Cellen vormen weefsels
Weefsel vormen organen (orgaanstelsels)
wand van je darm
Lumen (holte) van je darm + 2
epitheellagen: 1 aan de kant van
je lumen en 1 aan de buitenkant
van je darm
Laag van bindweefsel
(extracellulaire matrix + cellen:
hier fibroblasten)
Ook een laag van glad
spierweefsel bestaat uit
circulaire en longitudinale laag
die samen zorgen voor
peristaltiek van je darm
Cellen zorgen voor synthese van de extracellulaire matrix
Extracellulaire matrix wordt vanuit de cel gesecreteerd (secretie naar buiten de cel)
Extracellulaire matrix + cel = bindweefsel
2 vormen van extracellulaire matrix:
Collageen
GAG’s = glycosaminoglycanen
o Collageen zorgt voor treksterkte in het bindweefsel van dieren
1. COLLAGEEN
komt voor thv huid, pezen, bot
rekbare sterkte
Enkelvoudige polypeptideketen
3 daarvan vormen een triple helix
Die gaan een collageenfibril gaan
vormen en die fibrillen gaan zich
gaan associëren en vormen dan
collageenvezels
40 verschillende types
collageen (type I is de meest
voorkomende)
Blaasje zit procollageen, waar nog bijkomende sequenties zitten die
gebonden zijn hieraan
Cel secreteert dan pas N en C terminalen die daar nog aangekoppeld
zitten afgesplitst door procollageen proteasen
Dan krijg je die triple helix
Dit gebeurt zo zodat die naar buiten je cel gesecreteerd kan worden,
anders gaat dat niet als dat al in het begin gebeurt
, genetisch syndroom dat het gevolg is van een afwijking in de opbouw van
collageen. Bij sommige mensen wordt deze aandoening veroorzaakt door
een tekort aan een enzym dat pro-collageen omzet in collageen; bij anderen
veroorzaakt door afwijking in het pro-collageen zelf
o Integrines koppelen de extracellulaire matrix aan het cytoskelet
binnenin de cel
Collageen gaat binden aan componenten van je cytoskelet in de cel
Dimeer: fibronectine
Deze heeft 2 bindingsplaatsen voor integrine en 2 voor
collageen
Bovenaan collageenfibril (buiten cel)
Fibronectine met die 2 bindingsplaatsen voor collageen gaat die
collageen vastnemen tussen die 2 handjes
Koppelen aan een integrine dimeer 2 bindingsplaatsen voor
integrine
1 van die 2 integrine componenten gaat koppelen aan een
adaptoreiwit in het cytosol en dat gaat (hier) binden aan een
actinefilament
o Gels van polysachariden en eiwitten vullen ruimtes op en zijn bestand tegen samendrukking
2. GAG’s
Onderdeel van proteoglycanen (eiwit + lange
suikerketen)
Functie: opvulfunctie + beschermen tegen druk (van
buitenaf)
(Zeker niet deze chemische structuur vanbuiten gaan
leren)
Repeterende disacharide met negatief geladen
carboxylgroep (COO-)