sequentie worden in RNA getranscribeerd
Deeltjes gaan we gaan omzetten in RNA
Enkel GENEN en niet volledige DNA
Ribose RNA G, C, A en U
Altijd (!) enkelstrengig
5’ naar 3’ (pijl is 3’ en staart 5’)
Desoxyribose DNA G, C, A en T
G en C: 3 H-bruggen
A en T: 2 H-bruggen
Tijdelijk H-bruggen vormen tussen U en A!
o U bij RNA
o A bij DNA
RNA moleculen kunnen ook 3 dimensionele structuren gaan vormen en dat is mogelijk door interne
basenparing
tRNA: drie dimensionele structuur gevormd door interne basenparing (G en C en A en U)
Transcriptie altijd van 5’ naar 3’ !!!
o Bij transcriptie ontstaat RNA dat complementair is aan één streng van het DNA
Template streng of basis
Zie verder: positie van een gen
Je moet rekening houden met
oriëntatie van een gen
Pijlen er altijd bij tekenen!
Je gaat van 5’ naar 3’ (rechts) en van 3’ naar 5’ (links) en vanonder ook aan 3’
, Transcriptie: enzymen nodig
RNA polymerase: actief centrum (plaats waar de
eigenlijke chemische reactie gebeurd) thv actief
centrum gaat hier (figuur rechts) je DNA gaan
inschuiven en ontbonden worden zodat die basisstreng
ter beschikking komt voor je transcriptie
Er worden geen afzonderlijke nucleotiden aangevoerd,
maar RIBONUCLEOZIDENTRIFOSFATEN =
nucleoside – 3P
2P afsplitsen, energie vrij en die energie gaan we
gebruiken om een covalente binding te vormen
(condensatiereactie om de verschillende nucleotiden
aan elkaar te koppelen)
3P aanvoeren, 2P afvoeren energie vrij om nucleotiden aan
elkaar te koppelen
RNA transcript gevormd van 5’ naar 3’
o Cellen produceren verschillende soorten RNA
mRNA: codeert voor eiwitten
rRNA: zitten in de ribosomen en hebben belangrijke
activiteit op je proces van translatie
tRNA: RNA moleculen die de aminozuren
aanvoeren op het moment van translatie
o Signalen in het DNA geven aan het RNA-
polymerase door waar het moet beginnen en stoppen met de transcriptie
Goed uit elkaar houden pro en eukaryoten!
1) Prokaryoten (bacteriën) linkse figuur
Promotor en terminator
Promotor = START van het gen
Terminator = EINDE van een gen
RNA-polymerase gaat binden met zijn sigmafactor binden op promotorregio en komen los daarvan
een gaan naar startplaats van transcriptie (+1)
Sigmafactor dient enkel om die promotorregio te herkennen en is herbruikbaar
RNA-polymerase gaat verder, maakt transcript tot op het moment dat hij bij de terminator komt en
verlaat dan dat DNA