INLEIDING
Overzicht van de Kunsten is meervoud, dat wil zeggen dat we bij kunst niet alleen aan schilderijen
denken, maar ook bijvoorbeeld aan podiumkunsten, architectuur, circus en muziek. Dit is een
historisch vak en we beginnen rond 1880. De geschiedenis bestaat uit meerdere verhalen die elkaar
zullen overlappen en tegenspreken. Het is een ontdekkingstocht, waardoor het als complex gezien
zou kunnen worden. Dit zijn echoënde verhalen over de geschiedenis met een
hedendaagse/eigentijdse blik, alle verhalen zijn met elkaar verbonden, alle aspecten komen terug.
We beginnen met de Franse Revolutie (1789) en eindigen met de Financiële Revolutie in de 21e
eeuw.
LES 1: DE SPELENDE MENS
In 1790 (Franse Revolutie) zijn er veel politieke omwentelingen. In eerste instantie komt
deze revolutie voort vanuit voedseltekorten, waarna een klassensysteem ontstaat. Als je rijk
geboren wordt ga je rijk dood en als je arm geboren wordt zal je ook arm sterven. Industrieel
Spion Lieven Bauwens spioneert in Engeland (Mule Jenny) zorgt er zo voor dat Gent een
voorsprong krijgt in de industriële revolutie.
FRIEDRICH SCHILLER (1759–1805) was een Duits dichter, dramaturg en filosoof,
een sleutelfiguur van de Duitse Romantiek en het Idealisme. Hij schreef zijn Brieven over de
esthetische opvoeding van de mens in 1795, kort na de Franse Revolutie (1789). Die
revolutie was voor hem een politieke teleurstelling: de belofte van vrijheid en rede had geleid
tot terreur en geweld. Schillers vraag was dus: hoe kunnen mensen werkelijk vrij en volledig
mens worden?
De 15de Brief — kernargument
Schiller stelt dat de mens twee tegengestelde driften heeft die met elkaar in conflict staan:
1. De Stoffdrift (materiedrift) Gebonden aan de zintuigen, het lichaam, het tijdelijke, de
noodzakelijkheid. De mens als fysiek wezen dat onderworpen is aan de natuur.
2. De Vormdrift (vormdrift) Gebonden aan de rede, de wet, de abstractie, het universele.
De mens als rationeel wezen dat orde en principes oplegt.
Het probleem: als één van beide driften domineert, is de mens onvrij. Ofwel wordt hij geleid
door instinct (te sensueel), ofwel door koude plicht (te rationalistisch).
De oplossing: de Speeldrift (Spieltrieb) De speeldrift verzoent beide driften. Het object
ervan is de levende gestalte (lebende Gestalt): schoonheid die zowel leven als vorm heeft.
De mens is pas volledig vrij — en dus volledig mens — in de esthetische toestand, in het
spelen.
De kernzin: "De mens is en hij is alleen dan geheel mens, indien hij speelt."
Wat is "spelen" bij Schiller?
Spelen betekent hier niet vrijblijvend amusement. Het is de toestand
waarin de mens bevrijd is van zowel de dwang van de natuur als de
dwang van de rede. In de esthetische ervaring — bij het aanschouwen
of maken van schoonheid/kunst — bereikt de mens zijn hoogste vrijheid.
,De schoonheid is de levende gestalte: ze is niet louter abstract (zoals een wiskundige
formule), maar ook niet louter materieel (zoals een zintuiglijke gewaarwording). Ze is de
eenheid van beide.
Schiller ziet kunst en esthetische opvoeding als de weg om de mens opnieuw heel te
maken.
Examenvraag: hoe is Schillers idee van de spelende, vrije kunstenaar een blauwdruk voor
het figuur van de moderne kunstenaar ná WOII?
De kernideeën die doorwerken:
● De kunstenaar als iemand die buiten de gewone morele en sociale orde staat
(extramorieel, vrij)
● Kunst als ruimte waar de tegenstelling tussen leven en dood, natuur en cultuur,
vrijheid en dwang worden opgeheven
● De kunstenaar als iemand die speelt met grenzen — van smaak, van ethiek, van
het leven zelf
DAMIEN HIRST (1965) is het voorbeeld uit de les:
With Dead Head (1981/1991): de jonge Hirst poseert
lachend naast een afgehakt hoofd — spelen met de dood
A Thousand Years (1990): vliegen kruipen uit een
koeienschedel, worden aangetrokken door een
insectenlamp en sterven — leven en dood als installatie
The Physical Impossibility of Death in the Mind of
Someone Living (1991): een dode haai in formaldehyde
— de dood gevangen maar nooit echt te vatten
,
Mother and Child Divided (1993): koe en kalf in twee,
doormidden gezaagd en tentoongesteld
Pharmacy (1992): een apotheek als kunstwerk — de
ruimte van leven/dood, genezing/consumptie
Beautiful Inside My Head Forever (2008): een veiling bij
Sotheby's op de dag dat Lehman Brothers failliet ging —
de kunstmarkt als kunstwerk, het commerciële spel als
oeuvre zelf
Wat verbindt Hirst met Schiller? De Guardian schreef over Hirst dat zijn werk een pad
opent naar ervaringen die niet immoreel of amoreel zijn, maar extramorieel — een vakantie
van onze ethiek. Dit is precies Schillers esthetische toestand: een ruimte buiten de gewone
dwang van goed/kwaad, waar de mens vrij speelt.
Hirst zelf: "I am interested in realism. I want art to be life but it never can be." — de
onmogelijke eenheid van kunst en leven, precies de spanning die Schiller beschrijft.
Andere kunstenaars die je kunt gebruiken voor de modelvraag
(post-WOII)
De les noemt ook CIRCA (Clandestine Insurgent Rebel Clown Army, 2002–): een groep
activisten die als clowns protesteren — spelen als politieke strategie, de grens tussen kunst
en leven, humor en ernst opheffen. Dit is ook een rechtstreekse echo van Schillers
speeldrift.
Voor de brede examenvraag over vier kunstenaars na WOII zul je ook andere lessen
moeten betrekken (die komen later in de cursus), maar vanuit les 1 zijn Damien Hirst en
CIRCA de kernexampels.